Uitspraak
1.De zaak in het kort
primairdat de zoon onder druk van een dwangsom wordt veroordeeld om mee te werken aan de verkoop van de woning aan een derde en
subsidiairdat de zoon wordt veroordeeld om de woning te ontruimen (zodat de vader daar zelf kan gaan wonen). De zoon is het niet eens met de vorderingen van de vader, onder andere omdat de zoon de gelegenheid wil krijgen om het eigendomsdeel van de vader in de woning over te nemen. Daarom vordert de zoon als tegenvordering – kort gezegd – dat de vader onder druk van een dwangsom wordt veroordeeld om mee te werken aan overname van het eigendomsdeel van de vader in de woning door de zoon. De voorzieningenrechter wijst alle (tegen)vorderingen af. Dit oordeel wordt hierna uitgelegd.
2.De procedure
- de dagvaarding van 28 januari 2026, met producties E1 tot en met E8;
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie (tegenvordering), met producties G1 tot en met G6;
- de mondelinge behandeling op 10 februari 2026;
- de pleitnota van mr. Koçak.
3.De vorderingen in conventie en in reconventie
4.De beoordeling in conventie en in reconventie
Hoofdstuk C. Beperking bevoegdheid tot levering Registergoed
wettelijk erfgenaam zijn van Ondererfpachter; ofwel:
het Registergoed oorspronkelijk mede hebben verkregen; ofwel:
voor medehuur van de Woning in aanmerking zouden komen indien Ondererfpachter huurder van de Woning zou zijn ofwel:
kinderen zijn van degene die het Registergoed oorspronkelijk (mede) heeft verkregen; (…).”.
5.De beslissing
[4041/1729]