De vrouw, die het eenhoofdig gezag over de minderjarige uitoefent, wil met het kind naar Portugal verhuizen. De man, die het gezag niet heeft, vordert een verhuisverbod. De rechtbank stelt vast dat de vrouw in beginsel zelf over de woonplaats mag beslissen, maar dat zij de omgang tussen de man en de minderjarige moet bevorderen.
De rechtbank oordeelt dat de man een spoedeisend belang heeft omdat de verhuizing kort na de zitting gepland staat. De rechtbank weegt de belangen van de minderjarige, die op een leeftijd is waarop zij zich kan aanpassen en die nu op een school zit waar zij gepest wordt. De vrouw heeft toegezegd de omgang te blijven bevorderen en de man kan contact houden via video en bezoek.
De rechtbank concludeert dat de belangen van de minderjarige en de omgangsverplichting van de vrouw geen grond vormen voor een verhuisverbod. De vordering van de man wordt afgewezen. De vrouw mag op 14 februari 2026 met de minderjarige naar Portugal verhuizen. De vordering van de vrouw tot een omgangs- en informatieregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.