Partijen zijn gehuwd sinds 10 juni 2011 en de vrouw heeft een verzoek tot echtscheiding ingediend. In deze voorlopige voorzieningenprocedure verzoekt de vrouw partneralimentatie vanaf de datum van het verzoekschrift, terwijl de man dit betwist en wijst op opname van spaargeld door de vrouw.
De rechtbank stelt vast dat de procedure bedoeld is voor een ordemaatregel en geen uitgebreid feitelijk onderzoek. De vrouw heeft een bedrag van €61.245,- van de gezamenlijke spaarrekening naar haar privérekening overgeboekt en grotendeels verbruikt. De man wil dit bedrag nu verdelen, maar de vrouw wil dit niet delen en maakt aanspraak op partneralimentatie. De rechtbank 'denkt' dit bedrag weg en beoordeelt de alimentatie zonder dit mee te rekenen.
De draagkracht van de man wordt berekend op basis van een gemiddelde winst uit onderneming van €69.834,- over drie jaar, resulterend in een netto besteedbaar inkomen van €4.202,- per maand. De man heeft een draagkrachtruimte van €1.576,- per maand, waarvan 60% (€946,- netto, €1.515,- bruto) beschikbaar is voor partneralimentatie. De vrouw kan op korte termijn niet in eigen levensonderhoud voorzien vanwege psychische en lichamelijke problemen.
De rechtbank wijst het verzoek van de vrouw toe tot een partneralimentatie van €1.515,- per maand vanaf 15 december 2025, met wettelijke indexering vanaf 1 januari 2026. Proceskosten worden door partijen zelf gedragen.