Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
de moeder.
de GI.
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift van de GI met bijlagen, ontvangen op 31 december 2025 (ingeschreven onder zaaknummer C/10/712653);
- het verzoekschrift van de moeder (ingeschreven onder zaaknummer C/10/713136);
- de e-mailberichten van de moeder van 18 december 2025, 2 januari 2026, 6 januari 2026, 8 januari 2026, 13 januari 2026, 15 januari 2026, 18 januari 2026, 19 januari 2026, 21 januari 2026 en 26 januari 2026, 27 januari 2026 en 28 januari 2026;
- de brief met bijlagen van mr. P.J. de Bruin van 2 februari 2026;
- het pedagogisch onderzoeksrapport van [naam 1] van 3 mei 2025, ontvangen van mr. P.J. de Bruin op 2 februari 2026;
- de schriftelijke aanwijzing van de GI van 7 januari 2026, ter zitting overgelegd door mr. P.J. de Bruin.
2.De feiten
3.De verzoeken
- primair: de schriftelijke aanwijzing van de GI van 7 januari 2026 geheel dan wel gedeeltelijk vervallen te verklaren;
- subsidiair: vast te stellen dat de schriftelijke aanwijzing van de GI voortbouwt op een ondeugdelijke grondslag en deze te schorsen;
- meer subsidiair: te bepalen dat de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing hun wettelijke grondslag missen en deze op te heffen;
- uiterst subsidiair: een onmiddellijke herbeoordeling te gelasten van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing door een onafhankelijke deskundige en/of rechter; en
- te bepalen dat verdere verzoeken van de GI niet worden behandeld zonder gelijktijdige behandeling van onderhavig verzoek.
4.De standpunten
5.De beoordeling
6.De beslissing
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.