Op 19 januari 2026 diende ABN AMRO Bank een verzoek in bij de rechtbank Rotterdam om een vereffenaar te benoemen in de nalatenschap van een overledene. De overledene had geen testament en er waren geen bekende erfgenamen, waardoor de nalatenschap onbeheerd dreigde te blijven. De bank is schuldeiser vanwege twee hypothecaire geldleningen die opeisbaar zijn geworden door het overlijden.
De rechtbank oordeelde dat zij bevoegd was om op het verzoek te beslissen, aangezien de overledene zijn gewone verblijfplaats in Nederland had en het Nederlandse recht van toepassing is. De nalatenschap was niet onder voorrecht van boedelbeschrijving aanvaard en er was geen executeur benoemd. De bank had een duidelijk belang bij de benoeming van een vereffenaar om haar vordering veilig te stellen en een veiling van de woning te kunnen starten.
De rechtbank benoemde mr. I.P.M. Schreven tot vereffenaar, die tevens de opdracht kreeg de benoeming bekend te maken in de Staatscourant en de kantonrechter te informeren. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Hiermee is een belangrijke stap gezet om de nalatenschap te beheren en de belangen van schuldeisers en mogelijke erfgenamen te behartigen.