Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De procedure
- de dagvaarding van 1 oktober 2025, met bijlagen 1 tot en met 14;
- de conclusie van antwoord, tevens inhoudende (a) een incidentele vordering tot onbevoegdverklaring en verwijzing en (B) een eis in reconventie, met bijlagen 1 tot en met 9;
- de conclusie van antwoord in het bevoegdheidsincident.
2.Het geschil in de hoofdzaak in conventie
3.De beoordeling in het incident
14.6 Provided an ultimate beneficiary owner of the Sellers, being (…) Mr. [eiser] , (i) is being dismissed as an employee of the Company within the period between 31 December 2023 and five years from Completion, and in case of Mr. [naam] within the period between 31 December 2023 and 31 December 2024, as a result of such employee being qualified as a Bad Leaver, or (ii) has resigned within the respective period other than on grounds set forth in clause 4.3, such employee immediately forfeits a penalty payable to the Purchaser for the amount equal to his gross wages, or equivalent contracting fees, paid or due in the six months prior to dismissal or resignation, as the case may be.”.
employee”, aantoont dat Crawford de boete direct in verband brengt met het werknemerschap van [eiser] . Volgens [eiser] wordt dit verband temeer onderstreept doordat de hoogte van de boete is gekoppeld aan het maandsalaris van [eiser] (een werknemer) en het feit dat Crawford de boete heeft verrekend met het aan [eiser] verschuldigde salaris. Volgens [eiser] is dan ook sprake van een aardvordering en brengt dit met zich dat de forumkeuze, zoals opgenomen in artikel 26.1 van de Koopovereenkomst, geen gelding heeft in dit specifieke geschil. [1] Dit brengt volgens [eiser] met zich dat de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam op grond van artikel 93 sub c Rv Pro in samenhang met de artikelen 99 lid 1 en 100 Rv bevoegd is om dit geschil te behandelen en te beslissen.
189,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
4.De beslissing
18 maart 2026voor beraad rolrechter over het plannen van een mondelinge behandeling;