Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:2257

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
4 februari 2026
Publicatiedatum
5 maart 2026
Zaaknummer
C/10/709949 / JE RK 25-2322 en C/10/701459 / JE RK 25-1231
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BWArt. 1:265g BWArt. 12 Wet beëdigde tolken en vertalers
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en wijziging zorgregeling voor minderjarigen

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling (OTS) van twee minderjarigen en een wijziging van de zorg- en opvoedingstaken. De ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag, maar de kinderen wonen bij de vader. Eerder was de zorgregeling beperkt en geleidelijk uitgebreid onder begeleiding van een jeugdbeschermer.

De GI verzoekt de OTS met een jaar te verlengen en de zorgregeling uit te breiden zodat de kinderen structureel op woensdagmiddag en om het weekend bij de moeder verblijven, met de GI als regievoerder voor verdere uitbreiding. De moeder trok haar zelfstandige verzoek tot uitbreiding van de zorgregeling in. De vader steunt de voorstellen en benadrukt het belang van een zorgvuldige uitbreiding zonder de kinderen te belasten.

De kinderrechter oordeelt dat de ontwikkeling van de kinderen nog steeds ernstig bedreigd is en dat verlenging van de OTS noodzakelijk is. De zorgregeling wordt gewijzigd conform het verzoek van de GI en geldt als minimumregeling. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders verzochte wordt afgewezen. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling wordt verlengd tot januari 2027 en de zorgregeling wordt gewijzigd zodat de kinderen structureel meer verblijven bij de moeder met regie bij de gecertificeerde instelling.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummers: C/10/709949 / JE RK 25-2322 en C/10/701459 / JE RK 25-1231
Datum uitspraak: 4 februari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging van de ondertoezichtstelling en een wijziging van de verdeling van zorg- en opvoedingstaken
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedatum 1] 2014 in [geboorteplaats 1] , hierna te noemen: [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2],
geboren op [geboortedatum 2] 2017 in [geboorteplaats 2] ( [geboorteland] ), hierna te noemen: [minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. K. Logtenberg, kantoorhoudende te Rotterdam,
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 2] ,
advocaat: mr. E.J.M. Daalhuizen, kantoorhoudende te Rotterdam.

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van 18 december 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
  • de brief van de GI van 26 januari 2026, ontvangen op 29 januari 2026;
  • de briefrapportage van de GI, ontvangen op 29 januari 2026.
1.2.
Op 4 februari 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met zijn advocaat;
- de moeder met haar advocaat en een tolk;
- een vertegenwoordiger van de GI, [naam 1]
Aangezien de moeder de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, maar wel de Portugese taal, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van [naam 2] , tolk in de Portugese taal. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de tolk is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van Pro de Wet beëdigde tolken en vertalers.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben geen mening gegeven.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
2.2.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun vader.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 18 december 2025 de ondertoezichtstelling van Oliver en [minderjarige 2] verlengd tot 2 maart 2026 en voor het overige deel van het verzoek aangehouden.
2.4.
Bij beschikking van 2 februari 2023 heeft de rechtbank in het kader van een
verzoek om voorlopige voorzieningen bepaald dat de kinderen aan de moeder worden
toevertrouwd en is een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken met de vader vastgesteld,
inhoudende:
- de minderjarigen verblijven eenmaal per veertien dagen van vrijdag na schooltijd
tot zondag 19.00 uur bij de vader en daarnaast elke week op woensdag na schooltijd tot 18.30 uur, waarbij de vader de minderjarigen bij school ophaalt en weer terugbrengt bij de moeder;
- de minderjarigen verblijven gedurende de feestdagen en de (school)vakanties bij de
vader, gelijkelijk tussen partijen te verdelen;
2.5.
Bij beschikking van de rechtbank van 18 oktober 2024 zijn de voorlopige
voorzieningen gewijzigd, in die zin dat de kinderen aan de vader zijn toevertrouwd.
2.6.
Bij beschikking van 19 maart 2025 is de echtscheiding tussen de ouders
uitgesproken en is bepaald dat de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vader is. Er is toen geen verdere regeling voor contact tussen de moeder en de kinderen bepaald.
2.7.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 17 september 2025 op grond van artikel 1:265g van het Burgerlijk Wetboek (BW) een voorlopige verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vastgesteld. Deze voorlopige regeling geldt zolang de kinderrechter geen nadere of definitieve (gewijzigde) verdeling van de zorg- en opvoedingstaken heeft bepaald, te weten:
  • de kinderen zullen twee opeenvolgende woensdagen twee uur aaneengesloten contact hebben met de moeder, bij de moeder thuis, waarvan het eerste uur begeleid en het tweede uur onbegeleid zal zijn. De jeugdbeschermer is zowel bij het brengen als bij het ophalen van de kinderen aanwezig en zal met de kinderen oefenen dat zij zelf het appartementencomplex binnengaan, met de lift naar het appartement van de moeder gaan en aan het einde van het contactmoment zelf naar beneden komen met de lift en het appartementencomplex verlaten;
  • als dit goed gaat, te beoordelen door de jeugdbeschermer, zullen de kinderen vervolgens twee opeenvolgende woensdagen twee uur aaneengesloten contact hebben met de moeder, bij de moeder thuis, het eerste uur begeleid en het tweede uur onbegeleid. De jeugdbeschermer is alleen bij het brengen van de kinderen aanwezig. Bij het ophalen komen de kinderen zelf met de lift naar beneden en verlaten het appartementencomplex. De vader wacht buiten op hen;
  • als dit goed gaat, te beoordelen door de jeugdbeschermer, zullen de kinderen twee opeenvolgende woensdagen twee uur aaneengesloten onbegeleid contact hebben met de moeder, bij de moeder thuis. De kinderen worden door de vader voor het appartementencomplex afgezet, gaan zelf naar binnen en met de lift omhoog naar het appartement van de moeder. Bij het ophalen komen de kinderen zelf met de lift naar beneden en verlaten het appartementencomplex. De vader wacht buiten op hen;
  • als dit goed gaat, te beoordelen door de jeugdbeschermer, zullen de kinderen op woensdagen drie uur aaneengesloten onbegeleid contact hebben met de moeder, bij de moeder thuis, waarbij het de moeder ook vrijstaat om een activiteit buitenshuis te ondernemen. Het brengen en ophalen zal hetzelfde verlopen zoals bij de vorige stap;
  • de jeugdbeschermer bepaalt in overleg met de ouders de breng- en ophaaltijden.
Het overig verzochte is daarbij aangehouden tot aan deze zitting.
2.8
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 18 december 2025 de voorlopige verdeling van de zorg- en opvoedingstaken zoals neergelegd in de beschikking van 17 september 2025 gehandhaafd en de behandeling van het verzoek aangehouden.

3.De (aangehouden) verzoeken

Ten aanzien van zaaknummer C/10/701459 / JE RK 25-12313.1.
Het verzoek van de GI
De GI verzoekt de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken te wijzigen en wijzigt wijzigt het eerder gedane schriftelijke verzoek ter zitting in die zin dat wordt verzocht:
  • dat de kinderen iedere woensdag vanaf 14:30 uur tot 18:30 uur bij de moeder verblijven;
  • dat de kinderen om het weekend van zaterdag 13:00 uur tot zondag 18:30 uur bij de moeder verblijven;
  • dat de regie in het uitbreiden van deze zorgregeling bij de GI ligt, in samenspraak met de ouders.
3.3.
Het zelfstandige verzoek van de moeder
De moeder verzoekt de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken uit te breiden
via de volgende minimale regeling:
- er wordt gestart met begeleide omgang tussen de moeder en de kinderen, één keer
per week gedurende vier uur;
- indien de begeleide omgang tussen de moeder en de kinderen een maand goed
verloopt, kan deze worden uitgebreid naar twee keer per week gedurende vier uur,
waarvan één keer per week onbegeleid;
- indien dit wederom een maand goed verloopt, kan er een regeling volgen waarin de
kinderen bij de moeder slapen en waarbij de ouders op een evenwichtige wijze de
zorg delen;
- een dwangsom te bepalen voor honderd euro voor iedere dag dat niet wordt meegewerkt aan de door de kinderrechter vastgestelde omgangsregeling.
3.4.
Ter zitting heeft de moeder dit verzoek, gelet op het gewijzigde verzoek van de GI,ingetrokken.
Ten aanzien van zaaknummer C/10/709949 / JE RK 25-232
3.5.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar. Hierop is reeds beslist voor de duur van twee maanden en het verzoek is voor het overige aangehouden.

4.De standpunten

4.1.
De GI handhaaft ter zitting het verzoek met betrekking op de ondertoezichtstelling en wijzigt het verzoek met betrekking tot de zorgregeling. De GI licht dit als volgt toe. De ouders hebben onderling de reeds bestaande zorgregeling uitgebreid en de GI verzoekt daarom de regeling zoals deze nu in de praktijk wordt uitgevoerd officieel vast te stellen. De GI is voornemens om in overleg met de ouders deze regeling verder uit te breiden. De vaststelling van de zorgregeling zal daarom gelden als een minimumregeling. In het kader van de ondertoezichtstelling acht de GI het van belang dat Parallel Solo Ouderschap (PSO) wordt ingezet. Hiervoor staan de ouders op de wachtlijst bij iHub. Het is van belang dat de verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar volledig wordt toegewezen om de prille ontwikkelingen te blijven volgen en passende hulpverlening in te zetten.
4.2.
Door en namens de moeder wordt ter zitting verzocht om de verlenging van de ondertoezichtstelling te beperken tot zes maanden. Gelet op de positieve ontwikkelingen zal een half jaar voldoende zijn. De moeder trekt ter zitting haar zelfstandige verzoek met betrekking tot de zorgregeling in. De moeder acht het van belang dat de huidige zorgregeling wordt voortgezet en dat vanuit daar wordt gekeken naar de uitbreiding hiervan. Ook de kinderen geven aan vaker bij de moeder te willen zijn dan nu het geval is. De moeder wil het liefste dat de kinderen weer bij haar komen wonen.
4.3.
Door en namens de vader wordt geen verweer gevoerd ten aanzien van beide verzoeken. De communicatie met de moeder verloopt beter en de kinderen hebben het naar hun zin wanneer ze bij de moeder zijn. De vader acht het van belang dat de zorgregeling rustig en zorgvuldig wordt uitgebreid, zonder hiermee de kinderen te belasten. Betrokkenheid van de jeugdbeschermer is hierbij gewenst.

5.De beoordeling

Ten aanzien van zaaknummer C/10/709949 / JE RK 25-232
5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt nog altijd ernstig bedreigd. Er is sprake van een belast verleden waarbij de ouders niet in staat waren om met elkaar te communiceren. In het afgelopen jaar is hierin een verbetering gekomen. Het is positief dat het de ouders steeds beter lukt om in het belang van de kinderen tot afspraken te komen. Desondanks moet er nog een hoop gebeuren. De hulpverlening voor de ouders moet nog starten en daarmee is op dit moment nog onduidelijk wat de toekomst zal brengen. Anders dan de moeder is de kinderrechter van oordeel dat een verlenging van de ondertoezichtstelling voor de verzochte duur noodzakelijk is. Op het moment dat er gedurende de komende periode mogelijkheden zijn voor een overdracht naar het vrijwillig kader kan hiernaar door de GI gehandeld worden.
5.3.
De kinderrechter verlengt daarom de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voor de resterende duur van tien maanden.
Ten aanzien van zaaknummer C/1 0/701459 / JE RK 25-1231
5.4.
De kinderrechter kan voor de duur van de ondertoezichtstelling op verzoek van de GI een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken of een regeling inzake de uitoefening van het recht op omgang (hierna: zorgregeling) vaststellen of wijzigen voor zover dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk is. [2]
5.5.
In de afgelopen periode hebben de ouders in onderling overleg de voorlopige zorgregeling, zoals deze bij beschikking van 17 september 2025 was bepaald, verder uitgebreid. Op dit moment verblijven de kinderen op woensdag van 14:30 uur tot 18:30 uur en om het weekend van zaterdag 13:00 uur tot zondag 18:30 uur bij de moeder. Dit verloopt goed en de GI verzoekt deze zorgregeling, als mimnumregeling, vast te stellen. Beide ouders zijn het eens met dit verzoek. De kinderrechter acht de huidige zorgregeling in het belang van de minderjarigen en zal dit verzoek dan ook toewijzen. Deze regeling zal gelden als minimumregeling. De kinderrechter acht het van belang dat de GI de regie houdt bij het uitbreiden van deze zorgregeling. Hierbij dient de GI nadrukkelijk de belangen van de kinderen mee te wegen. Het is daarom van belang dat de GI in gesprek blijft gaan met de kinderen over hun wensen in het contact en de omgang met de moeder.
Uitvoerbaar bij vooraadverklaring
5.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
Het zelfstandige verzoek van de moeder
5.7.
Omdat de moeder ter zitting haar zelfstandige verzoek betreffende de zorgregeling heeft ingetrokken, kunnen de gronden van dit verzoek niet meer worden onderzocht. De kinderrechter zal daarom dit verzoek afwijzen.

6.De beslissing

De kinderrechter:
Ten aanzien van zaaknummer C/10/709949 / JE RK 25-232
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tot 2 januari 2027;
Ten aanzien van zaaknummer C/1 0/701459 / JE RK 25-1231
6.2.
wijzigt de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, in die zin dat wordt bepaald dat:
  • dat de kinderen iedere woensdag vanaf 14:30 uur tot 18:30 uur bij de moeder verblijven;
  • dat de kinderen om het weekend van zaterdag 13:00 uur tot zondag 18:30 uur bij de moeder verblijven;
  • dat deze regeling geldt als een minimumregeling waarbij de regie in het uitbreiden van deze zorgregeling bij de GI ligt;
6.3
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
6.4
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2026 door mr. K.T.F. Chocolaad-de Bos, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.N. van Geest en mr. J. Korshuize als griffier, en op schrift gesteld op 17 februari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.
2.Artikel 1:265g, eerste lid, BW.