Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[eiseres 1] ,
[eiseres 2],
1.Het verdere verloop van de procedure
- het vonnis in incident van 29 oktober 2025 en de daaraan ten grondslag liggende (proces)stukken;
- de beslissing van de rolrechter van 10 december 2025 waarbij aan [gedaagde] een akte niet-dienen voor antwoord is verleend.
2.De beoordeling
De Nederlandse rechter heeft rechtsmacht
Voorwaardelijk, namelijk voorover geoordeeld wordt dat de nalatenschap van erflater door [gedaagde] beneficiair is aanvaard en nog niet vereffend is:
- [eiseres 1] van € 114.167,36, vermeerderd met de wettelijke rente over € 108.402,36 vanaf de dag van de dagvaarding en met de wettelijke rente over aanvullend € 5.764,29 vanaf de dag van de akte wijziging eis tot aan de algehele voldoening;
- [eiseres 2] van € 105.796,85, vermeerderd met de wettelijke rente over € 104.196,85 vanaf de dag van de dagvaarding en met de wettelijke rente over aanvullend € 1.600,- vanaf de dag van de akte wijziging eis tot aan de algehele voldoening
- de (Nederlandse) belastingdienst van € 13.955,- , vermeerderd met de door de belastingdienst bij betaling nader te bepalen belastingrente, en met benoeming van een vertegenwoordiger van [gedaagde] indien zij daaraan niet binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis aan meewerkt om daaraan namens haar uitvoering aan te geven;