Verzoekster heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend op grond van artikel 287b, eerste lid, Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van haar huurwoning opschort. De ontruiming was aangekondigd op basis van een proces-verbaal van de kantonrechter van 12 september 2025 wegens huurachterstand.
De rechtbank oordeelt dat sprake is van een bedreigende situatie omdat de ontruiming op korte termijn zou plaatsvinden. De wetgever beoogt met het moratorium een adempauze te bieden aan schuldenaren om een regeling met schuldeisers te treffen. De rechtbank stelt vast dat de lopende huurtermijnen, hoewel soms te laat, zijn voldaan en dat verzoekster haar inkomen zal laten overmaken op een betalingsrekening van schuldhulpverlening, waardoor toekomstige betalingen gewaarborgd zijn.
De belangenafweging leidt tot toewijzing van het moratorium voor zes maanden, onder de voorwaarde dat de lopende huurtermijnen tijdig worden voldaan. Tevens wordt verzoekster niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, met de mogelijkheid een nieuw verzoek in te dienen.