Huurders van een woning in Rotterdam hebben in januari 2023 toestemming gegeven voor renovatiewerkzaamheden gericht op verduurzaming, waaronder de overstap van gas naar stadsverwarming. Havensteder, de verhuurder, wil deze werkzaamheden vanaf 3 maart 2026 uitvoeren. De huurders zijn echter van gedachten veranderd en weigeren medewerking vanwege vermeende hogere energiekosten.
De kantonrechter oordeelt dat de huurders de werkzaamheden moeten gedogen, omdat zij eerder toestemming hebben gegeven en niet binnen de wettelijke termijn bezwaar hebben gemaakt. De bezwaren over financiële gevolgen zijn onvoldoende onderbouwd, mede omdat Havensteder en de gemeente waarborgen hebben gegeven over de kosten en kortingen.
Indien de huurders niet vrijwillig meewerken, worden zij veroordeeld tot tijdelijke ontruiming van de woning voor de duur van de werkzaamheden. De proceskosten worden aan de huurders opgelegd. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad verklaard vanwege de spoedeisendheid en de hoge kosten die uitstel voor Havensteder zou veroorzaken.