Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van de onder 1 primair (voorbereiding of bevordering van een
- veroordeling van de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 238 dagen met
- met opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: JBRR) tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
- dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden en het uit te oefenen toezicht;
- veroordeling van de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 200 uren, subsidiair 100 dagen vervangende jeugddetentie;
- opheffing van het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
4.Vrijspraak feit 1 (primair en subsidiair)
Standpunt officier van justitie
gesteld die in verband zijn te brengen met het gewelddadig jihadisme en de Islamitische Staat (IS). De verdachte heeft contact onderhouden met een Belgische man die verdacht wordt van het plegen van terroristische misdrijven en Sharia4Europe wilde oprichten. Op de telefoon van de verdachte is ook een één-op-één chat gevonden met [medeverdachte] . In die chat spreken zij met elkaar veel over IS, laten zij blijken aanhanger van IS te zijn en spreekt [medeverdachte] de wens uit om een bomaanslag te plegen in Nederland. De verdachte heeft twee handleidingen voor het maken van een bom naar [medeverdachte] toegestuurd. Op een later moment spreekt de verdachte naar [medeverdachte] de wens uit een aanslag te willen plegen.
Bovendien heeft de verdachte op meerdere sociale media-accounts video’s geplaatst die
gewelddadig en jihadistisch van karakter zijn en heeft hij geposeerd met een IS-vlag.
Primair: voorbereiding terroristisch misdrijf
voorbereiding of bevordering van terroristische misdrijven, voldoende dat het oogmerk van de verdachte op het begaan van die misdrijven is gericht. Een concretisering van het voor te bereiden of te bevorderen misdrijf naar tijdstip, plaats en wijze van uitvoering is daarbij niet vereist. De Hoge Raad overweegt in dit verband dat, gelet op de wetsgeschiedenis, de voor toepassing van artikel 46 Sr Pro vereiste mate van concretisering ook geldt voor artikel 96, tweede lid, Sr. Vereist is daarom slechts dat met voldoende bepaaldheid blijkt op welk
terroristisch misdrijf de ander aan artikel 96, tweede lid, Sr ontleende voorbereidings- of
bevorderingshandelingen waren gericht.
vastgesteld dat de verdachte de feitelijke handelingen ten laste gelegd onder A, B en C heeft
begaan. Dit betekent dat de verdachte zich het radicaal extremistisch gedachtegoed van IS eigen heeft gemaakt, hij met [medeverdachte] contact heeft gehad over het plegen van aanslagen en dat hij twee handleidingen voor het vervaardigen van een explosief aan [medeverdachte] heeft verspreid. Anders dan de officier van justitie, is de rechtbank van oordeel dat daarmee niet is gebleken dat de verdachte een voldoende vergevorderd plan had om daadwerkelijk een terroristisch misdrijf voor te bereiden of te bevorderen. De gesprekken met [medeverdachte] , de zoekresultaten op telefoon van de verdachte en de bij de verdachte aangetroffen en door hem gedeelde video’s geven blijk van een grote interesse in het extremistisch jihadistische gedachtegoed en de
gewelddadige praktijken van IS. In de gesprekken met medeverdachte [medeverdachte] wordt onder andere gesproken over het vernietigen van de ‘kuffar’ (ongelovigen), over het uitreizen naar ‘dawlah’ (IS) en er worden zelfs gesprekken gevoerd over mogelijke doelwitten of locaties voor een aanslag. De rechtbank is van oordeel dat hieruit blijkt dat de verdachte weliswaar geradicaliseerd was en zeer verwerpelijke uitlatingen heeft gedaan, maar ziet onvoldoende aanwijzingen om te concluderen dat deze handelingen – ook niet in onderlinge samenhang bezien – aan te merken zijn als voorbereidingshandelingen voor het plegen van misdrijven met een terroristisch motief.
verdachte en de doorzoeking van zijn woning zijn er geen (onderdelen van) wapens, munitie en explosieven gevonden, waaruit mogelijk de daadwerkelijke voorbereiding van een
terroristisch misdrijf kan worden afgeleid. Evenmin is gebleken dat de verdachte of de
medeverdachte [medeverdachte] na ontvangst van de handleidingen ook de benodigdheden voor het maken van een explosief is gaan verzamelen. Daarnaast betrekt de rechtbank in haar oordeel dat de gesprekken met [medeverdachte] plaatsvonden in de context van een (liefdes)relatie. De
gesprekken met betrekking tot de tenlastegelegde feiten waren een klein onderdeel in de zeer uitgebreide gesprekken over allerhande onderwerpen tussen de twee.
voorbereidings- of bevorderingshandelingen heeft verricht. De verdachte zal daarom worden vrijgesproken van de ten laste gelegde (medeplegen) voorbereiding en/of bevordering van een terroristisch misdrijf.
Subsidiair: deelnemen aan training voor terrorisme
tussen de verweten gedragingen met enige vorm van training voor terrorisme. Strafbaar is het op enigerlei wijze meewerken (als trainer) en het deelnemen (als getrainde) aan
trainingen voor terrorisme. Onder training voor terrorisme moet worden verstaan het
verwerven of een ander bijbrengen van kennis of vaardigheden tot het plegen van een
terroristisch misdrijf dan wel een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf. Hierbij is vereist dat de verdachte het oogmerk heeft om die
kennis of vaardigheden voor een terroristisch misdrijf aan te wenden. Voor het zich
verwerven of een ander bijbrengen van kennis of vaardigheden voor een terroristisch
misdrijf volstaat voorwaardelijk opzet. Onder de reikwijdte van de strafbaarstelling valt ook de eenling die zich via het internet op de hoogte stelt van kennis en informatie ten behoeve van het plegen van een terroristisch misdrijf of het vergemakkelijken ervan.
training heeft deelgenomen dan wel deze zou hebben gegeven. Weliswaar heeft de
verdachte gewelddadig jihadistisch materiaal geraadpleegd en in de gesprekken met
medeverdachte [medeverdachte] gesproken over IS en hun verlangens tot het plegen van een aanslag, maar hieruit is niet gebleken dat de verdachte kennis heeft vergaard of heeft overgebracht met het doel om een terroristisch misdrijf te plegen.
handleidingen daadwerkelijk heeft gelezen, kan immers niet worden vastgesteld dat de
verdachte er kennis mee heeft opgedaan. Door het versturen van de handleidingen aan
medeverdachte [medeverdachte] heeft de verdachte inlichtingen verstrekt dan wel geprobeerd te
verstrekken. Niet is gebleken of medeverdachte [medeverdachte] de handleidingen vervolgens heeft
gebruikt om de benodigdheden voor het maken van een explosief te verzamelen. Het enkel verschaffen van kennis is niet voldoende om te kunnen spreken van een trainingshandeling in de zin van artikel 134a Sr. Aangezien het dossier geen (verdere) concrete aanwijzingen bevat voor de vaststelling dat de verdachte een terroristisch misdrijf aan het voorbereiden of
vergemakkelijken was door zelf kennis op te doen of dit aan medeverdachte [medeverdachte] over te brengen, zal hij daarom ook van het subsidiair ten laste gelegde worden vrijgesproken.
Conclusie
5.Bewijswaardering feiten 2 en 3
samenwerkingsverband en geen deelnemingshandelingen heeft verricht.
samenwerkingsverband en een aandeel heeft in gedragingen dan wel gedragingen
ondersteunt die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in dat artikel bedoelde oogmerk.
jihadisme en dat hij aan het radicaliseren was. Uit het digitale onderzoek van zijn
gegevensdragers zijn veel afbeeldingen en video’s aangetroffen gerelateerd aan terrorisme en jihadisme. De verdachte heeft verklaard dat hij zich bezig heeft gehouden met het maken van video’s en het delen van video’s op sociale media, zoals TikTok, Instagram en
Telegram. Hij had een groot bereik met veel volgers die zijn video’s likes gaven en daar veel positieve berichten over stuurden. De verdachte was zich bewust dat de video’s (met nasheeds) die hij deelde van IS afkomstig waren en heeft verklaard dat de inhoud van die video’s altijd wel gewelddadig is te noemen. De accounts van de verdachte op sociale media werden regelmatig geblokkeerd in verband met de door hem gedeelde propagandavideo’s, maar dat heeft hem er niet van weerhouden om steeds een nieuw account aan te maken en weer nieuwe video’s te plaatsen.
organisaties aandacht wordt besteed aan de ‘mediaoorlog’ die gevoerd moet worden in
combinatie met de gewapende strijd. IS stelt de strijd aan het mediafront zelfs gelijk aan de fysieke strijd op het slagveld. Door verspreiding van het propagandamateriaal worden
aanhangers geworven en lukt het IS potentiële aanslagplegers op te roepen. Door gedurende een jaar via verschillende accounts (gewelddadige) propaganda van IS te verspreiden, heeft de verdachte feitelijk een bijdrage geleverd aan de mediastrijd van IS. Op grond van
voornoemde feiten en omstandigheden naar hun uiterlijke verschijningsvorm bezien, is de verdachte daardoor gaan behoren tot het samenwerkingsverband van IS, en heeft hij door het delen van de ideologie van IS ook een bijdrage geleverd aan het terroristische
oogmerk van IS. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte heeft deelgenomen aan de terroristische organisatie IS.
video’s niet (indirect) opruiend zijn.
vermelden dat het internet kan worden aangemerkt als een openbare plaats, mits het publiek toegang heeft tot de internetpagina waarop de teksten zijn weergegeven;
gedeeld op zijn sociale media-accounts (TikTok en Instagram) en dat zijn gebruikersnaam un(n)known7ash is. Gebleken is dat de verdachte een zeer groot bereik en veel volgers heeft gehad op TikTok en op Instagram. De politie heeft onderzoek gedaan naar de inhoud van de gedeelde video’s die bestaat uit teksten en in twee video’s zijn gewelddadige nasheeds te horen. In de video’s wordt de gewapende strijd en het martelaarschap verheerlijkt, wordt
opgeroepen om trouw te zweren aan IS en om uit te reizen. Dit leidt tot de conclusie dat de strekking van het materiaal dat door de verdachte is gedeeld en verspreid – in samenhang bezien – opruiend van aard is en dat is op zodanige wijze gebeurd dat het niet anders kan dan dat iemand ertoe bewogen zou kunnen worden een terroristisch misdrijf te plegen. De opzet tot opruiing en verspreiding ter opruiing tot een terroristisch misdrijf is daarmee
gegeven. Met de vaststelling dat de verdachte de video’s heeft geplaatst en verspreid, kan ook worden geconcludeerd dat hij de video’s in voorraad heeft gehad.
of omstreeksde periode 1 januari 2024 tot en met 22 april 2025 te
De Rijp en/ofRotterdam
en/of ’s-Gravenhage en/of Tilburg en/of Nieuw Vennep, althans in Nederland en/of in België,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleenheeft deelgenomen aan een organisatie, te weten Islamitische Staat (IS), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van
(terroristische
)misdrijven als bedoeld in artikel 83 Wetboek Pro van Strafrecht, te weten:
op één of meer tijdstip(pen)in
of omstreeksdeperiode 1 januari 2024 tot en met 22 april 2025 te Rotterdam en/of elders in Nederland,
tezamen en in vereniging met één of meer ander(en) en/of alleen, (telkens
)
dan wel een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf, en/of enig strafbaar feit en/of gewelddadig optreden tegen het openbaar gezagheeft opgeruid, door het verspreiden van
bericht(en) en/of afbeelding(en) en/ofvideo
(‘s
)via TikTok en
/ofInstagram waarin wordt opgeroepen tot het gewelddadig jihadisme en
/ofhet martelaarschap wordt
verheerlijk
t, te weten:
/ofgewaarmerkte video (geplaatst op het
TikTokaccount [account] ), waarin de jihad wordt verheerlijkt met onder meer de tekst’fighting has just begin! Fighting has just begun!’ ( [bestand] ) en
/of
/ofgewaarmerkte IS-video (geplaatst op het TikTokaccount [account] ), waarin de jihad wordt verheerlijkt met onder meer de tekst(en) ‘Jihad is a shortcut to paradise’ en ‘every path has a shortcut and the shortcut to Jannah is Jihad’
(p. 262)en
/of
/ofgewaarmerkte video (geplaatst op het
Instagramaccount [account] ), waarin wordt opgeroepen tot het zweren van trouw aan IS en het uitreizen naar het kalifaat met de tekst: ‘extend your hand to pledge allegiance. And immigrate to your land. Shout with all your heart ’revenge!’. You cannot remain silent. The banner is flying. The Caliphate has come. How long have we dreamed of it. The time for Hijrah has come.’
(p. 307)
/ofafbeelding, waarin tot een terroristisch misdrijf
en/of een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf en/of tot enig strafbaar feit en/of gewelddadig optreden tegen het openbaar gezagwordt opgeruid, heeft verspreid, of om verspreid te worden in voorraad heeft gehad, terwijl hij, verdachte
en/of zijn mededader(s),wist
(en) of ernstige reden had(den) om te vermoedendat in
het/de geschrift
(en
)en
/ofde afbeelding
(en
)zodanige opruiing voorkomt, door:
- het verspreiden van
bericht(en) en/of afbeelding(en) en/ofvideo
(‘s
)waarin wordt opgeroepen tot het gewelddadig jihadisme en/of het martelaarschap wordt verheerlijk via TikTok en
/ofInstagram, te weten:
/ofgewaarmerkte video (geplaatst op het
TikTokaccount [account] ), waarin de jihad wordt verheerlijkt met onder meer de tekst ‘fighting has just begin! Fighting has just begun!’ ( [bestand] ) en
/of
/ofgewaarmerkte IS-video (geplaatst op het TikTokaccount [account] ), waarin de jihad wordt verheerlijkt met onder meer de tekst
(en
)‘Jihad is a shortcut to paradise’ en ‘ever path has a shortcut and the shortcut to Jannah is Jihad’
(p. 262)en
/of
/ofgewaarmerkte video (geplaatst op het
Instagramaccount [account] ), waarin wordt opgeroepen tot het zweren van trouw aan IS en het uitreizen naar het kalifaat met de tekst: ‘extend your hand to pledge allegiance. And immigrate to your land. Shout with all your heart ’revenge!’. You cannot remain silent. The banner is flying. The Caliphate has come. How long have we dreamed of it. The time for Hijrah has come.’
(p. 262 van het dossier).
6.Strafbaarheid feiten
2.deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen vanterroristische misdrijven;
3.de eendaadse samenloop van:
7.Strafbaarheid verdachte
8.Motivering straf
omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
deelname aan de terroristische organisatie IS doordat hij met verschillende sociale media-
accounts veelvuldig propagandavideo’s heeft gedeeld en verspreid. De verdachte heeft
hiermee aan het terroristische oogmerk van IS bijgedragen.
gemaakt aan opruiing en verspreiding tot opruiing tot een terroristisch misdrijf. De
verdachte heeft zelf video’s bewerkt en verspreid, waarin wordt opgeroepen tot (het deelnemen aan) de gewelddadige jihadistische strijd en het martelaarschap wordt verheerlijkt. Met zijn handelen heeft de verdachte het risico genomen dat hij anderen hiertoe aanzet.
internetgedrag, zoals hij en zijn raadsvrouw hebben bepleit. Op de gegevensdragers van de verdachte is een grote hoeveelheid video’s en bestanden aangetroffen die verband houden met het extremistisch gedachtegoed. De door de verdachte gepleegde strafbare feiten zijn zeer ernstig met een groot gevaarzettend karakter. Terrorisme wordt internationaal gezien als één van de ernstigste misdrijven. Het raakt rechtstreeks de openbare orde en de veiligheid en stabiliteit van een samenleving en haar burgers. De verdachte heeft een actieve rol gespeeld in de verspreiding van het gewelddadig jihadistisch gedachtegoed met alle gevolgen van dien.
opgemaakt, op 11 december 2025. Dit rapport houdt voor zover van belang het volgende in. Het is duidelijk dat de verdachte voorafgaand aan zijn aanhouding in religieuze zin is
geradicaliseerd. Hij is zich online gaan identificeren met het jihadistisch salafistisch
gedachtegoed van een terroristische organisatie waarin geen mededogen is voor
andersdenkenden. Het gebruik van geweld is hierin toegestaan. Op basis van het proces-
verbaal is er een hoog risico op gewelddadig extremisme. Dit staat echter in groot contrast met de bevindingen uit het ideologisch onderzoek. Hieruit blijkt dat de verdachte géén
ideologie (meer) aanhangt waarin het gebruik van geweld wordt gelegitimeerd, zoals het
jihadistisch salafisme en dat ‘stoerdoenerij’ een belangrijke drijfveer was om zich anders voor te doen. De verdachte krijgt op zijn eigen verzoek en in een vrijwillig kader
theologische begeleiding van een imam en hij neemt vrijwillig deel aan de begeleiding door LSE. Het TER-team komt daarom tot de inschatting dat het risico op gewelddadig
extremisme laag is.
forensisch milieuonderzoeker (NIFP), een rapport over de verdachte opgemaakt op 29 december 2025. Dit rapport houdt voor zover van belang het volgende in. Op basis van het onderzoek kan niet worden gesproken van een stoornis of een ontwikkelingsachterstand. De online activiteiten (zoeken, vervaardigen en delen van extremistisch gedachtegoed) en contacten met
gelijkgestemde leeftijdsgenoten vonden plaats over een langere periode, waarbij in mindere mate sprake van beïnvloeding lijkt te zijn geweest. Van een duidelijke doorwerking over de langere tijd lijkt daarom geen sprake, waardoor geadviseerd wordt om de ten laste gelegde feiten, indien bewezen, volledig aan de verdachte toe te rekenen. De kans op toekomstig
gewelddadig extremistisch gedrag wordt op korte termijn zonder duidelijke kaders ingeschat op matig. Dit risico komt vooral voort uit de nog weinig stevige identiteit en bijkomende zoektocht naar identiteit en zingeving. Dit maakt de verdachte gevoelig voor beïnvloeding van anderen, ook vanuit de behoefte aan aansluiting en aanzien. Begeleiding rond zijn
identiteitsvorming, waar zijn geloof deel van uitmaakt, lijkt passend waardoor op de langere termijn het risico als laag tot matig wordt geschat. Er wordt een kader van begeleiding
geadviseerd, waarbij zicht wordt gehouden op de ontwikkeling van de verdachte en zijn
omstandigheden via het reeds ingezette toezicht en begeleiding vanuit de jeugdreclassering, waarbij de inzet van een coach en het Landelijk Steunpunt Extremisme (hierna: LSE) of imam een mogelijkheid is. Dit kan worden ingezet als bijzondere voorwaarden bij een
voorwaardelijk strafdeel.
incidentele uitingen. Vriendschappen waren deels gebaseerd op ideologische interesses en online interacties, waarbij kritische reflectie of morele begrenzing ontbrak. De Raad ziet hierin een belangrijk aandachtspunt, omdat duurzame gedragsverandering niet alleen
afhankelijk is van individuele motivatie, maar ook van de kwaliteit en veiligheid van het
sociale netwerk waarin een jongere zicht begeeft. Sinds zijn aanhouding heeft de verdachte aantoonbaar stappen gezet in zijn ontwikkeling. Met betrekking tot zijn ideologische
ontwikkeling ziet de Raad een genuanceerd beeld. De Raad onderschrijft de risicotaxaties van het NIFP en het TER-team, maar benadrukt dat dit risico kan toenemen wanneer de
beschermende factoren wegvallen.
bijzondere voorwaarden geadviseerd dat de verdachte:
- zich zal houden aan de aanwijzingen van JBRR;
- het onthouden van het bezoeken van een digitale omgeving waarin materiaal met
- het onthouden van het gebruik van sociale media platforms, waarbij vrijheden kunnen worden opgebouwd op aanwijzing van de jeugdreclassering in overleg met het
- het volgen van onderwijs volgens rooster;
- meewerken aan hulpverlening zoals een coach van E25;
- meewerken aan de inzet en begeleiding van het LSE of NTA;
- zich niet zal bevinden op de internationale luchthavens: Schiphol, Rotterdam The Hague Airport, Eelde, Eindhoven en Maastricht;
- zich niet zal bevinden in de buurt van landsgrenzen en Nederland niet zal verlaten
tijdens de schorsingsperiode van kracht waren. Vanuit pedagogisch en ontwikkelingsgericht perspectief is het van belang dat de verdachte weer gebruik kan maken van zijn telefoon en sociale media. De begeleiding door het LSE staat hierbij voorop en, als het nodig is, kan aanvullende ondersteuning worden ingezet. Een verbod op het overschrijden landsgrenzen of het betreden van vliegvelden wordt door de jeugdbeschermer niet langer noodzakelijk gevonden, aangezien er geen concrete aanwijzingen voor risico’s zijn, Het adviseren van een onvoorwaardelijke taakstraf is overwogen, maar de beschikbare leer- en taakstraffen sluiten onvoldoende aan bij de problematiek en leerbehoefte van de verdachte, en bieden naar verwachting geen meerwaarde.
verdachte:
- zal meewerken aan begeleiding door de jeugdreclassering;
- naar school zal gaan volgens rooster;
- een positieve vrijheidsbesteding zal hebben;
- mee zal werken aan behandeling en/of coach door De Waag of een soortgelijke zorgaanbieder;
- zal meewerken aan telefoon- en sociale mediacontroles uitgevoerd door de jeugdreclassering en politie;
- zich zal houden aan een contactverbod met de medeverdachten.
de deskundige [naam 3], werkzaam als jeugdreclasseerder bij JBRR verklaard dat de verdachte als schorsingsvoorwaarde al een lange tijd een verbod heeft op het gebruik van sociale media en dat hij zijn vrienden mist. Het is wenselijk dat hij gaat leren om op de juiste manier met sociale media om te gaan. Van belang blijft echter wel dat aan de verdachte de verplichting wordt opgelegd mee te werken aan de (willekeurige) controles van zijn telefoon en sociale media. Op basis van het dossier wordt de algemene kans op herhaling ingeschat op hoog, terwijl het dynamisch recidiverisico zeer laag is. Oplegging van een voorwaardelijk strafdeel heeft de voorkeur boven oplegging van een onvoorwaardelijke werkstraf.
de deskundige, [naam 4], werkzaam als zittingsvertegenwoordiger van de Raad, verklaard dat een geheel verbod op sociale media niet raadzaam is, omdat het
belangrijk is dat de verdachte onder regie van de jeugdreclassering toe gaat werken aan de opbouw van het gebruik van sociale media. De verklaringen van de verdachte ter zitting
rijmen niet met de verdenkingen die tegen hem zijn gericht, daarop zijn de strakke
voorwaarden ook gericht. Van groot belang is de begeleiding van het LSE, dat de
jeugdreclassering er bovenop zit en dat de moeder betrokken wordt in het geheel. Er wordt geen meerwaarde gezien in de oplegging van een onvoorwaardelijke werkstraf. Belangrijker is het om een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen als stok achter de deur.
conclusies.
toerekeningsvatbaar.
moment bestaan er zorgen over de duurzaamheid daarvan. Het belang van begeleiding van de verdachte wordt meermalen benadrukt. In het voordeel van de verdachte weegt de
rechtbank mee de stevige schorsingsvoorwaarden die de verdachte heeft moeten naleven en dat hij zich daar goed aan heeft gehouden. Ter zitting is naar voren gebracht dat verdachte onzeker is over zijn toekomst. Hij heeft en dubbele nationaliteit. Het is daardoor niet
uitgesloten dat hij daarvan gevolgen zal ondervinden in de vorm van het intrekken van het Nederlanderschap. De rechtbank onderkent dat dit een zware last is voor verdachte. Deze onzekerheid en de onrechtvaardigheid van het eventuele gevolg zal de rechtbank in
strafmatigende zin meewegen. Het voorwaardelijk strafdeel dient ertoe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank is van oordeel dat de combinatie van de deels voorwaardelijke jeugddetentie met de bijzondere voorwaarden (gelet op het aantal en de zwaarte daarvan) de ernst van de bewezenverklaarde feiten voldoende tot uitdrukking brengt en ziet geen aanleiding om daarnaast nog een
onvoorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf aan de verdachte op te leggen.
opleveren voor andere mensen. Het is van belang dat de begeleiding van de verdachte zo snel mogelijk van start gaat. Daarom zal de rechtbank bevelen dat de hierna op grond van artikel 77z Sr te stellen voorwaarden en het op grond van artikel 77aa Sr uit te oefenen
toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.
besproken verbeurdverklaring passend en geboden, te weten een jeugddetentie voor de duur van 159 dagen, waarvan 100 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en de hierna te noemen bijzondere voorwaarden met aftrek van de tijd die de verdachte al in
voorarrest heeft doorgebracht.
9.In beslag genomen voorwerpen
behoort aan de verdachte toe en de bewezen feiten zijn met dit voorwerp begaan.
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Bijlage
12.Beslissing
gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;
voor de duur van 159 (honderdnegenenvijftig) dagen;
100 (honderd) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
2 (twee) jaren;
naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet
naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;
Rijnmond te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de reclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;
maken van sociale media platforms zoals (maar niet uitsluitend) Telegram, TikTok,
Snapchat en Instagram en andere platforms, waar hij een grotere groep mensen kan bereiken met zijn woorden dan wel uitlatingen, met uitzondering van WhatsApp, zolang de
jeugdreclassering dit nodig acht. Het wordt de veroordeelde verboden om software te
gebruiken om het verbod van sociale media platforms te omzeilen, zoals Tor. VPN 12P of Freenet. De veroordeelde vermijdt dat hij in aanraking komt met jihadistisch, extremistisch, en/of radicaal materiaal en vermijdt dat er jihadistisch, extremistisch, en/of radicaal
materiaal op zijn digitale gegevensdragers komt en verder wordt verspreid. De veroordeelde onthoudt zich op welke wijze dan ook van het bezoeken van een digitale omgeving waarin jihadistisch, extremistisch, en/of radicaal materiaal kan worden verkregen, en het bezoeken van/deelnemen aan een digitale omgeving waarin over jihadistisch, extremistisch, en/of
anderszins radicaal gedachtegoed wordt gecommuniceerd, zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
digitale onderzoek door een externe deskundige (bijvoorbeeld een ambtenaar van de politie) wordt verricht, waarbij het aantal controles wordt gemaximeerd op 6 keer per jaar.
De veroordeelde verstrekt toegang tot zijn gegevensdragers;
- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht;
veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
opgedragen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn;
eerdere beslissing geschorst.