ECLI:NL:RBROT:2026:219
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt mindering kinderalimentatie op bijstandsuitkering
Eiseres ontvangt bijstand als alleenstaande ouder en kreeg kinderalimentatie in mindering gebracht op haar uitkering door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Het college had het alimentatiebedrag aangepast vanwege de meerderjarigheid van haar kinderen en een nabetaling toegekend wegens te veel ingehouden alimentatie.
Eiseres stelde dat het college ten onrechte een te hoog bedrag aan alimentatie in mindering bracht, omdat alleen het feitelijk ontvangen bedrag mag worden gekort en het college onvoldoende onderzoek deed naar de draagkracht van haar ex-partner. Ook voerde zij aan dat het college het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel schond en haar financiële situatie onvoldoende in acht nam.
De rechtbank oordeelde dat het college terecht uitgaat van het alimentatiebedrag waarover eiseres redelijkerwijs kan beschikken, ongeacht het feitelijke ontvangst. Het betoog dat het college onvoldoende onderzoek deed naar de draagkracht van de ex-partner faalde, mede omdat de situatie van eiseres afwijkt van de door haar aangehaalde jurisprudentie. Ook het argument dat het college geen rekening hield met de beschikking en indexering werd verworpen wegens gebrek aan bewijs.
Verder concludeerde de rechtbank dat er geen aanwijzingen zijn dat het besluit onevenredig nadelige financiële gevolgen heeft voor eiseres. Ondanks haar status als gedupeerde van de toeslagenaffaire, toonde zij geen bewijs van financiële problemen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de mindering van kinderalimentatie op haar bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.