Verzoeker bevindt zich in een problematische schuldensituatie en heeft een verzoek ingediend tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) met een eerdere ingangsdatum dan de datum van het vonnis.
De rechtbank oordeelt dat verzoeker ontvankelijk is omdat het niet mogelijk is binnen afzienbare tijd tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen, mede doordat schulden zijn opgebouwd door de ex-partner en de totale schuldenlast nog onduidelijk is. Verzoeker voldoet aan de voorwaarden voor toelating tot de Wsnp, waaronder te goeder trouw zijn en de verwachting dat hij aan de verplichtingen zal voldoen.
De rechtbank stelt de looptijd van de regeling op achttien maanden en bepaalt de ingangsdatum op 12 oktober 2025, vier maanden eerder dan het vonnis, omdat verzoeker vanaf die datum aan de afdrachtverplichting en inspanningsverplichting heeft voldaan door fulltime te werken en voldoende te sparen.
Er wordt een bewindvoerder benoemd die toezicht houdt op de naleving van de verplichtingen en beheer van de boedel. Tevens wordt een rechter-commissaris benoemd die toezicht houdt op de bewindvoerder. De regeling eindigt met een schone lei indien aan alle verplichtingen is voldaan.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen na uitspraak, uitsluitend door een advocaat in te dienen bij het gerechtshof.