TES en Sanisign sloten een distributie- en koopovereenkomst voor handzeep, waarbij TES de handzeep in Nederland mocht verkopen. Het bleek echter dat de handzeep in Nederland niet was toegelaten, waardoor de verkoop onrechtmatig was.
De rechtbank oordeelde in een tussenvonnis dat de buitengerechtelijke ontbinding van de distributieovereenkomst door TES geldig was en dat de koopovereenkomsten ontbonden moesten worden. Sanisign en de gedaagde werden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding aan TES.
In dit eindvonnis werd vastgesteld dat TES geen recht had op vergoeding van gederfde winst omdat in de hypothetische situatie geen overeenkomsten waren gesloten en de handzeep niet in Nederland mocht worden verkocht. Wel werd TES een gedeeltelijke vergoeding toegekend voor gemaakte kosten die redelijk waren, waaronder kosten voor het vullen van flacons, verpakkingsmateriaal en vervoer naar België.
De kosten die door een derde partij ([B.V.]) waren gemaakt, werden niet toegewezen omdat TES onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij deze schade kon vorderen. Sanisign en de gedaagde werden tevens veroordeeld tot betaling van proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.