ECLI:NL:RBROT:2026:1988

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
12 januari 2026
Publicatiedatum
27 februari 2026
Zaaknummer
C/10/698514 / JE RK 25-831
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling van vier minderjarige kinderen wegens bedreigde ontwikkeling

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot verlenging van de ondertoezichtstelling van vier minderjarige kinderen die bij hun moeder wonen. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit, maar de ontwikkeling van de kinderen wordt ernstig bedreigd door een langdurig problematisch patroon binnen het gezin.

De kinderrechter heeft de stukken van de eerdere beschikking en recente rapportages meegewogen. Tijdens de zitting was de moeder afwezig, maar correct opgeroepen. De GI lichtte toe dat de hulpverlening stagneert, de moeder niet meewerkt en de (stief)vader niet meer gedetineerd is, waardoor het risico op terugval in oude patronen groot is.

De kinderrechter oordeelt dat de voorwaarden voor verlenging zijn vervuld. De betrokkenheid van een jeugdbeschermer blijft noodzakelijk om de veiligheid en ontwikkeling van de kinderen te waarborgen. Daarom wordt de ondertoezichtstelling verlengd tot 16 juli 2026 en de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van vier minderjarige kinderen wordt verlengd tot 16 juli 2026 wegens bedreigde ontwikkeling en stagnatie in hulpverlening.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team jeugd
Zaaknummer: C/10/698514 / JE RK 25-831
Datum uitspraak: 12 januari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam,
hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2009 in [geboorteplaats 1] ,
hierna te noemen: [voornaam minderjarige 1] ,
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2014 in [geboorteplaats 2] ,
hierna te noemen: [voornaam minderjarige 2] ,
[minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2019 in [geboorteplaats 3] ,
hierna te noemen: [voornaam minderjarige 3] ,
[minderjarige 4], geboren op [geboortedatum 4] 2021 in [geboorteplaats 3] ,
hierna te noemen: [voornaam minderjarige 4] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] .

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van 22 juli 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
- de briefrapportage van de GI van 27 november 2025, ontvangen op 2 december 2025.
1.2.
Op 12 januari 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] .
De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.
1.3.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige 1] naar haar mening gevraagd. [voornaam minderjarige 1] heeft geen mening gegeven.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] , [voornaam minderjarige 3] en [voornaam minderjarige 4] .
2.2.
[voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] , [voornaam minderjarige 3] en [voornaam minderjarige 4] wonen bij hun moeder.
2.3.
Bij beschikking van 22 juli 2025 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] , [voornaam minderjarige 3] en [voornaam minderjarige 4] verlengd tot 16 januari 2026 en voor het overige aangehouden.

3.Het aangehouden verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] , [voornaam minderjarige 3] en [voornaam minderjarige 4] te verlengen voor de duur van een jaar. Over de periode tot 16 januari 2026 is reeds beslist. Er resteert nog een beslissing over de duur van zes maanden.

4.De standpunten

4.1.
De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. De GI maakt zich grote zorgen. De kans op onrust en een terugval in de oude patronen van de moeder en de (stief)vader is groot. Ten tijde van de detentieperiode van de (stief)vader was er sprake van rust en ging het beter met de kinderen. Zowel de EMDR-therapie voor [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] als de speltherapie voor [voornaam minderjarige 3] en [voornaam minderjarige 4] had meer effect. Het langdurige patroon tussen de ouders moet doorbroken worden en de GI wilde hiervoor De Waag inzetten. Problematisch is dat de ouders hier niet aan mee willen werken. Daarnaast was specialistische ambulante hulp ingezet, maar ziet de moeder hier geen meerwaarde in. Het is voor de moeder moeilijk om mee te werken met SPAM en zij zegt regelmatig de afspraken af. Het is belangrijk dat de moeder en ook de (stief)vader gaan inzien dat individuele hulpverlening noodzakelijk is.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De ontwikkeling van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] , [voornaam minderjarige 3] en [voornaam minderjarige 4] wordt nog steeds ernstig bedreigd. In de afgelopen periode is de ingezette hulpverlening gestagneerd en zijn de contactmomenten met de (stief)vader wisselend geweest. De samenwerking en het contact met de moeder verlopen moeizaam. De moeder wil niet meewerken aan de hulpverlening en ziet ook de meerwaarde hiervan niet in. Dit is zorgelijk. De (stief)vader zit niet meer gedetineerd en het is belangrijk dat de oude patronen tussen de moeder en de (stief)vader doorbroken worden, om onrust en instabiliteit te voorkomen. Hoewel de moeder de kinderen zoveel mogelijk probeert te beschermen, is het belangrijk dat de moeder laat zien dat zij in het belang van de kinderen de hulp gaat accepteren en gaat zorgen voor een stabiele en veilige opvoedomgeving voor de kinderen. De kinderrechter acht de betrokkenheid van een jeugdbeschermer nog noodzakelijk om de hulpverlening voor de moeder (en de (stief)vader) daadwerkelijk in gang te zetten en de veiligheid en de ontwikkeling van de kinderen te waarborgen.
5.3.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] , [voornaam minderjarige 3] en [voornaam minderjarige 4] voor de resterende duur van zes maanden.
5.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] , [voornaam minderjarige 3] en [voornaam minderjarige 4] tot 16 juli 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 12 januari 2026 door mr. S. Riege, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.N. van Geest en mr. J. Korshuize als griffiers, en op schrift gesteld op 10 februari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.