ECLI:NL:RBROT:2026:1953
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiseres, werkzaam als gastvrouw op een kinderdagverblijf, vroeg een WIA-uitkering aan na ziekmelding. Het UWV wees de aanvraag af omdat de arbeidsongeschiktheid volgens medisch en arbeidsdeskundig onderzoek minder dan 35% bedroeg, wat onvoldoende is voor een uitkering.
Eiseres voerde aan dat haar fibromyalgie, chronische pijn, vermoeidheid, slaapproblemen en psychische klachten onvoldoende waren meegewogen. Zij stelde dat zij sterk beperkt was in lopen en staan en dat een urenbeperking onterecht ontbrak. Diverse medische rapporten en e-mails werden overgelegd ter onderbouwing.
De rechtbank oordeelde dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de beperkingen zorgvuldig en deugdelijk had vastgesteld, inclusief de psychische klachten en het vermoeden van een licht verstandelijke beperking. De arbeidsdeskundige concludeerde dat eiseres geschikt was voor meerdere functies met een arbeidsongeschiktheid van 14,4%, onder de 35% grens.
De rechtbank volgde het UWV en verwierp het beroep, omdat de medische en arbeidsdeskundige beoordelingen voldoende waren gemotiveerd en het bewijs van eiseres onvoldoende was om het oordeel te wijzigen. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% is vastgesteld.