Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het aanvraagformulier van [eiseres] dat de rechtbank op 28 mei 2025 heeft ontvangen, met bijlagen, en
- de verklaring van [gedaagde] .
Rechtbank Rotterdam
Eiseres heeft aan gedaagde een bedrag van €1.300,- geleend met de afspraak dat terugbetaling zou plaatsvinden wanneer het gedaagde uitkwam. Na een ruzie in april 2024 waarbij politie betrokken was, spraken partijen af dat gedaagde eventuele boetes mocht verrekenen met het openstaande leenbedrag. Gedaagde betaalde €800,- terug, maar stelde later dat zij nog boetes zou krijgen die verrekend konden worden.
Eiseres ontdekte dat gedaagde geen boetes had ontvangen en vorderde betaling van het resterende bedrag van €500,- met rente. Gedaagde erkende geen boetes te hebben ontvangen, maar verweerde zich met een claim dat eiseres haar armband had beschadigd. De rechter oordeelde dat gedaagde onvoldoende bewijs leverde voor de boetes en dat verrekening niet mogelijk was.
De vordering van eiseres tot betaling van €500,- met wettelijke rente vanaf 18 april 2025 werd toegewezen. De reconventionele vordering van gedaagde werd afgewezen wegens gebrek aan bewijs. Gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten van €50,- en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot terugbetaling van €500 met rente en proceskosten, verrekening van boetes wordt afgewezen.