Partijen zijn buren met een geschil over de erfgrens en bomen nabij deze grens. Eiser woont sinds 2005 op zijn perceel, terwijl gedaagde sinds 2021 eigenaar is van het aangrenzende perceel. Eiser heeft in 2007 een zandwal aangebracht op de plaats van een voormalige schutting, die volgens hem het bezit van een strook grond op het perceel van gedaagde markeert.
Na een grensreconstructie in 2025 bleek dat de zandwal afwijkt van de kadastrale erfgrens, waardoor eiser stelt dat hij door verjaring eigenaar is geworden van de strook grond tussen de zandwal en de kadastrale grens. De rechtbank oordeelt dat eiser onafgebroken en te goeder trouw bezit heeft gehad van deze strook gedurende meer dan tien jaar, waardoor hij eigenaar is geworden door verkrijgende verjaring.
Gedaagde vordert onder meer verwijdering van bomen die te dicht bij de erfgrens staan en medewerking aan het plaatsen van een schutting. De rechtbank wijst de vordering tot medewerking aan het plaatsen van een schutting af omdat de percelen niet in een aaneengebouwd gedeelte van de gemeente liggen. De vordering tot verwijdering en snoei van bomen binnen de wettelijke afstand wordt deels toegewezen, met een dwangsom en redelijke termijnen voor uitvoering.
De proceskosten in conventie worden toegewezen aan eiser, terwijl in reconventie de proceskosten worden gecompenseerd. Het vonnis wordt niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard vanwege het belang van behoud van de bomen en het voorkomen van onomkeerbare gevolgen.