Uitspraak
[verdachte],
Rechtbank Rotterdam
De verdachte werd beschuldigd van medeplegen van het voorhanden hebben van een vuurwapen, 43 kogelpatronen en het vervoeren of aanwezig hebben van 5.014 gram cocaïne in een verborgen ruimte in een auto. De officier van justitie stelde dat de verdachte wetenschap en beschikkingsmacht had over deze voorwerpen, mede op basis van DNA-sporen en verklaringen van een medeverdachte.
De verdachte ontkende kennis te hebben van de verborgen ruimte en de inhoud daarvan. De rechtbank oordeelde dat hoewel de verdachte als bijrijder in de auto zat, er onvoldoende bewijs was dat hij wist van de verborgen ruimte en de aanwezigheid van het vuurwapen, munitie en cocaïne. Het DNA op een patroonmagazijn was onvoldoende om wetenschap en beschikkingsmacht aan te nemen.
De rechtbank concludeerde dat de tenlastegelegde feiten niet wettig en overtuigend bewezen konden worden en sprak de verdachte vrij. Tevens werd een vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf afgewezen omdat de verdachte werd vrijgesproken.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs van wetenschap en beschikkingsmacht over vuurwapen, munitie en cocaïne in verborgen ruimte auto.