De Stichting Willem van Oranje Onderwijsgroep verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer, die sinds 1 augustus 2001 als docent Godsdienst werkzaam was, wegens een verstoorde arbeidsverhouding (g-grond). De werknemer was niet aanwezig bij de zitting en zijn verzoek tot uitstel werd afgewezen omdat hij al medio december 2025 op de hoogte had moeten zijn van het verzoekschrift.
De kantonrechter oordeelde dat de arbeidsverhouding sinds 2014 ernstig en duurzaam verstoord is, onder meer door grensoverschrijdend gedrag van de werknemer, voortdurende conflicten over de invulling van het vak, en een mislukte mediation. Herplaatsing in een passende functie was niet mogelijk vanwege het verstoorde vertrouwen.
Hoewel de werknemer stelde arbeidsongeschikt te zijn, was dit niet aannemelijk en hield het ontbindingsverzoek geen verband met eventuele ziekte, zodat het opzegverbod tijdens ziekte niet van toepassing was. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 april 2026, rekening houdend met de opzegtermijn.
De werknemer heeft recht op een transitievergoeding van €61.525,53 bruto, maar geen billijke vergoeding omdat onvoldoende is gesteld over ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.