Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 5 februari 2026, met bijlagen 1 tot en met 9;
- de spreekaantekeningen van [gedaagde] .
Rechtbank Rotterdam
Stichting Hef Wonen vordert ontruiming van een sociale huurwoning omdat de huurder, sinds april 2024, niet meer in de woning verblijft en daarmee haar hoofdverblijf heeft opgegeven. De huurder is veroordeeld tot een gevangenisstraf en verblijft sindsdien in het buitenland, waardoor zij niet in vrijheid kan terugkeren naar Nederland.
De kantonrechter stelt vast dat de huurder al bijna drie jaar niet meer in de woning woont en dat de gemeente haar heeft uitgeschreven op het adres. De huurder heeft onvoldoende onderbouwd dat zij haar hoofdverblijf niet heeft opgegeven en dat zij de woning wil behouden. Gezien de ernst van de tekortkoming is het aannemelijk dat de huurovereenkomst zal worden ontbonden.
De kantonrechter veroordeelt de huurder tot ontruiming binnen drie dagen na betekening van het vonnis en tot betaling van de huur vanaf februari 2026 tot de ontruiming. De proceskosten worden eveneens aan de huurder opgelegd. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard vanwege het grote belang van Hef Wonen bij het behoud van sociale huurwoningen.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen drie dagen en betaling van huur en proceskosten.