Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het verloop van de procedure
3.De feiten
4.De gewijzigde vorderingen
a) over € 33.000,00 vanaf 18 augustus 2023 tot de dag van volledige betaling;
Volgens Olympus levert iedere factuur van [gedaagde] voor de in 3.2 bedoelde werkzaamheden voor Burgy een overtreding op van de bemiddelingsovereenkomst 2020 (zie 3.3 van het tussenvonnis) en de factoringsovereenkomst 2020 (zie 3.5 van het tussenvonnis). Dit leidt tot een boetebedrag van (zes maal € 5.000,00 plus zes maal € 500,00 is) € 33.000,00. Iedere factuur van [gedaagde] voor de in 3.3 bedoelde werkzaamheden voor [naam] levert volgens Olympus een overtreding op van de bemiddelingsovereenkomst 2021 (zie 3.6 van het tussenvonnis) en de factoringovereenkomst 2022 (zie 3.8 van het tussenvonnis). Dit leidt tot een boetebedrag van (vijf maal € 7.500,00 plus vijf maal € 500,00 is) € 40.000,00. Olympus vordert betaling van deze boetes, met rente vanaf de datum van verzuim (vordering 1).
Daarnaast vordert zij betaling van de vergoedingen die [gedaagde] op grond van de overeenkomsten is verschuldigd, ook met rente (vordering 2).
Verder vordert Olympus op grond van de factoringovereenkomsten betaling van alle juridische kosten die zij heeft gemaakt om betaling af te dwingen, althans van de helft van deze kosten (omdat in elk geval de helft van de kosten ten behoeve van Activum is gemaakt), althans de buitengerechtelijke incassokosten (vordering 3).
5.De beoordeling
De rechtbank beslist op de gewijzigde vorderingen van Olympus
[gedaagde] heeft voor het laatst in week 40 van 2022 een weekstaat naar Olympus gestuurd voor zijn werkzaamheden bij [naam] (zie 3.9 van het tussenvonnis). Ruim anderhalf jaar later is hij opnieuw aan de slag gegaan bij [naam] , in totaal voor vijf weken.