Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 4 december 2025;
- de brief van de moeder, ontvangen op 16 januari 2026.
Rechtbank Rotterdam
De gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering heeft een schriftelijke aanwijzing gegeven aan de moeder van drie minderjarige kinderen, gericht op het verbeteren van de verzorging, opvoeding en schoolgang. De moeder heeft het ouderlijk gezag en de kinderen wonen bij haar. De hulpverlening via het WilmaHuis werd beëindigd vanwege onvoldoende medewerking van de moeder, ondanks dat ambulante begeleiding nog noodzakelijk wordt geacht.
De moeder erkent dat het goed gaat met de kinderen, maar maakt zich zorgen over de zindelijkheid van een van de kinderen en wil geen openheid geven over haar privéleven. De gecertificeerde instelling verzoekt de kinderrechter om de schriftelijke aanwijzing te bekrachtigen en uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De kinderrechter stelt vast dat de aanwijzing zorgvuldig en concreet is geformuleerd en noodzakelijk is vanwege concrete zorgen over de kinderen, waaronder frequente ziekmeldingen zonder duidelijke verklaring en onvoldoende medewerking van de moeder aan hulpverlening. De aanwijzing wordt bekrachtigd en de moeder wordt aangespoord zich open te stellen voor hulpverlening in het belang van de kinderen.
De beschikking is op 16 januari 2026 in het openbaar uitgesproken en uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Tegen deze eindbeslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: De kinderrechter bekrachtigt de schriftelijke aanwijzing en verklaart deze uitvoerbaar bij voorraad.