Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[gedaagde 1] ,
2.[gedaagde 2] ,
1.De procedure
- de dagvaardingen van 4 en 7 juli 2025, met producties;
- de aantekening van de griffier van het mondeling antwoord van [gedaagde 1] ;
- de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring van [gedaagde 2] , met één productie;
- de conclusie van antwoord in het incident tot oproeping in vrijwaring;
- het vonnis in het incident;
- de conclusie van antwoord, tevens conclusie van eis in reconventie van [gedaagde 2] ;
- de akte van Havensteder;
- de mail van 23 december 2025 van de gemachtigde van Havensteder met als bijlage een actuele specificatie van de huurachterstand en één productie.
- de dagvaarding van 26 september 2025;
- de aantekening van de griffier van de mondelinge reactie van [gedaagde 1] .
2.De beoordeling
- Havensteder stemt in met een beëindiging van de huur met [gedaagde 2] per 1 mei 2025;
- Havensteder vermindert haar vordering jegens [gedaagde 2] tot € 5.407,66 aan huurachterstand tot en met april 2025 en trekt de vordering tot ontbinding en ontruiming jegens [gedaagde 2] in;
- [gedaagde 2] lost € 100,- per maand af op de huurschuld;
- De proceskosten worden gecompenseerd.