ECLI:NL:RBROT:2026:1957

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
27 februari 2026
Publicatiedatum
26 februari 2026
Zaaknummer
71/088005-25
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 33 SrArt. 33a SrArt. 55 SrArt. 77a SrArt. 77g Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak voorbereiding terrorisme, veroordeling deelname terroristische organisatie en opruiing

De rechtbank Rotterdam heeft de verdachte, destijds 15/16 jaar oud, vrijgesproken van het primair ten laste gelegde feit van voorbereiding van een terroristisch misdrijf en subsidiair van deelname aan training terrorisme, omdat onvoldoende concreet bewijs was voor planmatige voorbereidingshandelingen of training.

Wel is de verdachte veroordeeld voor deelname aan de terroristische organisatie Islamitische Staat (IS) en voor opruiing en verspreiding tot opruiing tot een terroristisch misdrijf. Hij heeft via meerdere sociale media-accounts gedurende ruim een jaar gewelddadige jihadistische propagandavideo’s gedeeld en bewerkt, waarmee hij het terroristische oogmerk van IS heeft ondersteund.

De rechtbank heeft rekening gehouden met de jeugdige leeftijd van de verdachte, zijn radicalisering, maar ook met positieve gedragsveranderingen en het advies van deskundigen. De straf bestaat uit een jeugddetentie van 159 dagen, waarvan 100 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en diverse bijzondere voorwaarden waaronder toezicht en begeleiding door jeugdreclassering.

De rechtbank heeft tevens de in beslag genomen mobiele telefoon van de verdachte verbeurd verklaard. De opgelegde straf en voorwaarden zijn bedoeld om herhaling te voorkomen en de verdachte te begeleiden in zijn verdere ontwikkeling.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 159 dagen jeugddetentie, waarvan 100 dagen voorwaardelijk, voor deelname aan terroristische organisatie en opruiing; vrijspraak voor voorbereiding en training terrorisme.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd
Parketnummer: 71/088005-25
Datum uitspraak: 27 februari 2026
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] 2008,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres] , [postcode] in [plaatsnaam] ,
raadsvrouw mr. F.T.C. Dölle, advocaat te Amsterdam.

1.Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzittingen van 23 januari 2026 en 27 februari 2026.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de vordering nadere omschrijving tenlastelegging, waarbij de oorspronkelijke opgave van de feiten als bedoeld in artikel 261, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering op vordering van de officier van justitie is gewijzigd. De tekst van de nader omschreven tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

3.Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. G. Sannes heeft gevorderd:
  • bewezenverklaring van de onder 1 primair (voorbereiding of bevordering van een
  • veroordeling van de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 238 dagen met
- de verdachte onthoudt zich op welke wijze dan ook van het gebruik van socialemedia platforms, zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht, waarbijvrijheden kunnen worden opgebouwd in overleg met de jeugdreclassering;
- de verdachte werkt mee aan de controle van zijn gegevensdragers, niet zijnde een
inhoudelijke controle, in de zin van het controleren of (bepaalde) sociale media wordt
gebruikt, zolang en zo vaak de jeugdreclassering dit nodig acht;
- de verdachte werkt mee aan de inhoudelijke controle van zijn gegevensdragers,
indien en zolang de jeugdreclassering dit nodig vindt, ook wanneer dit inhoudt dat het
digitale onderzoek door een externe deskundige (waaronder een ambtenaar van de
politie) kan worden verricht, waarbij het aantal controles wordt gemaximeerd op 6 keer
per jaar;
- de geadviseerde voorwaarde over het zich niet in de buurt begeven van vluchthavens en
landsgrenzen komt te vervallen;
- een uitbreiding van het geadviseerde contactverbod naar 19 personen;
  • met opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: JBRR) tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
  • dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden en het uit te oefenen toezicht;
  • veroordeling van de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 200 uren, subsidiair 100 dagen vervangende jeugddetentie;
  • opheffing van het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

4.Vrijspraak feit 1 (primair en subsidiair)

4.1.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft aangevoerd dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte handelingen heeft verricht met het oogmerk een terroristische aanslag voor te bereiden. Daartoe is aangevoerd dat de verdachte op zijn telefoon veel zoekvragen heeft
gesteld die in verband zijn te brengen met het gewelddadig jihadisme en de Islamitische Staat (IS). De verdachte heeft contact onderhouden met een Belgische man die verdacht wordt van het plegen van terroristische misdrijven en Sharia4Europe wilde oprichten. Op de telefoon van de verdachte is ook een één-op-één chat gevonden met [medeverdachte] . In die chat spreken zij met elkaar veel over IS, laten zij blijken aanhanger van IS te zijn en spreekt [medeverdachte] de wens uit om een bomaanslag te plegen in Nederland. De verdachte heeft twee handleidingen voor het maken van een bom naar [medeverdachte] toegestuurd. Op een later moment spreekt de verdachte naar [medeverdachte] de wens uit een aanslag te willen plegen.
Bovendien heeft de verdachte op meerdere sociale media-accounts video’s geplaatst die
gewelddadig en jihadistisch van karakter zijn en heeft hij geposeerd met een IS-vlag.
4.1.2.
Primair: voorbereiding terroristisch misdrijf
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad is om tot een bewezenverklaring te komen van de in artikel 96, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) bedoelde
voorbereiding of bevordering van terroristische misdrijven, voldoende dat het oogmerk van de verdachte op het begaan van die misdrijven is gericht. Een concretisering van het voor te bereiden of te bevorderen misdrijf naar tijdstip, plaats en wijze van uitvoering is daarbij niet vereist. De Hoge Raad overweegt in dit verband dat, gelet op de wetsgeschiedenis, de voor toepassing van artikel 46 Sr Pro vereiste mate van concretisering ook geldt voor artikel 96, tweede lid, Sr. Vereist is daarom slechts dat met voldoende bepaaldheid blijkt op welk
terroristisch misdrijf de ander aan artikel 96, tweede lid, Sr ontleende voorbereidings- of
bevorderingshandelingen waren gericht.
Op grond van de verklaring van de verdachte en de inhoud van het dossier kan worden
vastgesteld dat de verdachte de feitelijke handelingen ten laste gelegd onder A, B en C heeft
begaan. Dit betekent dat de verdachte zich het radicaal extremistisch gedachtegoed van IS eigen heeft gemaakt, hij met [medeverdachte] contact heeft gehad over het plegen van aanslagen en dat hij twee handleidingen voor het vervaardigen van een explosief aan [medeverdachte] heeft verspreid. Anders dan de officier van justitie, is de rechtbank van oordeel dat daarmee niet is gebleken dat de verdachte een voldoende vergevorderd plan had om daadwerkelijk een terroristisch misdrijf voor te bereiden of te bevorderen. De gesprekken met [medeverdachte] , de zoekresultaten op telefoon van de verdachte en de bij de verdachte aangetroffen en door hem gedeelde video’s geven blijk van een grote interesse in het extremistisch jihadistische gedachtegoed en de
gewelddadige praktijken van IS. In de gesprekken met medeverdachte [medeverdachte] wordt onder andere gesproken over het vernietigen van de ‘kuffar’ (ongelovigen), over het uitreizen naar ‘dawlah’ (IS) en er worden zelfs gesprekken gevoerd over mogelijke doelwitten of locaties voor een aanslag. De rechtbank is van oordeel dat hieruit blijkt dat de verdachte weliswaar geradicaliseerd was en zeer verwerpelijke uitlatingen heeft gedaan, maar ziet onvoldoende aanwijzingen om te concluderen dat deze handelingen – ook niet in onderlinge samenhang bezien – aan te merken zijn als voorbereidingshandelingen voor het plegen van misdrijven met een terroristisch motief.
Niet is immers gebleken dat er vervolgens ook concrete handelingen zijn verricht voor de voorbereiding of bevordering van een terroristisch misdrijf. Bij de aanhouding van de
verdachte en de doorzoeking van zijn woning zijn er geen (onderdelen van) wapens, munitie en explosieven gevonden, waaruit mogelijk de daadwerkelijke voorbereiding van een
terroristisch misdrijf kan worden afgeleid. Evenmin is gebleken dat de verdachte of de
medeverdachte [medeverdachte] na ontvangst van de handleidingen ook de benodigdheden voor het maken van een explosief is gaan verzamelen. Daarnaast betrekt de rechtbank in haar oordeel dat de gesprekken met [medeverdachte] plaatsvonden in de context van een (liefdes)relatie. De
gesprekken met betrekking tot de tenlastegelegde feiten waren een klein onderdeel in de zeer uitgebreide gesprekken over allerhande onderwerpen tussen de twee.
Het is, kortom, niet komen vast te staan dat de verdachte in planmatige zin concrete
voorbereidings- of bevorderingshandelingen heeft verricht. De verdachte zal daarom worden vrijgesproken van de ten laste gelegde (medeplegen) voorbereiding en/of bevordering van een terroristisch misdrijf.
4.1.3.
Subsidiair: deelnemen aan training voor terrorisme
Voor een bewezenverklaring van artikel 134a Sr moet voldoende verband bestaan
tussen de verweten gedragingen met enige vorm van training voor terrorisme. Strafbaar is het op enigerlei wijze meewerken (als trainer) en het deelnemen (als getrainde) aan
trainingen voor terrorisme. Onder training voor terrorisme moet worden verstaan het
verwerven of een ander bijbrengen van kennis of vaardigheden tot het plegen van een
terroristisch misdrijf dan wel een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf. Hierbij is vereist dat de verdachte het oogmerk heeft om die
kennis of vaardigheden voor een terroristisch misdrijf aan te wenden. Voor het zich
verwerven of een ander bijbrengen van kennis of vaardigheden voor een terroristisch
misdrijf volstaat voorwaardelijk opzet. Onder de reikwijdte van de strafbaarstelling valt ook de eenling die zich via het internet op de hoogte stelt van kennis en informatie ten behoeve van het plegen van een terroristisch misdrijf of het vergemakkelijken ervan.
Naar het oordeel van de rechtbank is niet gebleken dat de verdachte aan enige vorm van
training heeft deelgenomen dan wel deze zou hebben gegeven. Weliswaar heeft de
verdachte gewelddadig jihadistisch materiaal geraadpleegd en in de gesprekken met
medeverdachte [medeverdachte] gesproken over IS en hun verlangens tot het plegen van een aanslag, maar hieruit is niet gebleken dat de verdachte kennis heeft vergaard of heeft overgebracht met het doel om een terroristisch misdrijf te plegen.
Het voorhanden hebben en versturen van de handleidingen voor het vervaardigen van een explosief maakt dat in dit geval niet anders. Aangezien de verdachte heeft verklaard de handleidingen slechts te hebben opgeslagen en uit het dossier niet blijkt dat hij de
handleidingen daadwerkelijk heeft gelezen, kan immers niet worden vastgesteld dat de
verdachte er kennis mee heeft opgedaan. Door het versturen van de handleidingen aan
medeverdachte [medeverdachte] heeft de verdachte inlichtingen verstrekt dan wel geprobeerd te
verstrekken. Niet is gebleken of medeverdachte [medeverdachte] de handleidingen vervolgens heeft
gebruikt om de benodigdheden voor het maken van een explosief te verzamelen. Het enkel verschaffen van kennis is niet voldoende om te kunnen spreken van een trainingshandeling in de zin van artikel 134a Sr. Aangezien het dossier geen (verdere) concrete aanwijzingen bevat voor de vaststelling dat de verdachte een terroristisch misdrijf aan het voorbereiden of
vergemakkelijken was door zelf kennis op te doen of dit aan medeverdachte [medeverdachte] over te brengen, zal hij daarom ook van het subsidiair ten laste gelegde worden vrijgesproken.
4.1.4.
Conclusie
Het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

5.Bewijswaardering feiten 2 en 3

5.1.
Feit 2: deelname aan een terroristische organisatie
5.1.1.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde, omdat niet is komen vast te staan dat de verdachte lid is geweest of heeft behoord tot een gestructureerd
samenwerkingsverband en geen deelnemingshandelingen heeft verricht.
5.1.2.
Beoordeling
Volgens vaste jurisprudentie wordt IS gezien als een organisatie zoals bedoeld in artikel 140a Sr die het plegen van terroristische misdrijven tot oogmerk heeft. Van deelneming aan een dergelijke organisatie kan slechts sprake zijn als de betrokkene behoort tot het
samenwerkingsverband en een aandeel heeft in gedragingen dan wel gedragingen
ondersteunt die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in dat artikel bedoelde oogmerk.
De rechtbank stelt vast dat de verdachte zich heeft bezig gehouden met extremisme en
jihadisme en dat hij aan het radicaliseren was. Uit het digitale onderzoek van zijn
gegevensdragers zijn veel afbeeldingen en video’s aangetroffen gerelateerd aan terrorisme en jihadisme. De verdachte heeft verklaard dat hij zich bezig heeft gehouden met het maken van video’s en het delen van video’s op sociale media, zoals TikTok, Instagram en
Telegram. Hij had een groot bereik met veel volgers die zijn video’s likes gaven en daar veel positieve berichten over stuurden. De verdachte was zich bewust dat de video’s (met nasheeds) die hij deelde van IS afkomstig waren en heeft verklaard dat de inhoud van die video’s altijd wel gewelddadig is te noemen. De accounts van de verdachte op sociale media werden regelmatig geblokkeerd in verband met de door hem gedeelde propagandavideo’s, maar dat heeft hem er niet van weerhouden om steeds een nieuw account aan te maken en weer nieuwe video’s te plaatsen.
Het handelen van de verdachte past in de mediastrategie van IS. In het ‘Kennisdocument Elektronische Jihad’ staat beschreven dat in interne documenten van terroristische
organisaties aandacht wordt besteed aan de ‘mediaoorlog’ die gevoerd moet worden in
combinatie met de gewapende strijd. IS stelt de strijd aan het mediafront zelfs gelijk aan de fysieke strijd op het slagveld. Door verspreiding van het propagandamateriaal worden
aanhangers geworven en lukt het IS potentiële aanslagplegers op te roepen. Door gedurende een jaar via verschillende accounts (gewelddadige) propaganda van IS te verspreiden, heeft de verdachte feitelijk een bijdrage geleverd aan de mediastrijd van IS. Op grond van
voornoemde feiten en omstandigheden naar hun uiterlijke verschijningsvorm bezien, is de verdachte daardoor gaan behoren tot het samenwerkingsverband van IS, en heeft hij door het delen van de ideologie van IS ook een bijdrage geleverd aan het terroristische
oogmerk van IS. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte heeft deelgenomen aan de terroristische organisatie IS.
5.2.
Feit 3: opruiing (A) en/of verspreiding tot opruiing (B) tot een terroristisch misdrijf
5.2.1.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit omdat de inhoud van de drie ten laste gelegde
video’s niet (indirect) opruiend zijn.
5.2.2.
Beoordeling
In het artikel 131 Sr Pro en het aanverwante “verspreidingsdelict” artikel 132 Sr Pro, is opruiing tot enig strafbaar feit of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag strafbaar gesteld. Bij artikel 132 Sr Pro gaat het erom dat de dader aan de inhoud van een opruiend geschrift of afbeelding ruchtbaarheid wil geven. Voor een bewezenverklaring van opruiing moet, zo volgt uit de jurisprudentie, aan vier vereisten worden voldaan:
1. Er moet zijn aangezet tot iets ongeoorloofds;
2. Er moet sprake zijn van opzet;
3. Vereist is verder dat de uitlating in het openbaar is gedaan. Van belang is hierbij te
vermelden dat het internet kan worden aangemerkt als een openbare plaats, mits het publiek toegang heeft tot de internetpagina waarop de teksten zijn weergegeven;
4. De uitlating moet bovendien mondeling of bij geschrift of afbeelding zijn gedaan.
De verdachte heeft verklaard dat hij de drie ten laste gelegde video’s heeft bewerkt en
gedeeld op zijn sociale media-accounts (TikTok en Instagram) en dat zijn gebruikersnaam un(n)known7ash is. Gebleken is dat de verdachte een zeer groot bereik en veel volgers heeft gehad op TikTok en op Instagram. De politie heeft onderzoek gedaan naar de inhoud van de gedeelde video’s die bestaat uit teksten en in twee video’s zijn gewelddadige nasheeds te horen. In de video’s wordt de gewapende strijd en het martelaarschap verheerlijkt, wordt
opgeroepen om trouw te zweren aan IS en om uit te reizen. Dit leidt tot de conclusie dat de strekking van het materiaal dat door de verdachte is gedeeld en verspreid – in samenhang bezien – opruiend van aard is en dat is op zodanige wijze gebeurd dat het niet anders kan dan dat iemand ertoe bewogen zou kunnen worden een terroristisch misdrijf te plegen. De opzet tot opruiing en verspreiding ter opruiing tot een terroristisch misdrijf is daarmee
gegeven. Met de vaststelling dat de verdachte de video’s heeft geplaatst en verspreid, kan ook worden geconcludeerd dat hij de video’s in voorraad heeft gehad.
5.2.3.
Conclusie
Het onder 3 A en B ten laste gelegde (verspreiding tot) opruiing tot een terroristisch misdrijf is wettig en overtuigend bewezen.
5.3.
Bewezenverklaring
Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het onder 2 (deelname aan een terroristische organisatie) en 3 (opruiing en verspreiding tot opruiing) ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
2.
hij in
of omstreeksde periode 1 januari 2024 tot en met 22 april 2025 te
De Rijp en/ofRotterdam
en/of ’s-Gravenhage en/of Tilburg en/of Nieuw Vennep, althans in Nederland en/of in België,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleenheeft deelgenomen aan een organisatie, te weten Islamitische Staat (IS), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van
(terroristische
)misdrijven als bedoeld in artikel 83 Wetboek Pro van Strafrecht, te weten:
A. het opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of dit feit iemands dood ten gevolge heeft (zoals bedoeld in artikel 157 Wetboek Pro van Strafrecht), (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 176a van het Wetboek van Strafrecht), en/of
B. doodslag (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 288a van het Wetboek van Strafrecht), en/of
C. moord (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 289 juncto Pro 83 van het Wetboek van Strafrecht), en/of
D. de samenspanning en/of opzettelijke voorbereiding van en/of bevordering tot eerder vermelde misdrijven (zoals bedoeld in artikel 176b en/of 289a en/of 96 lid 2), en/of
E. het voorhanden hebben van een of meer wapens en/of van munitie van de categorieën II en/of III (zoals bedoeld in artikel 26 lid 1 van Pro de Wet Wapens en Munitie) (te) begaan met een terroristisch oogmerk en/of met het oogmerk om een terroristisch misdrijf voor te bereiden of gemakkelijk te maken (zoals bedoeld in artikel 55 lid 1 en Pro/of lid 5 van de Wet Wapens en Munitie);
3.
hij
op één of meer tijdstip(pen)in
of omstreeksdeperiode 1 januari 2024 tot en met 22 april 2025 te Rotterdam en/of elders in Nederland,
tezamen en in vereniging met één of meer ander(en) en/of alleen, (telkens
)
A .
in het openbaar, bij geschrift en bij afbeelding, tot een terroristisch misdrijf
dan wel een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf, en/of enig strafbaar feit en/of gewelddadig optreden tegen het openbaar gezagheeft opgeruid, door het verspreiden van
bericht(en) en/of afbeelding(en) en/ofvideo
(‘s
)via TikTok en
/ofInstagram waarin wordt opgeroepen tot het gewelddadig jihadisme en
/ofhet martelaarschap wordt
verheerlijk
t, te weten:
- een door verdachte zelf bewerkte en
/ofgewaarmerkte video (geplaatst op het
TikTokaccount [account] ), waarin de jihad wordt verheerlijkt met onder meer de tekst’fighting has just begin! Fighting has just begun!’ ( [bestand] ) en
/of
- een door verdachte zelf bewerkte en
/ofgewaarmerkte IS-video (geplaatst op het TikTokaccount [account] ), waarin de jihad wordt verheerlijkt met onder meer de tekst(en) ‘Jihad is a shortcut to paradise’ en ‘every path has a shortcut and the shortcut to Jannah is Jihad’
(p. 262)en
/of
- een door verdachte zelf bewerkte en
/ofgewaarmerkte video (geplaatst op het
Instagramaccount [account] ), waarin wordt opgeroepen tot het zweren van trouw aan IS en het uitreizen naar het kalifaat met de tekst: ‘extend your hand to pledge allegiance. And immigrate to your land. Shout with all your heart ’revenge!’. You cannot remain silent. The banner is flying. The Caliphate has come. How long have we dreamed of it. The time for Hijrah has come.’
(p. 307)
B.
een geschrift en
/ofafbeelding, waarin tot een terroristisch misdrijf
en/of een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf en/of tot enig strafbaar feit en/of gewelddadig optreden tegen het openbaar gezagwordt opgeruid, heeft verspreid, of om verspreid te worden in voorraad heeft gehad, terwijl hij, verdachte
en/of zijn mededader(s),wist
(en) of ernstige reden had(den) om te vermoedendat in
het/de geschrift
(en
)en
/ofde afbeelding
(en
)zodanige opruiing voorkomt, door:
- het verspreiden van
bericht(en) en/of afbeelding(en) en/ofvideo
(‘s
)waarin wordt opgeroepen tot het gewelddadig jihadisme en/of het martelaarschap wordt verheerlijk via TikTok en
/ofInstagram, te weten:
- een door verdachte zelf bewerkte en
/ofgewaarmerkte video (geplaatst op het
TikTokaccount [account] ), waarin de jihad wordt verheerlijkt met onder meer de tekst ‘fighting has just begin! Fighting has just begun!’ ( [bestand] ) en
/of
- een door verdachte zelf bewerkte en
/ofgewaarmerkte IS-video (geplaatst op het TikTokaccount [account] ), waarin de jihad wordt verheerlijkt met onder meer de tekst
(en
)‘Jihad is a shortcut to paradise’ en ‘ever path has a shortcut and the shortcut to Jannah is Jihad’
(p. 262)en
/of
- een door verdachte zelf bewerkte en
/ofgewaarmerkte video (geplaatst op het
Instagramaccount [account] ), waarin wordt opgeroepen tot het zweren van trouw aan IS en het uitreizen naar het kalifaat met de tekst: ‘extend your hand to pledge allegiance. And immigrate to your land. Shout with all your heart ’revenge!’. You cannot remain silent. The banner is flying. The Caliphate has come. How long have we dreamed of it. The time for Hijrah has come.’
(p. 262 van het dossier).
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.
De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan is gegrond op de redengevende inhoud van het voorgaande en op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende tot bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Het vonnis zal in die gevallen waarin de wet dit vereist worden aangevuld met een later bij dit vonnis te voegen bijlage met daarin de inhoud dan wel de opgave van de bewijsmiddelen.

6.Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

2.deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen vanterroristische misdrijven;

3.de eendaadse samenloop van:

in het openbaar, bij geschrift en bij afbeelding tot enig strafbaar feit opruien,terwijl het strafbare feit waartoe wordt opgeruid een terroristisch misdrijf inhoudt, meermalen gepleegd;
en
een geschrift en afbeelding waarin tot enig strafbaar feit wordt opgeruid,verspreiden en om verspreid te worden in voorraad hebben, terwijl hij weet dat in het geschrift en de afbeelding zodanige opruiing voorkomt, terwijl het strafbare feitwaartoe wordt opgeruid een terroristisch misdrijf inhoudt, meermalen gepleegd.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

7.Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

8.Motivering straf

8.1.
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de
omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
8.2.
Feiten waarop de straf is gebaseerd
De toen 15/16-jarige verdachte heeft zich langer dan een jaar schuldig gemaakt aan
deelname aan de terroristische organisatie IS doordat hij met verschillende sociale media-
accounts veelvuldig propagandavideo’s heeft gedeeld en verspreid. De verdachte heeft
hiermee aan het terroristische oogmerk van IS bijgedragen.
Ook heeft de verdachte zich op de sociale mediaplatforms TikTok en Instagram schuldig
gemaakt aan opruiing en verspreiding tot opruiing tot een terroristisch misdrijf. De
verdachte heeft zelf video’s bewerkt en verspreid, waarin wordt opgeroepen tot (het deelnemen aan) de gewelddadige jihadistische strijd en het martelaarschap wordt verheerlijkt. Met zijn handelen heeft de verdachte het risico genomen dat hij anderen hiertoe aanzet.
Het handelen van de verdachte ging veel verder dan stoerdoenerij en onverstandig
internetgedrag, zoals hij en zijn raadsvrouw hebben bepleit. Op de gegevensdragers van de verdachte is een grote hoeveelheid video’s en bestanden aangetroffen die verband houden met het extremistisch gedachtegoed. De door de verdachte gepleegde strafbare feiten zijn zeer ernstig met een groot gevaarzettend karakter. Terrorisme wordt internationaal gezien als één van de ernstigste misdrijven. Het raakt rechtstreeks de openbare orde en de veiligheid en stabiliteit van een samenleving en haar burgers. De verdachte heeft een actieve rol gespeeld in de verspreiding van het gewelddadig jihadistisch gedachtegoed met alle gevolgen van dien.
8.3.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
8.3.1.
Strafblad
Uit de justitiële documentatie van 11 december 2025 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.
8.3.2.
Rapportages en verklaringen van deskundigen op de terechtzitting
Het Terrorisme, Extremisme en Radicaliseringsteam (TER-team) van ReclasseringNederland (hierna te noemen: de reclassering),heeft een rapport over de verdachte
opgemaakt, op 11 december 2025. Dit rapport houdt voor zover van belang het volgende in. Het is duidelijk dat de verdachte voorafgaand aan zijn aanhouding in religieuze zin is
geradicaliseerd. Hij is zich online gaan identificeren met het jihadistisch salafistisch
gedachtegoed van een terroristische organisatie waarin geen mededogen is voor
andersdenkenden. Het gebruik van geweld is hierin toegestaan. Op basis van het proces-
verbaal is er een hoog risico op gewelddadig extremisme. Dit staat echter in groot contrast met de bevindingen uit het ideologisch onderzoek. Hieruit blijkt dat de verdachte géén
ideologie (meer) aanhangt waarin het gebruik van geweld wordt gelegitimeerd, zoals het
jihadistisch salafisme en dat ‘stoerdoenerij’ een belangrijke drijfveer was om zich anders voor te doen. De verdachte krijgt op zijn eigen verzoek en in een vrijwillig kader
theologische begeleiding van een imam en hij neemt vrijwillig deel aan de begeleiding door LSE. Het TER-team komt daarom tot de inschatting dat het risico op gewelddadig
extremisme laag is.
GZ-psycholoog [naam 1] heeft samen met [naam 2],
forensisch milieuonderzoeker (NIFP), een rapport over de verdachte opgemaakt op 29 december 2025. Dit rapport houdt voor zover van belang het volgende in. Op basis van het onderzoek kan niet worden gesproken van een stoornis of een ontwikkelingsachterstand. De online activiteiten (zoeken, vervaardigen en delen van extremistisch gedachtegoed) en contacten met
gelijkgestemde leeftijdsgenoten vonden plaats over een langere periode, waarbij in mindere mate sprake van beïnvloeding lijkt te zijn geweest. Van een duidelijke doorwerking over de langere tijd lijkt daarom geen sprake, waardoor geadviseerd wordt om de ten laste gelegde feiten, indien bewezen, volledig aan de verdachte toe te rekenen. De kans op toekomstig
gewelddadig extremistisch gedrag wordt op korte termijn zonder duidelijke kaders ingeschat op matig. Dit risico komt vooral voort uit de nog weinig stevige identiteit en bijkomende zoektocht naar identiteit en zingeving. Dit maakt de verdachte gevoelig voor beïnvloeding van anderen, ook vanuit de behoefte aan aansluiting en aanzien. Begeleiding rond zijn
identiteitsvorming, waar zijn geloof deel van uitmaakt, lijkt passend waardoor op de langere termijn het risico als laag tot matig wordt geschat. Er wordt een kader van begeleiding
geadviseerd, waarbij zicht wordt gehouden op de ontwikkeling van de verdachte en zijn
omstandigheden via het reeds ingezette toezicht en begeleiding vanuit de jeugdreclassering, waarbij de inzet van een coach en het Landelijk Steunpunt Extremisme (hierna: LSE) of imam een mogelijkheid is. Dit kan worden ingezet als bijzondere voorwaarden bij een
voorwaardelijk strafdeel.
De Raadschrijft in het rapport van 15 januari 2026 over de verdachte dat het van belang is te benadrukken dat in deze zaak niet uitsluitend sprake lijkt te zijn van impulsieve of
incidentele uitingen. Vriendschappen waren deels gebaseerd op ideologische interesses en online interacties, waarbij kritische reflectie of morele begrenzing ontbrak. De Raad ziet hierin een belangrijk aandachtspunt, omdat duurzame gedragsverandering niet alleen
afhankelijk is van individuele motivatie, maar ook van de kwaliteit en veiligheid van het
sociale netwerk waarin een jongere zicht begeeft. Sinds zijn aanhouding heeft de verdachte aantoonbaar stappen gezet in zijn ontwikkeling. Met betrekking tot zijn ideologische
ontwikkeling ziet de Raad een genuanceerd beeld. De Raad onderschrijft de risicotaxaties van het NIFP en het TER-team, maar benadrukt dat dit risico kan toenemen wanneer de
beschermende factoren wegvallen.
De Raad adviseert oplegging van een (deels) voorwaardelijke jeugddetentie in combinatie met een onvoorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf. Daarbij worden als
bijzondere voorwaarden geadviseerd dat de verdachte:
  • zich zal houden aan de aanwijzingen van JBRR;
  • het onthouden van het bezoeken van een digitale omgeving waarin materiaal met
  • het onthouden van het gebruik van sociale media platforms, waarbij vrijheden kunnen worden opgebouwd op aanwijzing van de jeugdreclassering in overleg met het
  • het volgen van onderwijs volgens rooster;
  • meewerken aan hulpverlening zoals een coach van E25;
  • meewerken aan de inzet en begeleiding van het LSE of NTA;
  • zich niet zal bevinden op de internationale luchthavens: Schiphol, Rotterdam The Hague Airport, Eelde, Eindhoven en Maastricht;
  • zich niet zal bevinden in de buurt van landsgrenzen en Nederland niet zal verlaten
zich zal houden aan een contactverbod met de medeverdachten.
Ook wordt de dadelijke uitvoerbaarheid van de voorwaarden geadviseerd.
JBRRschrijft in het rapport van 16 januari 2026 over de verdachte dat de schorsingsperiode positief is verlopen, waardoor minder bijzondere voorwaarden worden geadviseerd dan
tijdens de schorsingsperiode van kracht waren. Vanuit pedagogisch en ontwikkelingsgericht perspectief is het van belang dat de verdachte weer gebruik kan maken van zijn telefoon en sociale media. De begeleiding door het LSE staat hierbij voorop en, als het nodig is, kan aanvullende ondersteuning worden ingezet. Een verbod op het overschrijden landsgrenzen of het betreden van vliegvelden wordt door de jeugdbeschermer niet langer noodzakelijk gevonden, aangezien er geen concrete aanwijzingen voor risico’s zijn, Het adviseren van een onvoorwaardelijke taakstraf is overwogen, maar de beschikbare leer- en taakstraffen sluiten onvoldoende aan bij de problematiek en leerbehoefte van de verdachte, en bieden naar verwachting geen meerwaarde.
JBRR adviseert om aan de verdachte een deels onvoorwaardelijke jeugddetentie op te leggen gelijk aan de duur van het voorarrest en een deels voorwaardelijke jeugddetentie met een proeftijd van twee jaren. Als bijzondere voorwaarden wordt geadviseerd dat de
verdachte:
  • zal meewerken aan begeleiding door de jeugdreclassering;
  • naar school zal gaan volgens rooster;
  • een positieve vrijheidsbesteding zal hebben;
  • mee zal werken aan behandeling en/of coach door De Waag of een soortgelijke zorgaanbieder;
  • zal meewerken aan telefoon- en sociale mediacontroles uitgevoerd door de jeugdreclassering en politie;
  • zich zal houden aan een contactverbod met de medeverdachten.
Op de zitting heeft
de deskundige [naam 3], werkzaam als jeugdreclasseerder bij JBRR verklaard dat de verdachte als schorsingsvoorwaarde al een lange tijd een verbod heeft op het gebruik van sociale media en dat hij zijn vrienden mist. Het is wenselijk dat hij gaat leren om op de juiste manier met sociale media om te gaan. Van belang blijft echter wel dat aan de verdachte de verplichting wordt opgelegd mee te werken aan de (willekeurige) controles van zijn telefoon en sociale media. Op basis van het dossier wordt de algemene kans op herhaling ingeschat op hoog, terwijl het dynamisch recidiverisico zeer laag is. Oplegging van een voorwaardelijk strafdeel heeft de voorkeur boven oplegging van een onvoorwaardelijke werkstraf.
Op de zitting heeft
de deskundige, [naam 4], werkzaam als zittingsvertegenwoordiger van de Raad, verklaard dat een geheel verbod op sociale media niet raadzaam is, omdat het
belangrijk is dat de verdachte onder regie van de jeugdreclassering toe gaat werken aan de opbouw van het gebruik van sociale media. De verklaringen van de verdachte ter zitting
rijmen niet met de verdenkingen die tegen hem zijn gericht, daarop zijn de strakke
voorwaarden ook gericht. Van groot belang is de begeleiding van het LSE, dat de
jeugdreclassering er bovenop zit en dat de moeder betrokken wordt in het geheel. Er wordt geen meerwaarde gezien in de oplegging van een onvoorwaardelijke werkstraf. Belangrijker is het om een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen als stok achter de deur.
8.4.
Conclusies van de rechtbank
Gelet op dat wat de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende
conclusies.
Toerekeningsvatbaarheid
De conclusie van de GZ-psycholoog wordt gedragen door haar bevindingen. De rechtbank neemt die conclusie over en maakt die tot de hare. Bij de verdachte was ten tijde van de ten laste gelegde feiten geen sprake van een psychische stoornis of een gebrekkige ontwikkeling van de geestesvermogens. Daarom acht de rechtbank de verdachte voor deze feiten volledig
toerekeningsvatbaar.
Strafoplegging
Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank acht geslagen op de jeugdige leeftijd van de verdachte, verdachte was gedurende de pleegperiode 15 en 16 jaar oud, en op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. De rechtbank zal een lagere straf opleggen dan door de officier van justitie is gevorderd, omdat zij minder feiten bewezen acht. Uit de rapportages komt naar voren dat de verdachte voorafgaand aan de aanhouding is geradicaliseerd en ondanks de zichtbare gedragsverandering op dit
moment bestaan er zorgen over de duurzaamheid daarvan. Het belang van begeleiding van de verdachte wordt meermalen benadrukt. In het voordeel van de verdachte weegt de
rechtbank mee de stevige schorsingsvoorwaarden die de verdachte heeft moeten naleven en dat hij zich daar goed aan heeft gehouden. Ter zitting is naar voren gebracht dat verdachte onzeker is over zijn toekomst. Hij heeft en dubbele nationaliteit. Het is daardoor niet
uitgesloten dat hij daarvan gevolgen zal ondervinden in de vorm van het intrekken van het Nederlanderschap. De rechtbank onderkent dat dit een zware last is voor verdachte. Deze onzekerheid en de onrechtvaardigheid van het eventuele gevolg zal de rechtbank in
strafmatigende zin meewegen. Het voorwaardelijk strafdeel dient ertoe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank is van oordeel dat de combinatie van de deels voorwaardelijke jeugddetentie met de bijzondere voorwaarden (gelet op het aantal en de zwaarte daarvan) de ernst van de bewezenverklaarde feiten voldoende tot uitdrukking brengt en ziet geen aanleiding om daarnaast nog een
onvoorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf aan de verdachte op te leggen.
Dadelijke uitvoerbaarheid
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een misdrijf dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Uit de opgestelde rapportages volgt dat als de verdachte geen behandeling of ondersteuning krijg de kans aanwezig is dat hij opnieuw strafbare feiten zal plegen die een gevaar kunnen
opleveren voor andere mensen. Het is van belang dat de begeleiding van de verdachte zo snel mogelijk van start gaat. Daarom zal de rechtbank bevelen dat de hierna op grond van artikel 77z Sr te stellen voorwaarden en het op grond van artikel 77aa Sr uit te oefenen
toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf, waaronder de hieronder
besproken verbeurdverklaring passend en geboden, te weten een jeugddetentie voor de duur van 159 dagen, waarvan 100 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en de hierna te noemen bijzondere voorwaarden met aftrek van de tijd die de verdachte al in
voorarrest heeft doorgebracht.

9.In beslag genomen voorwerpen

9.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd de in beslag genomen mobiele telefoon (iPhone 13, in beslag genomen onder nummer: [nummer]) verbeurd te verklaren.
9.2.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft verzocht om de iPhone 13 aan de verdachte te retourneren.
9.3.
Beoordeling
De in beslag genomen mobiele telefoon zal worden verbeurd verklaard. Deze telefoon
behoort aan de verdachte toe en de bewezen feiten zijn met dit voorwerp begaan.

10.Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 33, 33a, 55, 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 131, 132 en 140a van het Wetboek van Strafrecht.

11.Bijlage

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

12.Beslissing

De rechtbank:
verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair (voorbereiding en/of bevordering van een terroristisch misdrijf) en subsidiair (training voor terrorisme) ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart bewezen dat de verdachte de onder 2 (deelneming aan een terroristische organisatie) en 3 (opruiing en verspreiding tot opruiing tot een terroristisch misdrijf) ten laste
gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan
hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie
voor de duur van 159 (honderdnegenenvijftig) dagen;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie groot
100 (honderd) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op
2 (twee) jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet
naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet
naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;
stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
- zich gedurende een door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam
Rijnmond te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de reclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;
- gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – gebruik zal (laten)
maken van sociale media platforms zoals (maar niet uitsluitend) Telegram, TikTok,
Snapchat en Instagram en andere platforms, waar hij een grotere groep mensen kan bereiken met zijn woorden dan wel uitlatingen, met uitzondering van WhatsApp, zolang de
jeugdreclassering dit nodig acht. Het wordt de veroordeelde verboden om software te
gebruiken om het verbod van sociale media platforms te omzeilen, zoals Tor. VPN 12P of Freenet. De veroordeelde vermijdt dat hij in aanraking komt met jihadistisch, extremistisch, en/of radicaal materiaal en vermijdt dat er jihadistisch, extremistisch, en/of radicaal
materiaal op zijn digitale gegevensdragers komt en verder wordt verspreid. De veroordeelde onthoudt zich op welke wijze dan ook van het bezoeken van een digitale omgeving waarin jihadistisch, extremistisch, en/of radicaal materiaal kan worden verkregen, en het bezoeken van/deelnemen aan een digitale omgeving waarin over jihadistisch, extremistisch, en/of
anderszins radicaal gedachtegoed wordt gecommuniceerd, zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
- gedurende de proeftijd ter naleving van de bovengenoemde verboden zijn medewerking zal verlenen aan (onaangekondigde) controles van zijn digitale gegevensdragers, indien en zolang de jeugdreclassering deze verboden nodig vindt, ook wanneer dit inhoudt dat het
digitale onderzoek door een externe deskundige (bijvoorbeeld een ambtenaar van de politie) wordt verricht, waarbij het aantal controles wordt gemaximeerd op 6 keer per jaar.
De veroordeelde verstrekt toegang tot zijn gegevensdragers;
- gedurende de proeftijd zijn medewerking zal verlenen aan het voeren van gesprekken over geloofsbeleving/ideologie met een door de reclassering aan te wijzen (theologisch) deskundige, zolang de reclassering dit nodig vindt. De (theologisch) deskundige bepaalt de gespreksonderwerpen en het traject en beoordeelt of er daadwerkelijk sprake is van een constructieve medewerking;
- naar school zal gaan volgens rooster en zich zal houden aan de daar geldende regels;
- zal meewerken aan de begeleiding door een coach van E25 of een soortgelijke instelling;
- gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met:
[persoon 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2008;
[persoon 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2010;
[persoon 3] , geboren op [geboortedatum 4] 2007;
[persoon 4] , geboren op [geboortedatum 5] 2009;
[persoon 5] , geboren op [geboortedatum 6] 2008;
[persoon 6] , geboren op [geboortedatum 7] 2010;
[persoon 7] , geboren op [geboortedatum 8] 2010;
[persoon 8] , geboren op [geboortedatum 9] 2006;
[persoon 9] , geboren op [geboortedatum 10] 2004;
[persoon 10] , geboren op [geboortedatum 11] 1982:
[persoon 11] , geboren op [geboortedatum 12] 2005;
[persoon 12] , geboren op [geboortedatum 13] 1974;
[persoon 13] , geboren op [geboortedatum 14] 1987;
[persoon 14] , geboren op [geboortedatum 15] 1995;
[persoon 15] , geboren op [geboortedatum 16] 2006;
[persoon 16] , geboren op [geboortedatum 17] 2004;
[persoon 17] , geboren op [geboortedatum 18] 2007;
[persoon 18] , geboren op [geboortedatum 19] 2008;
[persoon 19] , geboren op [geboortedatum 21] 2007.
verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden
- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;
- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht;
geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de
veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
beveelt dat de gestelde voorwaarden en het aan genoemde jeugdreclasseringsinstelling
opgedragen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn;
beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:
- verklaart verbeurd als bijkomende straf voor de feiten 2 en 3: een mobiele telefoon (iPhone 12, inbeslaggenomen onder nummer: [nummer] );
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij
eerdere beslissing geschorst.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. L. Feraaune, voorzitter,
en mrs. W.M. Stolk en K.T.F. Chocolaad-de Bos, kinderrechters,
in tegenwoordigheid van mrs. M.J.A. Batenburg en V.E. Scholtens, griffiers,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 februari 2026.
Bijlage
Tekst nader omschreven tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
Feit 1
hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in de periode van 18 maart 2024 tot en met 22 april 2025 te Rotterdam, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens)
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk met het oogmerk ter voorbereiding en/of ter bevordering van de/het (meermalen) te plegen misdrij(f)(ven) omschreven in artikel 83 en Pro/of 157 en/of 176a en/of 176b en/of 289(a) en/of 288a van het Wetboek van Strafrecht, te weten:
- moord en/of doodslag (te) begaan met een terroristisch oogmerk, en/of
- het opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en/of levensgevaar voor een ander te duchten is (te) begaan met een terroristisch oogmerk,
- een ander heeft trachten te bewegen om het misdrijf te plegen, te doen plegen of mede te plegen, om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen en/of
- gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van het misdrijf aan zich en/of anderen heeft verschaft en/of heeft trachten te verschaffen en/of
- voorwerpen voorhanden heeft gehad waarvan hij wist dat zij bestemd zijn tot het plegen van het misdrijf, door,
A. zich het radicaal extremistisch gedachtegoed van de gewapende Jihadstrijd met een terroristisch oogmerk, gevoerd door terroristische organisaties als Islamitische Staat (IS) eigen te maken, en/of
B. via Whatsapp contact te hebben met ‘Tuniii’, over het plegen van een of meer aanslag(en) (tegen leden van) (in) de Tweede Kamer en/of elders in Nederland, en/of
C. twee handleidingen voor het vervaardigen van een explosief, te weten ‘solidox bombs by the jolly roger’ en/of ‘making plastic explosives from beach by the jolly roger’, op te slaan en/of voorhanden te hebben en/of aan die ‘Tuniii’ te verspreiden;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in de periode van 18 maart 2024 tot en met 22 april 2025 te Rotterdam, althans in Nederland, zich en/of een ander, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of heeft getracht te verschaffen, tot het plegen van een terroristisch misdrijf dan wel tot het plegen van een misdrijf ter voorbereiding en/of ter vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf, als bedoeld in artikel 83 dan Pro wel artikel 83b Wetboek van strafrecht dan wel zich kennis of vaardigheden daartoe heeft verworven en/of een ander heeft bijgebracht, door
A. zich het radicaal extremistisch gedachtegoed van de gewapende Jihadstrijd met een terroristisch oogmerk, gevoerd door terroristische organisaties als Islamitische Staat (IS) eigen te maken, en/of
B. via Whatsapp contact te hebben met ‘Tuniii’, over het plegen van een of meer aanslag(en) (tegen leden van) (in) de Tweede Kamer en/of elders in Nederland, en/of
C. twee handleidingen voor het vervaardigen van een explosief, te weten ‘solidox bombs by the jolly roger’ en/of ‘making plastic explosives from beach by the jolly roger’, op te slaan en/of voorhanden te hebben en/of aan die ‘Tuniii’ te verspreiden;
Feit 2
hij in of omstreeks de periode 1 januari 2024 tot en met 22 april 2025 te De Rijp en/of Rotterdam en/of ’s-Gravenhage en/of Tilburg en/of Nieuw Vennep, althans in Nederland en/of in België, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen heeft deelgenomen aan een organisatie, te wetenIslamitische Staat (IS), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van (terroristische) misdrijven als bedoeld in artikel 83 Wetboek Pro van Strafrecht, te weten:
A. het opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of dit feit iemands dood ten gevolge heeft (zoals bedoeld in artikel 157 Wetboek Pro van Strafrecht), (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 176a van het Wetboek van Strafrecht), en/of
B. doodslag (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 288a van het Wetboek van Strafrecht), en/of
C. moord (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 289 juncto Pro 83 van het Wetboek van Strafrecht), en/of
D. de samenspanning en/of opzettelijke voorbereiding van en/of bevordering tot eerder vermelde misdrijven (zoals bedoeld in artikel 176b en/of 289a en/of 96 lid 2), en/of
E. het voorhanden hebben van een of meer wapens en/of van munitie van de categorieën II en/of III (zoals bedoeld in artikel 26 lid 1 van Pro de Wet Wapens en Munitie) (te) begaan met een terroristisch oogmerk en/of met het oogmerk om een terroristisch misdrijf voor te bereiden of gemakkelijk te maken (zoals bedoeld in artikel 55 lid 1 en Pro/of lid 5 van de Wet Wapens en Munitie);
Feit 3
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks periode 1 januari 2024 tot en met 22 april 2025 te Rotterdam en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer ander(en) en/of alleen, (telkens)
A.
in het openbaar, bij geschrift en/of bij afbeelding, tot een terroristisch misdrijf dan wel een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf, en/of enig strafbaar feit en/of gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag heeft opgeruid, door het verspreiden van bericht(en) en/of afbeelding(en) en/of video(‘s) via TikTok en/of Instagram waarin wordt opgeroepen tot het gewelddadig jihadisme en/of het martelaarschap wordt verheerlijk, te weten:
- een door verdachte zelf bewerkte en/of gewaarmerkte video (geplaatst op het TikTokaccount [account] ), waarin de jihad wordt verheerlijkt met onder meer de tekst’fighting has just begin! Fighting has just begun!’ ( [bestand] ) en/of
- een door verdachte zelf bewerkte en/of gewaarmerkte IS-video (geplaatst op het TikTokaccount [account] ), waarin de jihad wordt verheerlijkt met onder meer de tekst(en) ‘Jihad is a shortcut to paradise’ en ‘every path has a shortcut and the shortcut to Jannah is Jihad’ (p. 262) en/of
- een door verdachte zelf bewerkte en/of gewaarmerkte video (geplaatst op het Instagramaccount [account] ), waarin wordt opgeroepen tot het zweren van trouw aan IS en het uitreizen naar het kalifaat met de tekst: ‘extend your hand to pledge allegiance. And immigrate to your land. Shout with all your heart ’revenge!’. You cannot remain silent. The banner is flying. The Caliphate has come. How long have we dreamed of it. The time for Hijrah has come.’ (p. 307)
B.
een geschrift en/of afbeelding, waarin tot een terroristisch misdrijf en/of een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf en/of tot enig strafbaar feit en/of gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag wordt opgeruid, heeft verspreid, of om verspreid te worden in voorraad heeft gehad, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat in het/de geschrift(en) en/of de afbeelding(en) zodanige opruiing voorkomt, door: - het verspreiden van bericht(en) en/of afbeelding(en) en/of video(‘s) waarin wordt opgeroepen tot het gewelddadig jihadisme en/of het martelaarschap wordt verheerlijk via TikTok en/of Instagram, te weten:
- een door verdachte zelf bewerkte en/of gewaarmerkte video (geplaatst op het TikTokaccount [account] ), waarin de jihad wordt verheerlijkt met onder meer de tekst ‘fighting has just begin! Fighting has just begun!’ ( [bestand] ) en/of
- een door verdachte zelf bewerkte en/of gewaarmerkte IS-video (geplaatst op het TikTokaccount [account] ), waarin de jihad wordt verheerlijkt met onder meer de tekst(en) ‘Jihad is a shortcut to paradise’ en ‘ever path has a shortcut and the shortcut to Jannah is Jihad’ (p. 262) en/of
- een door verdachte zelf bewerkte en/of gewaarmerkte video (geplaatst op het Instagramaccount [account] ), waarin wordt opgeroepen tot het zweren van trouw aan IS en het uitreizen naar het kalifaat met de tekst: ‘extend your hand to pledge allegiance. And immigrate to your land. Shout with all your heart ’revenge!’. You cannot remain silent. The banner is flying. The Caliphate has come. How long have we dreamed of it. The time for Hijrah has come.’ (p. 262 van het dossier).