ECLI:NL:RBROT:2026:2040
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering Ziektewetuitkering wegens arbeidsgeschiktheid per 1 juli 2024
Eiseres, laatstelijk werkzaam als callcentermedewerker, meldde zich op 25 september 2020 ziek. Na een eerdere WIA-beoordeling waarbij zij geschikt werd geacht voor meerdere functies, meldde zij zich opnieuw ziek per 1 juli 2024 wegens vermeende toegenomen beperkingen. Het UWV weigerde daarop een Ziektewetuitkering met ingang van die datum.
Een verzekeringsgeneeskundig onderzoek van november 2024 concludeerde dat eiseres geschikt bleef voor ten minste drie van de eerder geselecteerde functies. De verzekeringsarts bezwaar en beroep bevestigde dit oordeel in april 2025, stellende dat er geen aanwijzingen waren voor toegenomen beperkingen, mede gelet op het ontbreken van nieuwe medische diagnoses en het chronische karakter van haar klachten.
Eiseres voerde in beroep aan dat haar beperkingen niet juist waren vastgesteld en dat onvoldoende rekening was gehouden met haar psychische problematiek en informatie van GGZ BuurtzorgT. De rechtbank oordeelde echter dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat eiseres geen nieuwe medische gegevens had overgelegd die het oordeel van de verzekeringsarts konden weerleggen.
De rechtbank concludeerde dat het UWV terecht heeft geoordeeld dat eiseres per 1 juli 2024 geschikt was voor arbeid en daarom geen recht had op een Ziektewetuitkering. Het beroep werd ongegrond verklaard, en eiseres kreeg het griffierecht niet terug. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat eiseres geen recht heeft op een Ziektewetuitkering per 1 juli 2024.