ECLI:NL:RBROT:2026:2321

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
20 februari 2026
Publicatiedatum
6 maart 2026
Zaaknummer
12088003 VV EXPL 26-66
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29a lid 1 RvArt. 237 RvArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verhuurder vordert gedogen renovatiewerkzaamheden en tijdelijke ontruiming woning

Huurders van een woning in Rotterdam hebben in januari 2023 toestemming gegeven voor renovatiewerkzaamheden gericht op verduurzaming, waaronder de overstap van gas naar stadsverwarming. Havensteder, de verhuurder, wil deze werkzaamheden vanaf 3 maart 2026 uitvoeren. De huurders zijn echter van gedachten veranderd en weigeren medewerking vanwege vermeende hogere energiekosten.

De kantonrechter oordeelt dat de huurders de werkzaamheden moeten gedogen, omdat zij eerder toestemming hebben gegeven en niet binnen de wettelijke termijn bezwaar hebben gemaakt. De bezwaren over financiële gevolgen zijn onvoldoende onderbouwd, mede omdat Havensteder en de gemeente waarborgen hebben gegeven over de kosten en kortingen.

Indien de huurders niet vrijwillig meewerken, worden zij veroordeeld tot tijdelijke ontruiming van de woning voor de duur van de werkzaamheden. De proceskosten worden aan de huurders opgelegd. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad verklaard vanwege de spoedeisendheid en de hoge kosten die uitstel voor Havensteder zou veroorzaken.

Uitkomst: Huurders worden veroordeeld tot gedogen van renovatiewerkzaamheden en tijdelijke ontruiming van de woning.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 12088003 VV EXPL 26-66
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de kantonrechter op basis van artikel 29a lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering op 20 februari 2026
in de zaak van
Stichting Havensteder,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: mr. G. Meijerink,
tegen

1.[gedaagde 1] ,

2. [gedaagde 2]

woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagden,
gemachtigde: mr. M.P. Harten.
De partijen worden ‘Havensteder’ en ‘ [gedaagden] ’ genoemd.
De kantonrechter is mr. M.C. van der Kolk en de griffier is mr. K. Meerkerk.
Aanwezig zijn:
  • de heer [naam] namens Havensteder, bijgestaan door zijn gemachtigde;
  • de heer [gedaagde 1] , bijgestaan door zijn gemachtigde.

1.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
1.1.
[gedaagden] huren een woning van Havensteder in de wijk [naam wijk] . Havensteder wil de woningen in deze wijk verduurzamen. Zij gaat werkzaamheden uitvoeren om de overstap van gas naar stadsverwarming te kunnen realiseren. In september 2022 zijn bewoners hierover voorgelicht. Havensteder heeft aan alle huurders om toestemming gevraagd. [gedaagden] hebben op 17 januari 2023 toestemming gegeven voor de werkzaamheden. Vanaf 3 maart 2026 gaat Havensteder de werkzaamheden uitvoeren. [gedaagden] weigeren om de werkzaamheden uit te laten voeren, omdat de overstap naar stadsverwarming er - volgens hen - voor zorgt dat de energierekening per jaar duurder is dan nu het geval is met een gasaansluiting; [gedaagden] vinden dat zij bij het geven van toestemming onvoldoende zijn geïnformeerd over de financiële risico’s die komen kijken bij een overstap. Havensteder eist in deze procedure dat [gedaagden] de werkzaamheden gedogen en, als zij dit niet vrijwillig doen, de woning tijdelijk gedeeltelijk moeten ontruimen voor de duur van de werkzaamheden.
Spoedeisend belang
1.2.
Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de partij die de voorziening vraagt hierbij zoveel spoed heeft dat die partij de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten. Uit de stellingen van Havensteder volgt dat deze spoed aanwezig is, aangezien zij op 3 maart 2026 wil beginnen met de werkzaamheden en feitelijk al begonnen is in de portiek naast het gehuurde. Als [gedaagden] niet meewerken dan worden de werkzaamheden vertraagd. Dit leidt volgens Havenstder tot een schade van € 45.000,00 per week.
[gedaagden] moeten de werkzaamheden gedogen
1.3.
De kantonrechter vindt het aannemelijk dat in een bodemprocedure wordt geoordeeld dat [gedaagden] de renovatiewerkzaamheden ter verbetering van de gehuurde woning moeten gedogen. [gedaagden] hebben namelijk toestemming gegeven om de renovatiewerkzaamheden uit te laten voeren en niet binnen acht weken na de aankondiging van de werkzaamheden het voorstel van Havensteder op redelijkheid laten toetsen door de kantonrechter. Het uitgangspunt is dan ook dat [gedaagden] de renovatiewerkzaamheden moeten gedogen. Ook is niet gebleken dat de bezwaren die [gedaagden] nu uiten tegen het uitvoeren van de werkzaamheden niet al bekend waren toen zij toestemming gaven voor het uitvoeren van de renovatiewerkzaamheden. Havensteder heeft in het informatieboekje van september 2022 namelijk al voldoende laten blijken dat de huur van de warmte-afleverset de komende 30 jaar door haar wordt betaald; met de gemeente is afgesproken dat er korting is op het vastrecht en dat het ‘niet meer dan anders-principe’ geldt. Daar komt nog bij dat ter zitting is gebleken dat de meest belangrijke reden voor het bezwaar maken tegen de werkzaamheden is gelegen in de extra kosten die stadsverwarming ten opzichte van een gasaansluiting volgens [gedaagden] met zich zal brengen. Bij hun berekening zijn zij echter uitgegaan van onjuiste uitgangspunten, waardoor de berekening die wel rekening houdt met het niet hoeven betalen van de warmte-afleverset en de korting op het vastrecht, laat zien dat jaarlijkse kosten bij gelijk verbruik niet of nauwelijks hoger zijn. [gedaagden] hebben onvoldoende uitgelegd dat, ondanks deze waarborgen, zij nog steeds te weinig informatie hadden over de uit te voeren renovatiewerkzaamheden en de financiële gevolgen hiervan.
1.4.
[gedaagden] moeten de woning ontruimen voor zover dit nodig is voor het uitvoeren van de renovatiewerkzaamheden en zij deze werkzaamheden niet vrijwillig toestaan. Dit moeten zij binnen 24 uur na betekening van het te wijzen vonnis. [gedaagden] hebben dan tot 2 maart 2026 om te laten blijken dat zij vrijwillig hun medewerking zullen verlenen aan het uitvoeren van de werkzaamheden. Als zij dit niet doen, dan mag Havensteder overgaan tot betekening waarna de woning binnen 24 uur na betekening tijdelijk mag worden ontruimd.
[gedaagden] moeten de proceskosten betalen
1.5.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagden] , omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgen (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagden] aan Havensteder moeten betalen op € 154,09 aan dagvaardingskosten, € 139,00 aan griffierecht, € 577,00 aan salaris voor de gemachtigde en € 144,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 1.014,09. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit proces-verbaal wordt betekend.
Deze uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad
1.6.
Deze uitspraak wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Havensteder dat eist en [gedaagden] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). De onderbouwing van de uitvoerbaar bij voorraadverklaring is gelegen in de (onweersproken) forse extra kosten die Havensteder anders zou moeten maken bij uitstel (€ 45.000,00 per week). Dat betekent dat deze uitspraak meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

2.De beslissing

De kantonrechter:
2.1.
veroordeelt [gedaagden] om te gedogen dat Havensteder, dan wel een door Havensteder in te schakelen derde, de volgende werkzaamheden uitvoert in de woning aan de [adres] in [woonplaats] :
  • werkzaamheden Cv-kast en meterkast voorbereiden voor leidingwerk;
  • groepenkast vervangen;
  • perilex-stopcontact in de keuken plaatsen;
  • de oude Cv-ketel installatie verwijderen;
  • gasaansluiting en leidingen verwijderen;
  • ventilatie aanbrengen in de Cv-kast;
  • leidingen wegwerken met koven.
in het geval [gedaagden] weigeren te voldoen aan de veroordeling onder 2.1
2.2.
veroordeelt [gedaagden] om de woning aan de [adres] in [woonplaats] binnen 24 uur na betekening van dit proces-verbaal tijdelijk en/of gedeeltelijk te ontruimen en verlaten, voor zover dit nodig is om de renovatiewerkzaamheden onder 2.1 uit te voeren, met alle zich daarin en/of daarop bevindende personen en/of zaken, voor zover deze laatste niet het eigendom van Havensteder zijn, en onder afgifte van alle sleutels ter vrije en algehele beschikking van Havensteder, dan wel een door Havensteder in te schakelen derde, te stellen voor de duur van de onder 2.1 genoemde werkzaamheden en zo lang dit noodzakelijk is om de werkzaamheden uit te (laten) voeren;
en, in alle gevallen
2.3.
veroordeelt [gedaagden] in de proceskosten, die aan de kant van Havensteder worden begroot op € 1.014,09;
2.4.
verklaart deze uitspraak uitvoerbaar bij voorraad.
Dit proces-verbaal is op 20 februari 2026 opgemaakt en ondertekend door de kantonrechter.