ECLI:NL:RBROT:2026:2015

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
21 januari 2026
Publicatiedatum
2 maart 2026
Zaaknummer
C/10/665073 / HA ZA 23-783
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdeling nalatenschap vastgesteld na weigering verweer door gedaagde

In deze civiele procedure vorderen eiseressen, erfgenamen van hun vader, de verdeling van diens nalatenschap. De gedaagde, mede-erfgenaam, heeft na het terugtreden van haar advocaat geen nieuw verweer ingediend, waardoor een akte niet-dienen is verleend. De rechtbank oordeelt dat zij rechtsmacht heeft, nu het Franse gerecht onbevoegd is verklaard.

Eiseressen stellen dat de nalatenschap niet beneficiair is aanvaard, maar dit is door hen onweersproken gesteld als zuivere aanvaarding door de gedaagde, waardoor de voorwaardelijke vordering niet kan worden toegewezen. De rechtbank wijst de hoofdvordering tot vaststelling van de verdeling van de nalatenschap toe, waarbij alle activa aan eiseressen worden toegedeeld en zij de schulden gezamenlijk dragen.

De proceskosten worden gecompenseerd vanwege de familieverhoudingen, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, waardoor naleving kan worden afgedwongen ondanks eventuele hoger beroep procedures.

Uitkomst: De rechtbank stelt de verdeling van de nalatenschap vast ten gunste van eiseressen en compenseert de proceskosten.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/665073 / HA ZA 23-783
Vonnis van 21 januari 2026
in de zaak van

1.[eiseres 1] ,

wonende te [woonplaats 1] ,
2.
[eiseres 2],
wonende te [woonplaats 2] ,
eiseressen,
advocaat mr. J. van der Steenhoven te Amsterdam,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats 3] , Frankrijk ,
gedaagde,
advocaat aanvankelijk mr. G.S.A.J. Kuis te Leidschendam maar nu niet meer vertegenwoordigd.
Eiseressen worden hierna [eiseres 1] en [eiseres 2] genoemd en gedaagde [gedaagde] , omdat hun achternamen niet onderscheidend zijn.

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
  • het vonnis in incident van 29 oktober 2025 en de daaraan ten grondslag liggende (proces)stukken;
  • de beslissing van de rolrechter van 10 december 2025 waarbij aan [gedaagde] een akte niet-dienen voor antwoord is verleend.
1.2.
Nadat de advocaat van [gedaagde] zich op 3 september 2025 als haar advocaat heeft onttrokken, heeft [gedaagde] niet van de haar geboden gelegenheid gebruik gemaakt om een nieuwe advocaat te stellen. De rolrechter heeft [gedaagde] – via haar vorige advocaat – erop gewezen dat zij zonder advocaat geen proceshandelingen meer kan verrichten in deze procedure.
1.3.
Vervolgens is in het vonnis in incident van 29 oktober 2025 op het onbevoegdheidsincident beslist en aan [gedaagde] de gelegenheid geboden om op de rol van 10 december 2025 – door middel van een nieuwe advocaat – een conclusie van antwoord in te dienen. Zij heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt. Het e-mailbericht van [gedaagde] van 8 december 2025 met stukken kan de rechtbank niet in behandeling nemen, omdat dit niet door een advocaat is ingediend. De rolrechter heeft [gedaagde] daarom een akte niet-dienen voor antwoord verleend.

2.De beoordeling

De Nederlandse rechter heeft rechtsmacht

2.1.
In het tussenvonnis in het onbevoegdheidsincident van 24 april 2024 heeft de rechtbank onderhavige zaak aangehouden tot het moment waarop de bevoegdheid van de rechter in de in Frankrijk tussen partijen gevoerde procedure vaststaat. In het vonnis in het onbevoegdheidsincident van 29 oktober 2025 heeft de rechtbank vervolgens overwogen dat vast is komen te staan dat de rechter van het Tribunal judiciaire in Dax (Frankrijk) onbevoegd is, zodat het door [gedaagde] gevoerde litispendentieverweer faalt. Ook heeft de rechtbank overwogen dat zij bevoegd is kennis te nemen van alle vorderingen van [eiseres 1] en [eiseres 2] en de incidentele vordering tot onbevoegdheid afgewezen. De Nederlandse rechter heeft dus rechtsmacht.
Er is geen antwoord genomen door [gedaagde]
2.2.
In het vonnis in het onbevoegdheidsincident van 29 oktober 2025 is de zaak verwezen naar de rol van 10 december 2025 voor conclusie van antwoord. Namens [gedaagde] heeft zich geen nieuwe advocaat gesteld en zij heeft geen antwoord genomen, zodat aan haar een akte niet-dienen is verleend. Dit betekent dat op de vorderingen van [eiseres 1] en [eiseres 2] wordt beslist zonder het verweer van [gedaagde] mee te nemen.
De gewijzigde eis van [eiseres 1] en [eiseres 2]
2.3.
[eiseres 1] en [eiseres 2] zijn samen met [gedaagde] de erfgenamen van hun vader, de heer [naam] (hierna: erflater), geboren op [geboortedatum 1] 1947 te [geboorteplaats] (Marokko) en overleden op [overlijdensdatum] 2020 in [woonplaats 1] . Erflater is in 1978 getrouwd met [naam 2] (hierna: [naam 2] ). [naam 2] is de moeder van [eiseres 1] en [eiseres 2] . [naam 2] is op [overlijdensdatum] 2016 overleden. Door haar overlijden hebben [eiseres 1] en [eiseres 2] een vordering gekregen op erflater die opeisbaar is geworden door zijn overlijden. [eiseres 1] en [eiseres 2] stellen daarnaast dat zij schulden van de nalatenschap van erflater hebben voorgeschoten. Het lukt partijen niet om gezamenlijk tot een verdeling van de nalatenschap van erflater te komen.
2.4.
[eiseres 1] en [eiseres 2] vorderen bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
1.
Voorwaardelijk, namelijk voorover geoordeeld wordt dat de nalatenschap van erflater door [gedaagde] beneficiair is aanvaard en nog niet vereffend is:
[gedaagde] in haar hoedanigheid van (mede)vereffenaar te veroordelen binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis mee te werken aan de betaling ten laste van de bancaire tegoeden van de boedel, waaronder begrepen het depot bij notarissen Ligthelm en Dekker te Rotterdam, van de schulden van de nalatenschap aan:
  • [eiseres 1] van € 114.167,36, vermeerderd met de wettelijke rente over € 108.402,36 vanaf de dag van de dagvaarding en met de wettelijke rente over aanvullend € 5.764,29 vanaf de dag van de akte wijziging eis tot aan de algehele voldoening;
  • [eiseres 2] van € 105.796,85, vermeerderd met de wettelijke rente over € 104.196,85 vanaf de dag van de dagvaarding en met de wettelijke rente over aanvullend € 1.600,- vanaf de dag van de akte wijziging eis tot aan de algehele voldoening
  • de (Nederlandse) belastingdienst van € 13.955,- , vermeerderd met de door de belastingdienst bij betaling nader te bepalen belastingrente, en met benoeming van een vertegenwoordiger van [gedaagde] indien zij daaraan niet binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis aan meewerkt om daaraan namens haar uitvoering aan te geven;
en vervolgens,
2. de verdeling vast te stellen van de nalatenschap van erflater, aldus dat alle activa van diens nalatenschap worden toegedeeld aan [eiseres 1] en [eiseres 2] gezamenlijk ieder voor een onverdeeld half aandeel onder gehoudenheid van [eiseres 1] en [eiseres 2] alle tot de nalatenschap behorende schulden als een eigen schuld te voldoen met een gelijke draagplicht daarvan en met voldoening aan [gedaagde] van een bedrag gelijk aan haar (netto) aandeel in het vermogen van de nalatenschap, althans om wegens overbedeling van [eiseres 1] en [eiseres 2] aan [gedaagde] te voldoen het bedrag dat resteert (aldus) na voldoening conform de vordering onder 1 en na aftrek van de gemaakte advies-en administratiekosten voor het depot bij Ligthelm & Dekker notarissen;
3. [gedaagde] te veroordelen in de kosten dit geding, daaronder begrepen het vergeefs opgeworpen incident, en daaronder begrepen de nakosten.
Er is niet aan de voorwaarde voldaan om op de eerste vordering te beslissen
2.5.
[eiseres 1] en [eiseres 2] hebben onweersproken gesteld dat de nalatenschap van erflater door [gedaagde] zuiver is aanvaard, zodat er niet aan de voorwaarde is voldaan om op de voorwaardelijke vordering onder 1 te beslissen. De rechtbank komt daarom niet toe aan de beoordeling van die vordering.
De tweede vordering wordt toegewezen
2.6.
De vordering onder 2 wordt als onbetwist en op de wet gegrond toegewezen. De rechtbank zal daarom de verdeling van de nalatenschap van erflater zoals door [eiseres 1] en [eiseres 2] gevorderd vaststellen.
Proceskosten
2.7.
Op de proceskosten van het incident van [gedaagde] is al beslist in het vonnis van 29 oktober 2025, zodat daarop nu niet nog een keer beslist kan worden. De proceskosten in de hoofdzaak worden gelet op de aard van het geschil en de familieverhoudingen tussen partijen gecompenseerd. Dit betekent dat iedere partij de eigen proceskosten draagt. Het compenseren van de proceskosten is gebruikelijk in dit soort zaken en de rechtbank ziet in deze zaak geen aanleiding om daarvan af te zien.
Uitvoerbaar bij voorraad
2.8.
Dit vonnis zal, zoals verzocht, uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard (artikel 233 Rv Pro). Dit betekent dat wanneer het geschil ook nog aan een hogere rechter wordt voorgelegd, in afwachting van die uitspraak voorlopig toch al naleving van dit vonnis kan worden afgedwongen door de partij die in het gelijk is gesteld, zij het op eigen risico (de hogere rechter kan anders oordelen).

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
verstaat dat niet hoeft te worden beslist op de vordering onder 1 van [eiseres 1] en [eiseres 2] , omdat niet aan de voorwaarde is voldaan;
3.2.
stelt de verdeling van de nalatenschap van erflater vast zoals weergegeven onder rechtsoverweging 2.6 en in de vordering onder 2 van [eiseres 1] en [eiseres 2] (weergegeven onder rechtsoverweging 2.4);
3.3.
compenseert de proceskosten tussen partijen in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. van Steenderen-Koornneef en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2026.
3120