ECLI:NL:RBROT:2026:2082

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
14 januari 2026
Publicatiedatum
2 maart 2026
Zaaknummer
C/10/687483 / HA ZA 24-882
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:97 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding distributieovereenkomst en schadevergoeding wegens onrechtmatige verkoop handzeep

TES en Sanisign sloten een distributie- en koopovereenkomst voor handzeep, waarbij TES de handzeep in Nederland mocht verkopen. Het bleek echter dat de handzeep in Nederland niet was toegelaten, waardoor de verkoop onrechtmatig was.

De rechtbank oordeelde in een tussenvonnis dat de buitengerechtelijke ontbinding van de distributieovereenkomst door TES geldig was en dat de koopovereenkomsten ontbonden moesten worden. Sanisign en de gedaagde werden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding aan TES.

In dit eindvonnis werd vastgesteld dat TES geen recht had op vergoeding van gederfde winst omdat in de hypothetische situatie geen overeenkomsten waren gesloten en de handzeep niet in Nederland mocht worden verkocht. Wel werd TES een gedeeltelijke vergoeding toegekend voor gemaakte kosten die redelijk waren, waaronder kosten voor het vullen van flacons, verpakkingsmateriaal en vervoer naar België.

De kosten die door een derde partij ([B.V.]) waren gemaakt, werden niet toegewezen omdat TES onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij deze schade kon vorderen. Sanisign en de gedaagde werden tevens veroordeeld tot betaling van proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De rechtbank verklaart de ontbinding geldig, ontbindt de koopovereenkomsten en veroordeelt Sanisign en de gedaagde tot betaling van € 257.986,45 schadevergoeding plus rente en proceskosten aan TES.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/687483 / HA ZA 24-882
Vonnis van 14 januari 2026
in de zaak van
TOTAL ENERGY SERVICE B.V.,
gevestigd in Uithoorn,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
advocaat mr. A. Robustella te Ede,
tegen

1.SANISIGN B.V.,

gevestigd in Rotterdam,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
2.
[gedaagde],
wonend in [woonplaats] ,
gedaagde in conventie,
advocaat mr. P.A. Visser te Rotterdam.
Partijen worden hierna TES, Sanisign en [gedaagde] genoemd.

1.Inleiding en samenvatting

1.1.
TES en Sanisign hebben een distributieovereenkomst en koopovereenkomsten gesloten met betrekking tot handzeep. In de distributieovereenkomst staat dat TES de van Sanisign afgenomen handzeep in Nederland mag verkopen en dat voor verkoop buiten Nederland toestemming van Sanisign nodig is. Het bleek echter niet toegestaan te zijn om de handzeep in Nederland te verkopen.
1.2.
In het tussenvonnis van 13 augustus 2025 (hierna: het tussenvonnis) heeft de rechtbank geoordeeld dat zullen worden toegewezen (a) de vordering om voor recht te verklaren dat de buitengerechtelijke ontbinding van de distributieovereenkomst door TES geldig is, (b) de vordering om de koopovereenkomsten te ontbinden, (c) de vordering om Sanisign en [gedaagde] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van € 133.761,33 aan TES, (d) de vordering om Sanisign en [gedaagde] hoofdelijk te veroordelen tot vergoeding van de overige schade die TES heeft geleden en (e) de vordering inzake de proceskosten. Verder heeft de rechtbank in het tussenvonnis geoordeeld dat de tegenvorderingen van Sanisign en [gedaagde] zullen worden afgewezen.
1.3.
Bij tussenvonnis van 15 oktober 2025 heeft de rechtbank de verzoeken van Sanisign en [gedaagde] om terug te komen van het tussenvonnis en om tussentijds hoger beroep tegen het tussenvonnis toe te staan afgewezen.
1.4.
In dit eindvonnis veroordeelt de rechtbank Sanisign en [gedaagde] hoofdelijk om aan TES een schadevergoeding van € 257.986,45 te betalen, te vermeerderen met rente. Daarnaast beslist de rechtbank in dit vonnis op de andere vorderingen.

2.Het verloop van de procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 15 oktober 2025 en de daarin vermelde processtukken, waaronder de akte na tussenvonnis van TES van 8 oktober 2025 met 11 producties;
- de antwoordakte van 26 november 2025 van Sanisign en [gedaagde] .
2.2.
Op de rol van 10 december 2025 heeft TES vonnis gevraagd en hebben Sanisign en [gedaagde] niet laten weten hoe zij de procedure willen voortzetten. Vervolgens heeft de rechtbank vonnis bepaald.

3.De verdere beoordeling

in conventie

De rechtbank laat de eiswijziging van TES toe
3.1.
In haar akte van 8 oktober 2025 heeft TES gevorderd dat de rechtbank Sanisign en [gedaagde] bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad hoofdelijk veroordeelt tot betaling van € 971.703,30 aan TES, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 maart 2021 tot de dag van volledige betaling. Dit komt neer op een wijziging van vordering 6 en 10, zoals weergegeven in 4.1 van het tussenvonnis.
3.2.
Het door TES gevorderde schadebedrag bestaat voor € 500.000,00 uit gederfde winst, voor € 392.975,59 uit door TES gemaakte kosten in verband met de voorgenomen verkoop van de handzeep, voor € 88.157,65 uit door [naam] B.V. (hierna: [B.V.] ) gemaakte kosten in verband met de voorgenomen verkoop van de handzeep en voor € 12.986,45 uit kosten in verband met het vervoer van de handzeep naar België en de opslag aldaar. Op de schade strekt volgens TES in mindering € 9.318,25 aan verkoopomzet van TES en € 13.098,14 aan verkoopomzet van [B.V.] .
3.3.
De eiswijziging vloeit voort uit het tussenvonnis. Sanisign en [gedaagde] hebben daarop gereageerd in hun akte van 26 november 2025. Zij hebben geen formele bezwaren geuit tegen de eiswijziging en de rechtbank acht deze eiswijziging ook ambtshalve niet in strijd met de goede procesorde. De rechtbank zal daarom in dit vonnis beslissen op (a) vordering 1 tot en met 5, 7, 8, 9 en 11, zoals weergegeven in 4.1 van het tussenvonnis en (b) de vordering die hierboven in 3.1 is weergegeven.
In de hypothetische situatie hadden TES en Sanisign geen overeenkomsten gesloten
3.4.
Om de hoogte van de schade van TES vast te stellen, moet de feitelijke situatie worden vergelijken met de situatie die was ontstaan zonder wanprestatie of onrechtmatig handelen van Sanisign en [gedaagde] (hierna: de hypothetische situatie). Aan het aannemelijk maken van wat er in de hypothetische situatie was gebeurd, mogen volgens vaste rechtspraak geen hoge eisen worden gesteld, omdat Sanisign en [gedaagde] het TES door hun onrechtmatige handelen onmogelijk hebben gemaakt om te bewijzen wat er zonder dat handelen was gebeurd. Dit neemt niet weg dat het op de weg van TES ligt om de door haar geschetste hypothetische situatie aannemelijk te maken.
3.5.
De kern van het betoog van TES is dat de handzeep in de hypothetische situatie in aanzienlijke hoeveelheden en tegen een behoorlijke winstmarge zou zijn verkocht in Nederland; voor verkoop buiten Nederland heeft Sanisign volgens TES nooit toestemming verleend.
TES heeft niet onderbouwd waarom dit volgens haar de hypothetische situatie is en de rechtbank acht dat ook niet aannemelijk. Het door TES geschetste scenario gaat namelijk uit van de vooronderstelling dat de handzeep in de hypothetische situatie in Nederland mocht worden verkocht, maar TES maakt niet duidelijk waarop deze vooronderstelling is gebaseerd. De handzeep (althans een werkzaam bestanddeel daarvan) was in Nederland nu juist niet toegelaten en dat is ook de reden waarom het geschil tussen partijen is ontstaan. Gesteld noch gebleken is dat het in de macht van Sanisign en [gedaagde] (of TES zelf) lag om te bewerkstelligen dat de handzeep alsnog in Nederland zou worden toegelaten.
De hypothetische situatie is naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet dat de handzeep in Nederland was toegelaten en in aanzienlijke hoeveelheden met winst was verkocht, maar dat Sanisign en [gedaagde] aan TES naar behoren duidelijk hadden gemaakt dat de handzeep in Nederland niet was toegelaten (en dat de kans aanzienlijk was dat dit zo zou blijven). In die situatie acht de rechtbank het aannemelijk dat TES als zakelijk handelend ondernemer niet was overgegaan tot het sluiten van een exclusief op verkoop in Nederland gerichte distributieovereenkomst en daarop gebaseerde koopoverkomsten met Sanisign.
TES heeft geen recht op vergoeding van gederfde winst
3.6.
Omdat er in de hypothetische situatie geen overeenkomsten waren gesloten, had TES de handzeep in de hypothetische situatie niet met winst in Nederland kunnen verkopen. De gevorderde vergoeding van gederfde winst is daarom al niet toewijsbaar. Wat partijen op dit punt verder naar voren hebben gebracht, hoeft de rechtbank dus niet te beoordelen.
TES heeft recht op gedeeltelijke vergoeding van de door haar gemaakte kosten
3.7.
Het door TES in dit verband gevorderde bedrag van € 392.975,59 valt uiteen in:
a) € 93.268,49 voor het vullen van flacons met handzeep;
b) € 1.315,80 voor het vervaardigen van een dispenser statief en een displayplaat;
c) € 8.594,81 voor het vervaardigen van verpakkingsmateriaal;
d) € 3.442,00 voor de productie van etiketten;
e) € 258.652,79 voor de inkoop van een foam pomp, flacons, luchtvervoer, zeevervoer en bemiddeling.
3.8.
De antwoordakte van Sanisign en [gedaagde] is niet glashelder gestructureerd. Naar de rechtbank begrijpt, komt hun betoog over de door TES gevorderde kosten erop neer dat bepaalde kosten overbodig of onbegrijpelijk hoog zijn. Zij noemen hierbij specifiek de keus voor luchtvervoer. Zij menen verder dat TES onverantwoord grote hoeveelheden goederen heeft ingekocht, zonder (kenbaar) onderzoek of dat wel realistisch was.
3.9.
TES heeft de door haar gemaakte kosten gepresenteerd en onderbouwd met facturen. Zij heeft aangeboden te bewijzen dat de betreffende bedragen daadwerkelijk zijn betaald. Dat lijken Sanisign en [gedaagde] niet te betwisten; het gaat hen vooral om de redelijkheid en de hoogte van de gemaakte kosten. Hun betwisting daarvan is onderbouwd, zij het vrij algemeen. Door vervolgens vonnis te vragen, heeft TES impliciet kenbaar gemaakt dat zij het niet nodig achtte om daarop te reageren.
3.10.
Het is redelijk dat TES kosten is gaan maken ter voorbereiding van de beoogde verkoop van de handzeep. Deze kosten komen als schade voor vergoeding in aanmerking indien en voor zover zij redelijk zijn. Van TES mag worden verwacht dat zij geen overbodige of onverantwoord hoge kosten maakt. Doet zij dat wel, dan moet dat voor haar rekening en risico komen. Omdat partijen zich niet erg specifiek hebben uitgelaten over de redelijkheid van de door TES gemaakte kosten, is het voor de rechtbank niet mogelijk om het bedrag van de voor vergoeding in aanmerking komende kosten nauwkeurig vast te stellen en zal zij dit bedrag moeten schatten. Artikel 6:97 BW Pro biedt hiertoe de mogelijkheid. Daarbij geldt enerzijds dat het redelijk is dat TES kosten is gaan maken en dat het begrijpelijk is dat deze kosten aanzienlijk zijn, maar anderzijds dat het niet zonder meer redelijk is dat zij bepaalde goederen in zeer aanzienlijke hoeveelheden is gaan inkopen en daarbij mede gebruik heeft gemaakt van luchtvervoer. Alles afwegend ziet de rechtbank aanleiding om het bedrag van de voor vergoeding in aanmerking komende kosten schattenderwijs te begroten op € 260.000,00, dat is afgerond twee-derde van de door TES gevorderde kosten. De rechtbank ziet in het partijdebat onvoldoende concrete aanknopingspunten voor een andere schatting of voor een nadere toelichting op deze schatting.
TES heeft geen recht op vergoeding van de door [B.V.] betaalde facturen
3.11.
In verband met de beoogde verkoop van handzeep heeft de houdstermaatschappij van TES [B.V.] opgericht. Op verzoek van TES heeft [B.V.] in totaal € 88.157,65 aan derden betaald. TES vordert vergoeding van dit bedrag door Sanisign en [gedaagde] .
3.12.
Sanisign en [gedaagde] stellen zich op het standpunt dat vergoeding van deze kosten niet aan de orde kan zijn; zij kennen [B.V.] niet en hebben ook niet met haar gecontracteerd.
3.13.
De rechtbank stelt vast dat TES hier vergoeding vordert van kosten die een derde heeft gemaakt. [B.V.] heeft zelf geen vordering ingesteld en de houdstermaatschappij van TES evenmin. TES heeft niet voldoende toegelicht waarom zij meent deze schade desondanks van Sanisign en [gedaagde] te kunnen vorderen. Deze schadepost is dan ook niet toewijsbaar vanwege het ontbreken van een aannemelijk gemaakte grondslag.
TES heeft recht op vergoeding van de kosten voor het vervoer naar en de opslag in België
3.14.
Deze kostenpost zal als voldoende onderbouwd en niet betwist worden toegewezen.
De rechtbank stelt de schade vast op € 257,986,45, te vermeerderen met rente
3.15.
Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de door TES gevorderde schade toewijsbaar is tot een bedrag van (€ 260.000,00 plus € 12.986,45 is) € 272.986,45.
3.16.
TES stelt zich op het standpunt dat de door haar en [B.V.] behaalde verkoopomzet volledig in mindering moet worden gebracht op haar schade, vermoedelijk omdat zij ook volledige vergoeding van de voor het behalen van deze omzet gemaakte kosten vordert. Tegen deze aftrek hebben Sanisign en [gedaagde] (uiteraard) geen bezwaar gemaakt. In aanmerking genomen dat de door TES gevorderde kosten slechts gedeeltelijk voor vergoeding in aanmerking komen en de gevorderde kosten van [B.V.] in het geheel niet, acht de rechtbank het onredelijk om deze posten volledig in mindering te brengen op de toewijsbare schade. Zij zal daarom de gestelde omzet tot een bedrag van € 15.000,00 in mindering brengen op de schade.
3.17.
De vordering tot vergoeding van schade wordt gelet op het voorgaande toegewezen tot (€ 272.986,45 min € 15.000,00 is) € 257.986,45 en voor het overige afgewezen.
3.18.
Omdat Sanisign en [gedaagde] de gevorderde (ingangsdatum van de) wettelijke rente over het schadebedrag niet specifiek hebben betwist, worden zij veroordeeld tot betaling daarvan met ingang van de door TES gevorderde datum.
De beslissing op de andere vorderingen
3.19.
In 5.16 van het tussenvonnis is geconcludeerd dat de rechtbank zal toewijzen:
a) de vordering om voor recht te verklaren dat de buitengerechtelijke ontbinding van de distributieovereenkomst door TES geldig is;
b) de vordering om de koopovereenkomsten te ontbinden;
c) de vordering om Sanisign en [gedaagde] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van € 133.761,33;
d) de vordering om Sanisign en [gedaagde] hoofdelijk te veroordelen tot vergoeding van de overige schade die TES heeft geleden; en
e) de vordering inzake de proceskosten.
3.20.
Ook na het tussenvonnis (en in het bijzonder 5.14 daarvan) heeft TES geen rente gevorderd over het hierboven in 3.19 onder c vermelde bedrag. Dat bedrag moet daarom zonder rente worden toegewezen. Over het in 3.19 onder d bedoelde bedrag, dat bij dit vonnis is vastgesteld, moeten Sanisign en [gedaagde] wel rente betalen (zie 3.18).
in reconventie
De vorderingen worden afgewezen
3.21.
Uit 5.17 van het tussenvonnis volgt dat de vorderingen in reconventie worden afgewezen.
in conventie en in reconventie
Sanisign en [gedaagde] worden hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten
3.22.
Sanisign en [gedaagde] worden als de in het ongelijk gestelde partijen hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten. Het bedrag van deze kosten wordt aan de kant van TES vastgesteld op:
- dagvaardingen € 228,76
- griffierecht € 6.617,00
- salaris advocaat in conventie € 10.506,00 (3 punten x tarief € 3.502,00)*
- salaris advocaat in reconventie € 614,00 (2 punten x tarief € 614,00 x 0,5)**
- nakosten
€ 278,00(plus eventuele verhoging, zie beslissing)
TOTAAL € 18.243,76
* 1 punt voor de dagvaarding, 1 punt voor de mondelinge behandeling en 0,5 punten per akte van 8 oktober 2025 (dus twee keer 0,5 punt)
** 1 punt voor de conclusie van antwoord in reconventie en 1 punt voor de mondelinge behandeling, factor 0,5 vanwege de samenhang tussen conventie en reconventie.
3.23.
Over de proceskosten is geen wettelijke rente gevorderd.

4.De beslissing

De rechtbank
in conventie
4.1.
verklaart voor recht dat TES de door haar met Sanisign gesloten distributieovereenkomst geldig heeft ontbonden;
4.2.
ontbindt de tussen TES en Sanisign gesloten koopovereenkomsten;
4.3.
veroordeelt Sanisign en [gedaagde] hoofdelijk tot betaling van € 133.761,33 aan TES;
4.4.
veroordeelt Sanisign en [gedaagde] hoofdelijk tot betaling van € 257.986,45 aan TES, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dit bedrag vanaf 9 maart 2021 tot de dag van volledige betaling;
in conventie en in reconventie
4.5.
veroordeelt Sanisign en [gedaagde] hoofdelijk tot betaling van € 18.243,76 aan TES, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Sanisign en [gedaagde] niet binnen deze termijn aan de veroordelingen voldoen en dit vonnis daarna wordt betekend, dan moeten zij hoofdelijk € 92,00 extra aan TES betalen, plus de kosten van betekening;
4.6.
verklaart 4.3, 4.4 en 4.5 van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door B. van Velzen en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2026.
3194/3152