ECLI:NL:RBROT:2026:2279

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
16 januari 2026
Publicatiedatum
5 maart 2026
Zaaknummer
C/10/711225 / JE RK 25-2515
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:263 BWArt. 4.1.3 JeugdwetArt. 807 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging schriftelijke aanwijzing voor opvoeding en verzorging minderjarige kinderen

De gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering heeft een schriftelijke aanwijzing gegeven aan de moeder van drie minderjarige kinderen, gericht op het verbeteren van de verzorging, opvoeding en schoolgang. De moeder heeft het ouderlijk gezag en de kinderen wonen bij haar. De hulpverlening via het WilmaHuis werd beëindigd vanwege onvoldoende medewerking van de moeder, ondanks dat ambulante begeleiding nog noodzakelijk wordt geacht.

De moeder erkent dat het goed gaat met de kinderen, maar maakt zich zorgen over de zindelijkheid van een van de kinderen en wil geen openheid geven over haar privéleven. De gecertificeerde instelling verzoekt de kinderrechter om de schriftelijke aanwijzing te bekrachtigen en uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De kinderrechter stelt vast dat de aanwijzing zorgvuldig en concreet is geformuleerd en noodzakelijk is vanwege concrete zorgen over de kinderen, waaronder frequente ziekmeldingen zonder duidelijke verklaring en onvoldoende medewerking van de moeder aan hulpverlening. De aanwijzing wordt bekrachtigd en de moeder wordt aangespoord zich open te stellen voor hulpverlening in het belang van de kinderen.

De beschikking is op 16 januari 2026 in het openbaar uitgesproken en uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Tegen deze eindbeslissing is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: De kinderrechter bekrachtigt de schriftelijke aanwijzing en verklaart deze uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/711225 / JE RK 25-2515
Datum uitspraak: 16 januari 2026
Beschikking van de kinderrechter over de bekrachtiging van een schriftelijke aanwijzing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedatum 1] 2015 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2],
geboren op [geboortedatum 2] 2018 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 2] ,
[minderjarige 3],
geboren op [geboortedatum 3] 2019 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 3] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 4 december 2025;
  • de brief van de moeder, ontvangen op 16 januari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 januari 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- twee vertegenwoordigers van de GI, [naam 1] en [naam 2] .

2.De feiten

2.1.
De moeder heeft het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] .
2.2.
[minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wonen bij de moeder.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft op 30 juni 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] verlengd tot 3 juli 2026.
2.4.
De GI heeft het WilmaHuis ingeschakeld voor de begeleiding van de moeder en haar kinderen. De GI heeft op 3 november 2025 een schriftelijke aanwijzing gegeven betreffende de verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] . Hierin is het volgende opgenomen:
“De gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering geeft de volgende aanwijzing(en):
Moeder werkt actief mee aan de hulpverlening van het WilmaHuis, gericht op het
- aanbrengen van structuur in de ochtend en het tijdig naar school laten gaan van de kinderen.
- De medewerking van het WilmaHuis bestaat uit 2 x per week 1 uur ambulante begeleiding in de thuissituatie.
- Moeder verschaft duidelijkheid omtrent de afspraken van het consultatiebureau, tandarts en huisarts en/of medisch specialist.
- Moeder zorgt ervoor dat [minderjarige 1] elke schooldag vóór 8.30 uur aanwezig is op school, tenzij er sprake is van aantoonbare ziekte waarvoor medische onderbouwing aanwezig is.
- Moeder zorgt ervoor dat [minderjarige 2] en [minderjarige 3] elke schooldag op tijd aanwezig zijn op school, tenzij er sprake is van aantoonbare ziekte waarvoor medische onderbouwing aanwezig is.
- Bij ziekte meldt moeder de kinderen vóór 8.30 uur telefonisch of per e-mail af bij school en raadpleegt zij een arts bij aanhoudende of herhaalde klachten.
- Moeder zorgt ervoor dat de benodigde astmamedicatie op school aanwezig is conform het geldende medische protocol.
- Moeder onderhoudt regelmatig contact met school en de betrokken hulpverlening en is aanwezig bij de afgesproken overleggen en is telefonisch bereikbaar.
- Moeder houdt zich aan de uitspraak van de kinderrechter m.b.t de omgang van [minderjarige 2] .
- Met betrekking tot de omgang van [minderjarige 1] en [minderjarige 3] houdt moeder zich aan de afspraken die zijn gemaakt met de jeugdbeschermers.”
1.1.
Het WilmaHuis heeft besloten om de begeleiding van het gezin te beëindigen per 17 november 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt om bekrachtiging van de schriftelijke aanwijzing. Tevens verzoekt de GI om de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De GI handhaaft het verzoek en licht dat als volgt toe. De schriftelijke aanwijzing is vastgesteld toen het WilmaHuis nog betrokken was als jeugdhulporganisatie. Omdat de moeder onvoldoende medewerking toonde, heeft het WilmaHuis de hulpverlening afgesloten. Hoewel de meldingen vanuit de school zijn verminderd en er een kleine vooruitgang is te zien in de thuissituatie, is ambulante hulpverlening echter nog steeds noodzakelijk. De moeder geeft aan dat zij alleen praktische ondersteuning wil voor de kinderen. Volgens het WilmaHuis is echter intensieve hulpverlening nodig. De afgelopen periode zijn de kinderen meerdere keren ziekgemeld voor school en de moeder was niet altijd aanwezig bij de hulpverleningsgesprekken. De moeder gaf voor de afwezigheid regelmatig als reden dat een kind ziek was of dat er een familielid was overleden. De GI heeft de moeder gevraagd inzicht te geven in de doktersafspraken van de kinderen en de overlijdenskaart van het overleden familielid aan hen toe te zenden. De moeder heeft dit niet gedaan. Er is sprake van een patroon waarbij de moeder niet communiceert en geen informatie deelt. Het is nodig dat er ambulante gezinsbegeleiding wordt ingezet om zo tot de oorzaak te komen van de problemen en de moeder geschikte hulp te bieden. De GI wil, na een bekrachtiging van de schriftelijke aanwijzing, het WilmaHuis vragen om het gezin weer in begeleiding te nemen. Omdat het gezin bekend is bij het WilmaHuis, kan de hulpverlening hopelijk snel hervat worden. Ook kan het WilmaHuis de intensieve hulpverlening bieden die voor het gezin nodig is. De GI heeft daarom de voorkeur voor de (hernieuwde) inzet van hulpverlening vanuit het WilmaHuis.
4.2.
De moeder voert geen verweer tegen het verzoek van de GI. De moeder geeft aan dat het hoofdzakelijk goed gaat met de kinderen en dat zij naar school gaan. De moeder heeft wel grote zorgen over [minderjarige 2] . Hij is nog niet zindelijk. De moeder heeft zowel bij de huisarts als bij de begeleider van het WilmaHuis om hulp gevraagd maar tot nu toe is de situatie van [minderjarige 2] niet verbeterd. De school van [minderjarige 2] geeft aan dat de zindelijkheid van [minderjarige 2] een probleem wordt en dat zij hem niet kunnen helpen. De moeder geeft aan dat de school inzicht heeft in de doktersafspraken van de kinderen en dat zij de kinderen op tijd ziekmeldt. De moeder staat erachter dat er hulpverlening wordt ingezet voor het gezin maar zij vindt het onnodig om inzicht te geven over haar privéleven. Nadat [minderjarige 2] in contact is geweest met zijn vader, is de problematiek rondom zijn zindelijkheid verergerd. De moeder denkt daarom dat er een kans bestaat dat [minderjarige 2] een trauma heeft opgelopen. De moeder heeft, daarna gevraagd, op zitting aangegeven de hulpverlening van het WilmaHuis nog een kans te willen geven.

5.De beoordeling

5.1.
Ingevolge artikel 1:263, eerste lid, Burgerlijk Wetboek (BW) kan de GI ter uitvoering van haar taak schriftelijke aanwijzingen geven betreffende de verzorging en opvoeding van de minderjarige. Zij kan dit doen indien de met het gezag belaste ouder(s) of de minderjarige niet instemmen met dan wel niet of onvoldoende medewerking verlenen aan de uitvoering van het plan, bedoeld in artikel 4.1.3, eerste lid, van de Jeugdwet of indien dit noodzakelijk is teneinde de concrete bedreigingen in de ontwikkeling van de minderjarige weg te nemen. Op grond van het bepaalde in artikel 1:263, derde lid, van het BW kan de GI de kinderrechter verzoeken de schriftelijke aanwijzing te bekrachtigen.
5.2.
De kinderrechter stelt vast dat de schriftelijke aanwijzing zorgvuldig tot stand is gekomen, voldoende is gemotiveerd en voldoende concreet is geformuleerd waardoor duidelijk is waaraan de moeder moet voldoen. Ook heeft de aanwijzing betrekking op de opvoeding en verzorging van de kinderen. Er is dan ook geen formeel beletsel voor bekrachtiging van de schriftelijke aanwijzing.
5.3.
De kinderrechter is van oordeel dat de moeder zich moet houden aan de voorschriften uit de schriftelijke aanwijzing van de GI. Er bestaan nog steeds concrete zorgen over de kinderen. [minderjarige 2] , hoewel nu zeven jaar, is nog niet zindelijk en ervaart hierdoor moeilijkheden in zijn dagelijkse leven en schoolgang. Het is niet duidelijk wat dit veroorzaakt. De moeder geeft aan hiervoor graag hulpverlening te ontvangen, maar werkt daar in de praktijk onvoldoende aan mee. Ook bestaan er zorgen over de schoolgang van de andere kinderen. De kinderen worden regelmatig door de moeder ziekgemeld, waarbij een concrete verklaring van de ziekmelding ontbreekt. Ook is de moeder herhaaldelijk niet aanwezig geweest bij de hulpverleningsgesprekken en heeft zij zich verzet tegen de begeleiding die noodzakelijk wordt geacht. Het is daarom nodig dat de moeder zich houdt aan de schriftelijke aanwijzing. Dat heeft zij onvoldoende gedaan. Daarom bekrachtigt de kinderrechter de schriftelijke aanwijzing.
5.4.
De kinderrechter hoopt dat de moeder begrijpt dat de hulpverlening wordt ingezet om haar te ondersteunen de zorg over de kinderen te kunnen dragen. Zoals op zitting besproken: moeder wil eigenlijk geen openheid geven over problemen van haarzelf, vanuit de gedachte “dat is privé, en geen probleem van mijn kinderen’. Maar de ervaring leert dat problemen die ouders ondervinden of hebben ondervonden, kunnen doorwerken naar hun kinderen. Moeder heeft gelijk dat dit niet altijd zo is, maar het kan wel een rol spelen. Omdat niet duidelijk is waar de problemen van met name [minderjarige 2] vandaan komen, moedigt de kinderrechter de moeder aan om zich in het belang van de kinderen open te stellen naar de hulpverleners en met hen ook een persoonlijk gesprek aan te gaan. De kinderrechter hoopt dat het de moeder lukt om mee te werken aan de hulpverlening.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
bekrachtigt de schriftelijke aanwijzing van 3 november 2025.
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2026 door mr. N. Doorduijn, kinderrechter, in aanwezigheid van R.J.S. Mulder als griffier, en op schrift gesteld op 28 januari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking staat geen hoger beroep open. [1]

Voetnoten

1.Artikel 807 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).