Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:2296

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
4 maart 2026
Publicatiedatum
6 maart 2026
Zaaknummer
698530 HA ZA 25-354
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:248 lid 1 BWArt. 6:119 BWArt. 6:119a BWArt. 9.4 bemiddelingsovereenkomstArt. 9.5 bemiddelingsovereenkomst
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank vult leemte in contractuele afspraak en veroordeelt KPN tot betaling afkoopsom aan Prefix Broker

In deze civiele procedure tussen Prefix Broker B.V. en KPN B.V. heeft de rechtbank Rotterdam een tussenvonnis gevolgd waarin werd vastgesteld dat KPN aan Prefix een afkoopsom verschuldigd is voor de verkoop van het 16-blok aan Microsoft via een andere broker dan Prefix. De hoogte van deze afkoopsom was nog niet bepaald.

De rechtbank oordeelde dat er een leemte bestond in de contractuele afspraken tussen partijen, die moest worden aangevuld op grond van de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 lid 1 BW Pro). Hoewel Prefix aanspraak maakte op 10% van de verkoopprijs, achtte de rechtbank dit onredelijk omdat Prefix geen werkzaamheden had verricht voor de Microsoftdeal. De afkoopsom werd daarom vastgesteld op 2% van de verkoopprijs, gelijk aan het percentage dat partijen voor de Amazondeal hadden afgesproken.

Verder werd KPN veroordeeld tot betaling van wettelijke rente vanaf 27 maart 2024, buitengerechtelijke incassokosten van €1.449,04 en proceskosten van €10.397,35. De rechtbank wees het meer of anders gevorderde af en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

De uitspraak benadrukt het belang van redelijkheid en billijkheid bij het invullen van contractuele leemten en bevestigt dat een afkoopsom niet gelijk hoeft te zijn aan de vergoeding voor daadwerkelijk verrichte diensten.

Uitkomst: KPN wordt veroordeeld tot betaling van een afkoopsom van 2% van de verkoopprijs aan Prefix, vermeerderd met rente, incassokosten en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/698530 / HA ZA 25-354
Vonnis van 4 maart 2026
in de zaak van
PREFIX BROKER B.V.,
gevestigd in Heiloo,
eisende partij,
advocaat: mr. M.V. Vermeij,
tegen
KPN B.V.,
gevestigd in Rotterdam,
gedaagde partij,
advocaat: mr. H.M. Haaijer.
Partijen worden hierna Prefix en KPN genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 10 december 2025 (hierna: het tussenvonnis) en de daarin genoemde stukken,
- de akte van uitlating van Prefix,
- de akte uitlating na tussenvonnis van KPN.
1.2.
De rechtbank heeft vervolgens bepaald dat er vonnis wordt gewezen.

2.De verdere beoordeling

Inleiding
2.1.
In het tussenvonnis heeft de rechtbank geoordeeld dat KPN aan Prefix een afkoopsom moet betalen voor de verkoop van het 16-blok aan Microsoft via een andere broker dan Prefix. De hoogte van die afkoopsom heeft de rechtbank in het tussenvonnis nog niet bepaald. De rechtbank heeft wel overwogen dat het toe te wijzen bedrag (fors) minder zal zijn dan het door Prefix gevorderde bedrag. Partijen hebben zich nog mogen uitlaten over de omvang van de afkoopsom. De relevante overwegingen uit het tussenvonnis neemt de rechtbank hieronder volledigheidshalve op:
5.7.
Dat betekent dat in deze procedure niet is komen vast te staan dat de op 1 maart 2024 besproken afkoop was gerelateerd aan (het slagen van) de Amazon-deal. Maar wat hebben partijen dan wel afgesproken? Zij hebben in ieder geval niet gesproken over de hoogte van een eventueel door KPN te betalen afkoop. Dat levert naar het oordeel van de rechtbank een leemte op in de contractuele verhouding tussen partijen, die moet worden aangevuld. Welke rechtsgevolgen moet de afspraak tussen partijen in dit concrete geval dan hebben? Een overeenkomst tussen partijen heeft ook de rechtsgevolgen die voortvloeien uit de eisen van de redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 lid 1 BW Pro; de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid).
5.8.
De rechtbank ziet in de bijzondere omstandigheden van dit geval aanleiding om bij het bepalen van de rechtsgevolgen van de afspraak tussen partijen te oordelen dat KPN aan Prefix een afkoopsom moet betalen voor het verkopen van het 16-blok door KPN via een andere broker. Als dit blok conform de bemiddelingsovereenkomst via Prefix was verkocht, dan had Prefix recht gehad op 10% van de verkoopprijs als vergoeding voor haar inspanningen. Omdat Prefix voor de verkoop van het 16-blok aan Microsoft geen werkzaamheden heeft hoeven te verrichten, zoals door KPN is gesteld en door Prefix niet is betwist, is het naar het oordeel van de rechtbank niet redelijk als KPN in dit geval ook 10% van de verkoopprijs zou moeten betalen. Een redelijke, op de bijzondere omstandigheden van dit geval toegespitste, afkoopsom zal een (behoorlijk) stuk lager moeten uitvallen. De rechtbank overweegt om bij het bepalen van de afkoopsom rekening te houden met het
bemiddelingspercentage dat partijen in de Amazon-deal zijn overeengekomen (2% van de verkoopprijs) en met het feit dat Prefix voor het realiseren van die deal wel inspanningen heeft moeten verrichten, waardoor nog een afslag op dat percentage voor de hand ligt.
2.2.
Prefix heeft in haar akte na tussenvonnis uiteengezet waarom zij het niet eens is met het oordeel van de rechtbank dat sprake is van een leemte in de afspraak tussen partijen, die moet worden aangevuld. Voor zover Prefix daarmee heeft bedoeld om de rechtbank te vragen om terug te komen op dit oordeel, overweegt de rechtbank dat zij daarvoor geen aanleiding ziet. Het standpunt van Prefix was bekend, is door de rechtbank beoordeeld maar niet gevolgd. Er is niet voldaan aan de maatstaf voor het terugkomen van een bindende eindbeslissing. [1]
KPN moet een afkoopsom betalen van 2%
2.3.
Prefix heeft toegelicht welke werkzaamheden zij voor het 16-blok heeft verricht en waarom het overeengekomen percentage (10%) leidend is. Volgens haar laten de economische waarde van de opdracht en de gemaakte afspraken geen ruimte voor een lager uitgangspunt. Prefix verwijst daarbij naar volgens haar gangbare percentages in de markt.
2.4.
KPN heeft op haar beurt aangevoerd dat Prefix geen enkele inspanning voor de Microsoftdeal heeft verricht en dat een afkoopsom van 0,5% gerechtvaardigd is.
2.5.
Op grond van de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 lid 1 BW Pro) zal de rechtbank bepalen dat het rechtsgevolg van de afspraak tussen partijen is dat KPN aan Prefix voor de Microsoftdeal een afkoopsom moet betalen van 2% van de verkoopprijs. Dat komt neer op een bedrag van € 67.403,80, een/vijfde deel van het gevorderde bedrag dat is gebaseerd op 10% van de verkoopprijs. De rechtbank neemt daarbij het volgende in aanmerking.
2.5.1.
In haar akte heeft Prefix haar rol als broker nader uiteengezet en toegelicht welke concrete werkzaamheden zij ten aanzien van het 16-blok heeft verricht. Na het sluiten van de bemiddelingsovereenkomst op 12 december 2023 is Prefix binnen haar wereldwijde netwerk van marktpartijen begonnen met het in kaart brengen en benaderen van potentiële kopers die voor een transactie van deze omvang in aanmerking kwamen. Deze inspanningen hebben uiteindelijk de aandacht getrokken van Amazon, waarna partijen in februari 2024 aanvullende afspraken voor een mogelijke verkoop van IP-blokken aan deze partij hebben gemaakt (zie 3.6 tussenvonnis).
2.5.2.
KPN heeft niet betwist dat Prefix deze werkzaamheden heeft verricht. Zij voert alleen aan dat deze inspanningen van Prefix zich hebben vertaald in de vergoeding die Prefix heeft ontvangen voor de Amazondeal. De rechtbank passeert dat verweer. Vanaf het moment van het maken van de nadere afspraken voor de Amazondeal, met een aangepast percentage (2% in plaats van 10%), heeft Prefix onbetwist verdere werkzaamheden verricht voor het tot stand komen van die specifieke transactie. Daarvoor is zij in overeenstemming met de nadere afspraken beloond. Dat neemt niet weg dat Prefix ook al voor het maken van de afwijkende afspraken voor de Amazondeal werkzaamheden heeft verricht en daarvoor haar organisatie heeft ingezet.
2.5.3.
Een afkoopsom is iets anders dan een vergoeding voor concreet geleverde diensten. Dat betekent naar het oordeel van de rechtbank dat voor het bepalen van de hoogte van de afkoopsom niet zo relevant is wat gebruikelijke percentages voor concreet geleverde diensten in de markt zijn. Partijen hebben kennelijk gemeend dat voor de Amazondeal 2% van de verkoopprijs een acceptabele vergoeding is. De Microsoftdeal is van vergelijkbare omvang. In de concrete omstandigheden van dit geval is het daarom redelijk om bij het bepalen van de hoogte van de afkoopsom bij dat percentage aan te sluiten. Anders dan de rechtbank in het tussenvonnis heeft overwogen, zal zij geen afslag op dat percentage toepassen. Aan die overweging lag de gedachte ten grondslag dat Prefix in het geheel geen inspanningen voor het realiseren van de Microsoftdeal heeft moeten verrichten. Prefix heeft, als gezegd, in haar akte na tussenvonnis gemotiveerd toegelicht dat die gedachte niet juist is. Daarmee ziet de rechtbank niet langer aanleiding voor het toepassen van een afslag.
2.6.
Prefix vordert de wettelijke handelsrente over het toe te wijzen bedrag. KPN betwist dat zij handelsrente moet betalen. De rechtbank overweegt dat de door KPN te betalen afkoopsom voor de Microsoftdeal niet de primaire betalingsverplichting is die voor haar voortvloeit uit de bemiddelingsovereenkomst. Die verplichting bestond uit het betalen van een vergoeding voor het tot stand brengen van een transactie. Dat is iets anders dan het moeten betalen van een afkoopsom omdat partijen in een later stadium overeen zijn gekomen dat KPN de transactie met een andere broker mocht gaan doen en waarbij zij hebben verzuimd om de financiële consequentie van die nadere afspraak te regelen. Dat betekent dat KPN niet de wettelijke handelsrente van artikel 6:119a BW moet betalen, maar de gewone wettelijke rente van artikel 6:119 BW Pro. De ingangsdatum voor die verplichting is 27 maart 2024, zoals door Prefix is gevorderd. Deze datum is ruim twee weken na de totstandkoming van de Microsoftdeal (op 11 maart 2024). KPN heeft tegen die datum ook geen afzonderlijk verweer gevoerd.
KPN moet buitengerechtelijke kosten betalen
2.7.
Prefix vordert een bedrag van € 3.460,10 aan buitengerechtelijke kosten. Volgens artikel 9.7 van de bemiddelingsovereenkomst is dit bedrag berekend volgens de staffel bij het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit).
2.8.
KPN betwist dat zij buitengerechtelijke kosten moet betalen. Zij voert aan dat de ingebrekestelling van 6 december 2024 en twee daaropvolgende e-mails niet de waarde hebben van het door Prefix gevorderde bedrag.
2.9.
De rechtbank oordeelt als volgt. Op grond van artikel 9.4 van de bemiddelingsovereenkomst heeft Prefix, naast de hoofdsom en de rente, aanspraak op alle gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten. Artikel 9.7 van de bemiddelingsovereenkomst bepaalt dat de buitengerechtelijke kosten worden berekend volgens de staffel bij het Besluit. Dat betekent dat een toe te wijzen bedrag een forfaitair bedrag is, dat niet noodzakelijkerwijs hetzelfde hoeft te zijn (en dat meestal ook niet is) als de daadwerkelijke kosten. De rechtbank zal de buitengerechtelijke kosten begroten volgens de staffel bij het Besluit, maar dan wel over het toe te wijzen bedrag en niet over het gevorderde bedrag. De rechtbank zal een bedrag van € 1.449,04 toewijzen.
KPN moet de proceskosten betalen
2.10.
Prefix heeft gevorderd dat KPN wordt veroordeeld in de volledige proceskosten. Zij baseert deze vordering op artikel 9.5 van de bemiddelingsovereenkomst. Ter onderbouwing van deze vordering heeft Prefix daags voor de mondelinge behandeling een aantal facturen van haar advocaat in het geding gebracht. [2] Met haar akte na het tussenvonnis heeft Prefix aanvullend nog een factuur voor de maand oktober 2025 in het geding gebracht. [3]
2.11.
KPN betwist dat artikel 9.5 van de bemiddelingsovereenkomst van toepassing is. Zij voert aan, verkort weergegeven, dat dit artikel pas in beeld komt als zij een factuur niet op tijd zou betalen en er om die reden gerechtelijke kosten gemaakt moeten worden. KPN voert daarnaast aan dat Prefix de door haar gemaakte kosten onvoldoende heeft onderbouwd. KPN maakt daarbij bezwaar tegen de te late indiening van de facturen van de advocaat van Prefix.
2.12.
De rechtbank oordeelt als volgt. Op grond van artikel 9.4 van de bemiddelingsovereenkomst heeft Prefix, naast de hoofdsom en de rente, aanspraak op alle gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten. Artikel 9.5 houdt in dat gerechtelijke kosten niet zijn beperkt tot het forfaitaire bedrag volgens het liquidatarief, maar dat zij ook aanspraak heeft op volledige advocaatkosten. De rechtbank volgt niet het verweer van KPN dat erop neerkomt dat artikel 9.5 pas in beeld komt als zij een factuur van Prefix te laat zou betalen. De verplichting van KPN om de bemiddelingsvergoeding te betalen is niet afhankelijk van de uitreiking van een factuur door Prefix. In dit geval is de betalingsverplichting, het moeten betalen door KPN van een afkoopsom voor de Microsoftdeal, ontstaan op het moment dat deze transactie tot stand is gekomen, dus op 11 maart 2024. KPN heeft steeds geweigerd om daarvoor een vergoeding te betalen en Prefix is daarom deze procedure gestart.
2.13.
Prefix heeft de facturen van haar advocaat pas de dag voor de mondelinge behandeling in het geding gebracht. De laatste factuur is pas na het tussenvonnis in het geding gebracht, terwijl de akte daarvoor niet was bedoeld. Dat is dus te laat en dat betekent dat het uitgangspunt is dat deze stukken buiten beschouwing gelaten moeten worden, tenzij de goede procesorde zich daartegen verzet. De rechtbank is van oordeel dat het in dit geval in strijd met de goede procesorde zou zijn als de stukken niet worden geaccepteerd. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat KPN zowel tijdens de zitting als in haar akte na tussenvonnis voldoende verweer heeft kunnen voeren tegen deze vordering en dat ook heeft gedaan. KPN is dan ook niet in haar verdediging geschaad door het alsnog accepteren van deze producties van Prefix.
2.14.
Dat betekent alleen niet dat de rechtbank de gevorderde daadwerkelijke advocaatkosten zal toewijzen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Prefix onvoldoende onderbouwd welk deel van de werkzaamheden van haar advocaat betrekking heeft op het incasseren van de bemiddelingsvergoeding voor de Micosoftdeal, waarvan in deze procedure bovendien maar een beperkt (1/5) deel wordt toegewezen. De rechtbank overweegt in dat kader ook dat Prefix in haar oorspronkelijke dagvaarding daarnaast nog vergoeding vorderde van de bemiddelingsvergoeding voor de Amazondeal, terwijl die vergoeding op dat moment nog niet eens verschuldigd was. Een substantieel deel van de gevorderde kosten zal dus betrekking hebben op het incasseren van die vergoeding.
2.15.
KPN moet wel de proceskosten betalen volgens het liquidatietarief. Alhoewel een belangrijk deel van de vordering van Prefix wordt afgewezen, heeft zij wel deze procedure moeten voeren om de haar toekomende vergoeding te laten vaststellen. Daarmee is KPN de partij die ongelijk krijgt. De rechtbank berekent het salaris voor de advocaat van Prefix aan de hand van het toegewezen bedrag. De proceskosten van Prefix worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
122,35
- griffierecht
6.861,00
- salaris advocaat
3.225,00
(2,5 punt × € 1.290,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
10.397,35
2.16.
Tegen de over de proceskosten gevorderde wettelijke rente is geen afzonderlijk verweer gevoerd, zodat deze zal worden toegewezen als hierna onder de beslissing vermeld.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
veroordeelt KPN om aan Prefix te betalen een bedrag van € 67.403,80, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 27 maart 2024, tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt KPN om aan Prefix te betalen een bedrag van € 1.449,04 aan buitengerechtelijke incassokosten,
3.3.
veroordeelt KPN in de proceskosten van € 10.397,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als KPN niet tijdig aan deze veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.4.
veroordeelt KPN tot betaling van de wettelijke rente over de proceskosten vanaf de vijftiende dag na dit vonnis tot het tijdstip van volledige betaling,
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.M.P. Cremers en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2026
1918/2819

Voetnoten

2.Productie 13 Prefix
3.Productie 15 Prefix