Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de man, ingekomen op 30 oktober 2025;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek met bijlagen, ingekomen op 19 januari 2026;
- het gewijzigd verzoekschrift van de man, ingekomen op 19 januari 2026.
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat.
2.De vaststaande feiten
- de minderjarige verblijft bij de man in de woning van de moeder van de man en in haar bijzijn, op maandag van 14:00 uur tot 16:00 uur; de eerste twintig minuten zal dit contact nog zonder de moeder van de man plaatsvinden,
- de minderjarige verblijft bij de man in de woning van de moeder van de man en in haar bijzijn op woensdag en vrijdag van 14:30 uur tot 16:30 uur;
- de vrouw brengt de minderjarige naar de man (in de woning van zijn moeder);
- de man brengt de minderjarige terug naar de vrouw; hij laat de vrouw via een app-bericht weten als hij vertrekt;
- na vier weken wordt deze regeling geëvalueerd.
3.De beoordeling
- de minderjarige verblijft op maandag van 9.00 uur tot 12.00 uur onder begeleiding bij de man, waarbij de vrouw de minderjarige brengt en haalt;
- de minderjarige verblijft op woensdag van 9.00 uur tot 12.00 uur onder begeleiding bij de man, waarbij de man de minderjarige haalt en brengt. Eens per twee weken zal de man de minderjarige op de school van [minderjarige 2] ophalen;
- de minderjarige verblijft op vrijdag van 9.00 uur tot 12.00 uur onder begeleiding bij de man, waarbij de vrouw de minderjarige brengt en de man hem terugbrengt.
4.De beslissing
voorlopigwordt vastgesteld als volgt:
8 juni 2026 te 13.00 uurin het gerechtsgebouw van de rechtbank Rotterdam,
locatie Dordrecht, Steegoversloot 36, met verzoek aan de advocaten van partijen uiterlijk drie weken vóór laatstgenoemde datum schriftelijk aan de rechtbank te berichten wanneer er geen behoefte is aan de voortzetting van de mondelinge behandeling en hun processuele wensen aan te geven;