ECLI:NL:RBROT:2026:2026

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
23 februari 2026
Publicatiedatum
2 maart 2026
Zaaknummer
12074057 VV EXPL 26-47
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 254 lid 1 RvArt. 139 RvArt. 237 RvArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling verhuurder tot afsluiten leveringsovereenkomst en heraansluiting gas en elektriciteit

In deze kort geding procedure vordert eiseres dat de verhuurder wordt veroordeeld tot het afsluiten van een leveringsovereenkomst voor gas en elektriciteit en het aanvragen van heraansluiting bij de netbeheerder voor de woning aan een specifiek adres.

De verhuurder is niet verschenen, waarna verstek is verleend. De kantonrechter oordeelt dat er sprake is van spoedeisend belang en dat de vorderingen niet onrechtmatig of ongegrond zijn. Daarom worden de vorderingen toegewezen met een dwangsom van € 500 per dag, met een maximum van € 15.000 per vordering.

Daarnaast wordt de verhuurder veroordeeld om binnen veertien dagen een deugdelijke en veilige toevoer van gas en elektriciteit te realiseren. Ook wordt een voorschot op de geleden schade van € 2.351,64 toegewezen aan eiseres.

De proceskosten worden begroot op € 1.255,02 en komen voor rekening van de verhuurder. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd.

Uitkomst: Verhuurder wordt veroordeeld tot het afsluiten van leveringsovereenkomst en heraansluiting gas en elektriciteit met dwangsommen en betaling voorschot schadevergoeding.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 12074057 VV EXPL 26-47
datum uitspraak: 23 februari 2026
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres],
woonplaats: [woonplaats] ,
eiseres,
gemachtigde: mr. I. Jansen,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die niet is verschenen.
De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 30 januari 2026, met bijlagen;
  • de door de gemachtigde van [eiseres] toegezonden productie 18.
1.2.
Op 9 februari 2026 is de zaak tijdens een zitting met mr. Jansen besproken. [gedaagde] is niet verschenen. Tegen hem/ is verstek verleend.

2.De beoordeling

2.1.
Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de eisende partij hierbij zoveel spoed heeft dat die de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten (artikel 254 lid 1 Rv Pro). Uit de stellingen van [eiseres] volgt dat deze spoed aanwezig is. De eis wordt toegewezen omdat deze niet onrechtmatig of ongegrond lijkt (artikel 139 Rv Pro). De geëiste dwangsommen worden door de kantonrechter (ambtshalve) gemaximeerd op € 15.000,- per vordering.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.2.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan [eiseres] moet betalen op € 153,02 aan dagvaardingskosten, € 93,- aan griffierecht, € 865,- aan salaris voor de gemachtigde en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.255,02. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.3.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard , omdat [eiseres] dat eist (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis een leveringsovereenkomst voor gas en elektriciteit af te sluiten op het adres [adres] , op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag voor iedere dag dat hij dit niet doet, met een maximum van € 15.000,-;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis een heraansluiting door Stedin van de woning [adres] aan te vragen, op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag voor iedere dag dat hij dit niet doet, met een maximum van € 15.000,-;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis een deugdelijke en veilige toevoer van gas en elektriciteit te realiseren voor de woning aan de [adres] vanuit de aansluitingen op het adres [adres] , op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag voor iedere dag dat hij dit niet doet, met een maximum van € 15.000,-;
3.4.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een voorschot op de geleden schade van € 2.351,64;
3.5.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 1.255,02;
3.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken.
51909