ECLI:NL:RBROT:2026:1989

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
12 januari 2026
Publicatiedatum
27 februari 2026
Zaaknummer
C/10/711556 / JE RK 25-2559
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265c BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige in jeugdhulpaccommodatie

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige bij een jeugdhulpaanbieder, D3 in Borculo, voor de duur van de ondertoezichtstelling. De minderjarige vertoont gedragsproblemen, waaronder verbale agressie en moeilijkheden in de omgang met groepsgenoten. De instelling wil aanvullende hulpverlening inzetten, zoals paarden coaching en één-op-één-begeleiding, maar de financiering is nog niet rond.

De moeder, belast met het ouderlijk gezag, is het eens met de plaatsing bij D3 maar is niet verschenen bij de zitting. De kinderrechter heeft de minderjarige telefonisch gesproken voorafgaand aan de zitting. De situatie thuis bleek onhoudbaar door spanningen en conflicten, wat leidde tot de crisisplaatsing bij D3. Er is nog geen duidelijkheid over het perspectief van de minderjarige en geen passende vervolgplek gevonden.

De kinderrechter oordeelt dat verlenging van de machtiging noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige. De machtiging wordt verlengd voor drie maanden, korter dan verzocht, en de beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De zitting wordt aangehouden voor verdere behandeling, waarbij een rapportage van de instelling wordt verlangd over de stand van zaken en het al dan niet handhaven van het resterende verzoek.

Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt verlengd voor drie maanden en de verdere behandeling wordt aangehouden.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team jeugd
Zaaknummer: C/10/711556 / JE RK 25-2559
Datum uitspraak: 12 januari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam,
hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2014 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in Rotterdam.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van 9 december 2025 met bijlagen, ontvangen op 10 december 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 10 april 2026. Daarbij waren aanwezig:
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] .
De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.
1.3.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover, voorafgaand aan de zitting op een ander tijdstip, een telefonisch gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft bij D3 in Borculo.
2.3.
Bij beschikking van 10 juli 2025 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 18 juli 2026.
2.4.
Bij beschikking van 7 oktober 2025 is de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot 18 januari 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. Hoewel het eerst om een crisisplaatsing ging, is de termijn verlengd en kan [voornaam minderjarige] drie maanden langer blijven bij D3. Gezien de gedragsproblematiek van [voornaam minderjarige] dient dan wel aanvullende hulpverlening te worden ingezet. Sinds de plaatsing bij D3 zijn er meerdere incidenten geweest, waarbij [voornaam minderjarige] verbaal agressief is geweest naar de groepsleiding. Ook heeft [voornaam minderjarige] moeite met het contact met zijn groepsgenoten. D3 wil een vorm van paarden coaching inzetten voor [voornaam minderjarige] en één-op-één-begeleiding aanbieden vanuit Meer Zorg. Hiervoor is alleen de financiering nog niet rond. Het is belangrijk dat er constant aandacht en sturing aan [voornaam minderjarige] wordt gegeven. Hoewel er nog geen duidelijkheid is over het perspectief van [voornaam minderjarige] , ziet de GI op dit moment geen mogelijkheden voor een thuisplaatsing van [voornaam minderjarige] . Er is nog geen passende vervolgplek voor [voornaam minderjarige] gevonden. De GI is van mening dat de plaatsing bij D3 op dit moment het meest in het belang is van [voornaam minderjarige] . De GI merkt op dat het door de reisafstand soms moeilijk is voor [voornaam minderjarige] en de moeder om zich aan de gemaakte omgangsafspraken te houden. Wel vindt de GI het belangrijk dat [voornaam minderjarige] en de moeder elkaar blijven zien. De moeder is het eens met de plaatsing van [voornaam minderjarige] bij D3 en heeft eerder aangegeven geen vertrouwen meer te hebben in Bergse Bos.

5.De beoordeling

5.1.
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. [1]
5.2.
Sinds 10 november 2025 verblijft [voornaam minderjarige] bij D3 in Borculo. Na een incident op de groep van Bergse Bos, waarbij [voornaam minderjarige] letsel heeft opgelopen, heeft de moeder [voornaam minderjarige] thuisgehouden en is hij niet meer teruggekeerd naar de groep van Bergse Bos. In de thuissituatie bij de moeder namen de spanningen echter opnieuw toe, waarbij [voornaam minderjarige] meermaals ruzie heeft gemaakt met de moeder en haar partner. Deze situatie bleek niet lang houdbaar en [voornaam minderjarige] is middels een crisisplaatsing geplaatst bij D3. Het gedrag van [voornaam minderjarige] is complex en hoewel er bij Bergse Bos is ingezet op diagnostisch onderzoek, is er nog altijd onvoldoende zicht op de problematiek van [voornaam minderjarige] . De afgelopen periode heeft [voornaam minderjarige] weinig stabiliteit gekend. Hij heeft behoefte aan duidelijkheid. Momenteel kan [voornaam minderjarige] drie maanden langer blijven bij D3 en is het de bedoeling dat aanvullende hulpverlening en één-op-één-begeleiding worden ingezet. De financiering hiervan is echter nog niet rond en is er nog geen passende plek gevonden voor [voornaam minderjarige] voor de langere termijn. Problematisch is daarnaast dat de reisafstand tussen [voornaam minderjarige] en de moeder groot is, waardoor er weinig fysiek contact is. Gezien de jonge leeftijd van [voornaam minderjarige] en de omstandigheid dat hij nu al langere tijd uit huis is geplaatst, acht de kinderrechter het van groot belang dat er op korte termijn duidelijkheid komt over het perspectief van [voornaam minderjarige] .
5.3.
Gezien het voorgaande, verlengt de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] voor een kortere duur dan is verzocht, te weten voor de duur van drie maanden. De beslissing op het verzoek wordt voor het overige aangehouden tot de hierna te noemen zittingsdatum.
5.4.
De kinderrechter verzoekt de GI om
uiterlijk een weekvoor de hierna te noemen zittingsdatum een rapportage te doen toekomen (met afschrift aan de moeder) omtrent de dan huidige stand van zaken en daarbij te vermelden of het resterende deel van het verzoek al dan niet wordt gehandhaafd.
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 18 april 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
en alvorens verder te beslissen:
6.3.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en roept de GI en de moeder op te verschijnen tijdens
de zitting van mr. S. Riege van de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam, in het gerechtsgebouw aan Wilhelminaplein 100 / 125 te Rotterdam, op 10 april 2026 te 09:30 uur, teneinde nader op het verzoek te worden gehoord;
6.4.
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting;
6.5.
vraagt de griffier [voornaam minderjarige] op te roepen voor een kindgesprek
op 9 april 2026 om 14.30 uur;
6.6.
verzoekt de GI de kinderrechter
uiterlijk een weekvoor de genoemde zittingsdatum (met afschrift daarvan aan de moeder) de verzochte rapportage te doen toekomen.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 12 januari 2026 door mr. S. Riege, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.N. van Geest en mr. J. Korshuize als griffiers, en op schrift gesteld op 10 februari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:265c, tweede lid, Burgerlijk Wetboek.