Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:2241

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
23 januari 2026
Publicatiedatum
4 maart 2026
Zaaknummer
FT RK 25-1599
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.P. van Eeden-van Harskamp
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848Art. 349a FwArt. 351a FwArt. 352 FwArt. 316 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing wettelijke schuldsaneringsregeling met vaststelling ingangsdatum en looptijd

De heer verzoeker bevindt zich in een problematische schuldensituatie en heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). De rechtbank Rotterdam heeft dit verzoek behandeld op 16 januari 2026 en beoordeeld aan de hand van de criteria dat de schuldenaar zich in een problematische schuldensituatie moet bevinden, te goeder trouw moet zijn geweest bij het ontstaan en onbetaald laten van schulden, en de verwachting moet bestaan dat hij aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.

De rechtbank stelt vast dat de heer verzoeker aan deze eisen voldoet en daarom wordt toegelaten tot de Wsnp. De rechtbank is bevoegd om deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen omdat het centrum van voornaamste belangen van de heer verzoeker in Nederland ligt. De looptijd van de regeling wordt vastgesteld op achttien maanden.

De ingangsdatum van de regeling wordt niet gesteld op de datum van het nulaanbod (11 april 2025), omdat pas vanaf 23 oktober 2025 aantoonbaar en controleerbaar is voldaan aan de inspanningsverplichting, met name door het overleggen van voldoende sollicitaties. Tijdens de Wsnp moet de heer verzoeker voldoen aan diverse verplichtingen, waaronder informatieverstrekking, inspanningsplicht, geen nieuwe schulden maken, schuldeisers niet benadelen en afdracht van inkomen boven het vrij te laten bedrag.

Er wordt een bewindvoerder benoemd die toezicht houdt op de naleving van deze verplichtingen en de boedel beheert. Tevens wordt een rechter-commissaris benoemd die toezicht houdt op de bewindvoerder. De regeling eindigt met een schone lei indien aan alle verplichtingen is voldaan. De rechtbank bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op zijn vergoeding mag nemen, mits de boedel toereikend is.

Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt toegewezen met ingangsdatum 23 oktober 2025 en looptijd achttien maanden.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
insolventienummer: [nummer]
vonnis van:
23 januari 2026
op het verzoek van:
[verzoeker],
wonende te [adres] ,
[postcode] [woonplaats] .
Waar deze zaak over gaat
De heer [verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft de heer [verzoeker] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Dit verzoek wordt toegewezen. De rechtbank ziet geen aanleiding om een eerdere ingangsdatum te bepalen.
De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
De heer [verzoeker] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 16 januari 2026. Op de zitting zijn verschenen:
- de heer [verzoeker] ,
- mevrouw [persoon A] , schuldhulpverlener.

2.De beoordeling

De toelating
2.1.
De heer [verzoeker] kan worden toegelaten tot de Wsnp als hij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat de heer [verzoeker] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.
2.2.
De heer [verzoeker] voldoet aan alle eisen en wordt toegelaten tot de Wsnp.
Bevoegdheid
2.3.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van de heer [verzoeker] in Nederland ligt.
Duur
2.4.
De rechtbank stelt de termijn van de Wsnp-regeling ex artikel 349a Fw (hierna: looptijd) op achttien maanden.
De ingangsdatum
2.5.
De Faillissementswet (hierna: Fw) bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.
2.6.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
2.7.
De rechtbank stelt vast dat de heer [verzoeker] gedurende het voorafgaande schuldhulpverleningstraject, gelet op zijn inkomen, geen afloscapaciteit heeft gehad en dat om die reden terecht aan de schuldeisers een zogenoemd nulaanbod is gedaan. De in het nulaanbod opgenomen vaststelling dat geen afloscapaciteit aanwezig was, kan in beginsel worden gelijkgesteld met een eerste aflossing als bedoeld in artikel 349a lid 1 Fw.
2.8.
Voor het bepalen van een eerdere ingangsdatum is echter niet alleen het moment van vaststelling dat geen afloscapaciteit bestond van belang, maar ook dat aan de inspanningsverplichting is voldaan. De rechtbank stelt vast dat hiervan pas sprake is vanaf het moment dat de heer [verzoeker] zijn sollicitatie-inspanningen controleerbaar inzichtelijk heeft gemaakt.
2.9.
Gelet hierop kan de ingangsdatum van de Wsnp niet worden gesteld op de datum waarop het nulaanbod is gedaan, te weten 11 april 2025. De rechtbank stelt de ingangsdatum daarom vast op 23 oktober 2025, zijnde de eerste maand waarin de heer [verzoeker] aantoonbaar en controleerbaar heeft voldaan aan zijn inspanningsverplichting door voldoende sollicitaties te overleggen.

3.De (controle van) verplichtingen in de Wsnp

3.1.
De verplichtingen waaraan de heer [verzoeker] tijdens de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vtlb en van goederen die in de boedel vallen).
3.2.
Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of de heer [verzoeker] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.
3.3.
De bewindvoerder bekijkt ook of de verplichtingen uit het minnelijk traject zijn nagekomen. Voor zover het gaat om de verplichting tot afdracht van inkomen boven het vtlb en de inspanningsverplichting, die bij de toelatingszitting al zijn beoordeeld, verzoekt de rechtbank de bewindvoerder om uiterlijk bij het eindverslag ook verslag uit te brengen over de vraag of van materiële onjuistheden is gebleken (vergelijk r.o. 3.6.4 van het arrest van de Hoge Raad van 20 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1913). Dit kan eventueel aanleiding geven tot verlenging van de looptijd van de schuldsaneringsregeling.
3.4.
De bewindvoerder zal bij het eindverslag ook een advies uitbrengen over de vraag in hoeverre aan de andere verplichtingen in het minnelijk traject is voldaan. Het gaat hier bijvoorbeeld om de informatieverplichting, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de verplichting geen nieuwe schulden te maken. De rechtbank kan nu niet beoordelen of binnen het minnelijk traject aan die verplichtingen is voldaan. Deze vraag zal later worden beoordeeld aan de hand van het verslag van de bewindvoerder (artikel 351a Fw) en hetgeen tijdens de eindzitting blijkt (artikel 352 Fw Pro). Op dat moment zal ook worden beoordeeld of na de toelating aan alle verplichtingen van de Wsnp is voldaan.
3.5.
De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen (artikel 316 Fw Pro). De boedel omvat alle bezittingen die de heer [verzoeker] nu heeft en wat hij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt (artikel 295 Fw Pro). De heer [verzoeker] heeft de verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan (artikel 296 Fw Pro). De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.
3.6.
Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
3.7.
De eerste dertien maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan de heer [verzoeker] .
3.8.
Als de heer [verzoeker] zich tijdens het Wsnp-traject houdt aan alle verplichtingen van de Wsnp eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de Wsnp werkt niet meer op de heer [verzoeker] kunnen verhalen. De “schone lei” geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met zijn afwikkelingstaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.

4.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum] -1970 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] ;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. E.A. Vroom
en tot bewindvoerder B. van Huessen,
gevestigd te Postbus 136,
2990 AC Barendrecht;
  • stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 23 oktober 2025 en de duur op achttien maanden, en bepaalt de einddatum van de looptijd daarmee op 23 april 2027;
  • draagt de bewindvoerder op de post van de heer [verzoeker] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. M.P. van Eeden-van Harskamp, rechter, in samenwerking met A.B.T. Fernandes Pedra, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op
23 januari 2026. [1]