ECLI:NL:RBROT:2026:2106

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
12 februari 2026
Publicatiedatum
3 maart 2026
Zaaknummer
C/10/714208 / FA RK 26-833
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg voor betrokkene met schizofrenie

De rechtbank Rotterdam behandelde op 12 februari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, die lijdt aan schizofrenie met paranoïde psychotische symptomen.

Uit de medische verklaring, het zorgplan en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn psychische stoornis, waaronder risico op lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Betrokkene vertoont overlastgevend en agressief gedrag, heeft slechte zelfzorg en weigert sinds december 2025 ambulante zorg en medicatie.

De rechtbank oordeelt dat vrijwillige zorg niet toereikend is vanwege het beperkte ziekte-inzicht en de wisselende therapietrouw van betrokkene. Daarom is verplichte zorg noodzakelijk, met name het toedienen van medicatie, medische controles, controle op middelengebruik en het naleven van ambulante behandelafspraken.

De rechtbank wijst het verzoek tot opname in een accommodatie en beperking van bewegingsvrijheid af, omdat betrokkene zich vrijwillig laat opnemen en deze maatregelen op vrijwillige basis kunnen plaatsvinden. De zorgmachtiging wordt verleend voor de duur van twaalf maanden tot 12 februari 2027.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden met verplichte medicatie en medische controles, terwijl opname en bewegingsbeperking worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/714208 / FA RK 26-833
Referentienummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 12 februari 2026 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1972, [geboorteplaats] ,
hierna: betrokkene,
wonende te [woonplaats] ,
op dit moment verblijvende in [naam kliniek] te [plaatsnaam] ,
advocaat mr. P.R. Hogerbrugge te Rotterdam.

1.Procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 30 januari 2026.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • de medische verklaring opgesteld door [naam 1] , psychiater, van 29 januari 2026;
  • de niet-ingevulde zorgkaart;
  • het zorgplan van 22 januari 2026;
  • de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;
  • de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz
en de Wvggz;
- het bericht dat er geen relevante politie-, strafvorderlijke en justitiële gegevens van betrokkene zijn.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 12 februari 2026. Bij die gelegenheid zijn verschenen:
  • betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;
  • [naam 2] , arts, verbonden aan Antes.
1.3.
De officier is niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2.Beoordeling

2.1.
Bij beschikking van deze rechtbank is op grond van artikel 6:4 Wvggz Pro een zorgmachtiging verleend tot en met 1 februari 2026. De officier heeft op 30 januari 2026 een verzoek ingediend voor een aansluitende zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden.
2.2.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofrenie, met paranoïde psychotische symptomen.
2.3.
Anders dan namens betrokkene bepleit, is de rechtbank van oordeel dat het gedrag van betrokkene als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig nadeel leidt, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept. Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene ’s nachts naar buiten gaat uit angst, waardoor hij uitgeput raakt door gebrek aan slaap. Betrokkene veroorzaakt overlast met muziek. Er is sprake van slechte zelfzorg: betrokkene eet en drinkt onvoldoende, rookt heel veel en denkt gestopt te zijn met drugs. Uit het zorgplan blijkt dat er sprake is van verbale agressie naar medewerkers van de GGZ. Betrokkene heeft opnieuw zijn huisraad vernield. Ook houdt hij (familie)contacten af. Vanuit de overlast ontstaan conflicten met buren en ook zou hij een bovenbuurvrouw opdringerig hebben lastiggevallen. Betrokkene oogt fors afgevallen.
2.4.
Om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, en de fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen in het geval diens gedrag als gevolg van zijn psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel daarvoor, heeft betrokkene zorg nodig.
2.5.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene beperkt ziekte-inzicht en ziektebesef heeft. Betrokkene staat ambivalent tegenover medicatie. Betrokkene zegt wel dat hij opname en medicatie wil maar ook dat hij geen psychische hulp nodig heeft. Uit het zorgplan blijkt dat betrokkene lang stabiel is geweest, dat er sinds april 2025 sprake is van zeer wisselende therapietrouw, waarna betrokkene zich op 3 juni 2025 vrijwillig heeft laten opnemen. Sinds december 2025 / januari 2026 weigert betrokkene behandelcontacten en bloedcontroles. Hij wil geen ambulante zorg en ook geen medicatie. Tijdens de mondelinge behandeling is de vrijwilligheid van betrokkene besproken. Betrokkene heeft zich meerdere keren vrijwillig laten opnemen. Aan de andere kant zijn er vanuit de ambulant behandelaren twijfels over een volledige vrijwilligheid, omdat betrokkene regelmatig verklaart te zullen stoppen met de medicatie en de afspraken, als de zorgmachtiging niet wordt verlengd. De arts licht toe dat op de afdeling met betrokkene goede afspraken zijn te maken. De afgelopen periode is het meermaals voorgekomen dat betrokkene zijn olanzapine niet inneemt. De rechtbank is van oordeel dat de vrijwilligheid van betrokkene ten aanzien van de medicatie en de ambulante zorg onvoldoende bestendig is. Om die reden is, in ieder geval voor een aantal zorgvormen, verplichte zorg nodig.
2.6.
De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Namens betrokkene is bezwaar gemaakt tegen de opname en het beperken van de bewegingsvrijheid. Betrokkene wordt liever vrijwillig opgenomen dan dat hij met politie en ambulance wordt opgenomen. Betrokkene is ook al een aantal keer vrijwillig opgenomen. De arts verklaart er vertrouwen in te hebben met betrokkene afspraken te kunnen maken over een kort vrijwillig verblijf na de dag van de mondelinge behandeling. Ten aanzien van de opname is de rechtbank van oordeel dat is gebleken dat betrokkene zich vrijwillig laat opnemen en dat hij bereid is daar ook afspraken over te maken. Deze vormen van zorg waren in de lopende zorgmachtiging ook niet opgenomen. Om die reden zal de rechtbank, in navolging van het verweer van de advocaat, de gevraagde vormen ‘beperken van de bewegingsvrijheid’ en ‘opname in de accommodatie’ afwijzen.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
  • het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles;
  • het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
  • het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, inhoudende het accepteren en nakomen van ambulante behandelafspraken.
2.7.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, het beperken van de bewegingsvrijheid en het opnemen in een accommodatie, worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd of deze vormen op vrijwillige basis kunnen plaatsvinden.
2.8.
Voor de toegewezen vormen van verplichte zorg zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Verder is de voorgestelde verplichte zorg evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.9.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal aansluitend op een zorgmachtiging worden verleend voor de verzochte duur van twaalf maanden met ingang van vandaag.

3.Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.6. kunnen worden getroffen;
3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 12 februari 2027;
3.4.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 12 februari 2026 mondeling gegeven door mr. S.L. Raphael, rechter, in tegenwoordigheid van mr. Z.P. van der Knaap, griffier, en op 26 februari 2026 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.