Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De procedure
- de akte van [gedaagde] van 9 januari 2026.
2.De beoordeling
te bepalen welke vervolgstappen er in het schaderegelingsproces zouden moeten worden gezet en/of de uitgangspunten te bepalen en/of een stappenplan voor te stellen aan de hand waarvan de schaderegeling weer kan worden opgepakt en (op termijn) een eindregeling bewerkstelligd kan worden;
te bevelen dat het COA binnen bekwame tijd de afspraken, zoals door uw rechtbank bepaald, uitvoert;”
het COA te bevelen het volledige dossier dat het COA van [gedaagde] heeft opgebouwd tijdens zijn verblijf aldaar - daaronder begrepen het medisch dossier - in het geding te brengen;
het COA te veroordelen in de kosten van dit aanvullend deelgeschil vooralsnog begroot op€ 892,38, te vermeerderen met het griffiegeld, althans een in goede justitie te bepalen bedrag;
de punten 1 tot en met 3 uitvoerbaar bij voorraad te verklaren;
te bepalen dat de onder 1 en 2 gevraagde stukken uiterlijk voorafgaand aan of tijdens de zitting van 10 juni 2025 in het geding gebracht worden; en
te bevelen dat voornoemde kostenveroordeling binnen 14 dagen na de uitspraak door het COA zal worden overgemaakt onder de noemer: “vergoeding buitengerechtelijke kosten” op rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van advocatenkantoor Eskes onder vermelding “BGK [gedaagde] ”.”
- voor recht verklaard dat de conclusies uit de rapporten van [naam] van 1MA dienen als uitgangspunt in de regeling van de letselschade tussen [gedaagde] en het COA en dat sprake is van juridisch causaal verband tussen de klachten van [gedaagde] en het ongeval;
- het COA bevolen een voorschot op de schade c.q. het smartengeld te verstrekken aan [gedaagde] van € 50.000,- binnen 14 dagen na de uitspraak, met dien verstande dat indien en voor zover na de (deelgeschil)zitting reeds een deel daarvan is betaald, het nog te betalen bedrag daarmee mocht worden verminderd;
- voor recht verklaard het COA onrechtmatig heeft gehandeld vanwege vertragingen en het COA daarom veroordeeld tot betaling van een bedrag aan smartengeld aan [gedaagde] van € 750,-
- de kosten van de deelgeschilprocedure begroot op € 9.986,90 en het COA veroordeeld tot betaling hiervan aan het [gedaagde] ;
- bevolen dat de kostenveroordelingen binnen 14 dagen na de beschikking door het COA overgemaakt moesten worden op de (derdengeld)rekening van advocatenkantoor Eskes;
- het anders of meer verzochte afgewezen.