2.3.1.Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte de twee feiten heeft begaan. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.
De bewezenverklaring van feit 1 is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelenen de onderstaande bewijsmotivering.
1.
Proces-verbaal van de politie informatief gesprek zeden
Op vakantie op Rhodos in juni 2024 werd ik wakker omdat ik hem tegen mij aan voelde stoten. Hij lag tegen mijn rug aan, zoals je ligt als je lepeltje lepeltje ligt. Ik voelde zijn penis tussen mijn bovenbenen ter hoogte van mijn vagina. Ik denk dat hij misschien wel gedacht heeft dat hij in mijn vagina zat met zijn penis. Toen ik wakker werd en bewoog kwam hij klaar op mijn bovenbeen. Ik was toen zo boos. Ik zei op dat moment maar ook de andere keren dat dit echt niet kon! Ik slaap dan. Ik kan niet aangeven wat ik wil.
2.
Proces-verbaal van bevindingen van de politie, [verbalisant]
Ik zag dat er een vrouw naar mij stond te wenken. Ik zag dat de vrouw in de deuropening van een woning stond te bellen. Op het moment dat ik stopte zag ik dat [aangeefster] al bellend in mijn richting kwam lopen. Nadat ik het raam van mijn dienstvoertuig had geopend zag en hoorde ik dat zij haar telefoon op luidspreker zette en dat [aangeefster] mij mee liet luisteren met een telefoongesprek tussen haar en [verdachte].
Ik hoorde dat [aangeefster] het volgende zei:
“Wat ik nog erger vond was in Rhodos, toen wij samen als vrienden op vakantie waren. Toen heb ik ook tegen je gezegd dat ik geen seks met je wilde. Toch word ik vervolgens wakker omdat jij met je penis tussen mijn benen aan het wrijven bent. Op het moment dat ik wakker werd kwam jij klaar. Dat is toch niet normaal. Dit is gewoon aanranding."
Ik hoorde dat [verdachte] hier als volgt op reageerde:
“Ik ben toen toch niet in je geweest. Dus dat is geen aanranding."
De bewezenverklaring van feit 2 is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.
3.
Proces-verbaal van de politie, verklaring [aangeefster]
Ik ben op vrijdag 13 september 2024 naar [verdachte] toegegaan. In de nacht van zaterdag 14 september 2024 heeft hij mij de laatste keer verkracht. Ik ben toen naar bed gegaan. Even later kwam [verdachte] ook. Ik zei dat hij gisteren seks had gehad en dat ik het nu echt niet wilde. Ik had geen zin, mijn hoofd stond er niet naar, ik had het zwaar omdat ik die ochtend EMDR had gehad. Ik ben gaan slapen en werd die nacht wakker omdat er twee vingers in mijn vagina zaten. Ik voelde dat het zijn hand was. Ik dacht: Godverdomme! Ik lag op dat moment op mijn rechterkant. Hij lag achter mij aan de rechterkant van het bed. Ik ben gelijk omgedraaid. Ik heb tegen [verdachte] gezegd: "Godverdomme, nou doe je het weer!".
De laatste keer dat hij in mijn vagina ging was op 14 september 2024. Maar ik weet dat hij het ook in de nacht van 24 op 25 augustus 2024 heeft gedaan. Toen werd ik ook wakker met zijn vingers in mijn vagina. Ik lag toen op mijn rechterzij. Doordat ik mijn lijf bewoog gingen zijn vingers uit mijn vagina. Ik ben die middag naar mijn eigen huis gegaan.
4.
Proces-verbaal van bevindingen van de politie, [verbalisant]
Ik, verbalisant, hoorde dat [aangeefster] het volgende tegen [verdachte] zei:
“Het is toch niet normaal dat ik weer wakker ben geworden met twee vingers in mijn muts? Ik ben er klaar mee. Ik geef aan dat ik geen seks met je wil en vervolgens word ik weer wakker met twee vingers in mijn muts. Dat is toch niet normaal, of is dit niet gebeurd volgens jou?”
Ik hoorde dat [verdachte] hier als volgt op reageerde:
“Ja dit is gebeurd. Ik bedoelde er alleen echt niks mee.”
Ik hoorde dat [aangeefster] het volgende zei: “Het maakt allemaal niet meer uit. Ik ben wel vaker wakker geworden met je vingers of je penis tussen mijn benen of in mijn muts. Ik ben er helemaal klaar mee. Ik ga aangifte tegen jou doen. Ik wil dat andere vrouwen tegen jou worden beschermd. Het is klaar, ik wil geen contact meer met jou."
Ik hoorde dat [verdachte] als volgt reageerde: "Ik snap dat je boos bent. Het is ook niet normaal."
2.3.2.Bewijsmotivering
Feit 1
De verdediging heeft aangevoerd dat er geen steunbewijs is voor de verklaring van aangeefster dat de seksuele handelingen op Rhodos tegen haar wil waren. Voor een bewezenverklaring is dat echter niet relevant. Uit het feit dat aangeefster sliep op het moment dat de verdachte met zijn penis tussen haar benen bewoog, dat zij wakker werd omdat zij hem tegen zich aan voelde stoten en dat hij op dat moment klaarkwam op haar bovenbeen, concludeert de rechtbank dat aangeefster ten tijde van de seksuele handelingen in staat van verminderd bewustzijn verkeerde, en niet in staat was haar wil te bepalen of kenbaar te maken, en dat de verdachte dit wist. Met betrekking tot het door de verbalisant beluisterde en opgetekende telefoongesprek heeft de verdachte ter zitting verklaard dat het zou kunnen dat hij dat inderdaad zo heeft gezegd, maar dat wat hij zei niet klopte en dat hij het alleen maar zei om van haar gedram af te zijn. Die verklaring schuift de rechtbank als ongeloofwaardig terzijde. De rechtbank is daarom van oordeel dat feit 1 wettig en overtuigend is bewezen.
Feit 2
De verdediging heeft aangevoerd dat de verklaringen van aangeefster onbetrouwbaar zijn en niet worden ondersteund door andere bewijsmiddelen. Uit de chatgeschiedenis tussen de verdachte en aangeefster komt volgens de verdediging een heel ander beeld naar voren, namelijk van liefdevolle communicatie en affectieve uitingen. De rechtbank verwerpt dit verweer. Uit het feit dat aangeefster de verdachte in de bedoelde chatberichten geen verwijt maakt ten aanzien van de incidenten waarvan de verdachte wordt beschuldigd, en dat aanwijzingen van boosheid of afstand als gevolg van deze incidenten ontbreken, kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden afgeleid dat de verklaringen van aangeefster onbetrouwbaar zijn. Wat het steunbewijs betreft geldt ook hier dat de rechtbank de verklaring van de verdachte dat zijn uitlatingen in het door de verbalisant beluisterde en opgetekende telefoongesprek niet klopten en dat hij deze alleen maar deed om van het gedram van aangeefster af te zijn, als ongeloofwaardig terzijde schuift. De rechtbank is daarom van oordeel dat ook feit 2 wettig en overtuigend is bewezen.
2.3.3.Volledige bewezenverklaring
Feit 1:
hij in de periode van 1 juni 2024 tot en met 30 juni 2024 op Rhodos te Griekenland, met [slachtoffer], van wie hij, verdachte, wist dat deze in staat van verminderd bewustzijn verkeerde, dat die [slachtoffer] niet in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten het bewegen van zijn, verdachtes, penis tussen de dijen van die [slachtoffer] en vervolgens klaarkomen tussen de dijen van die [slachtoffer];
Feit 2:
hij in de periode van 24 augustus 2024 tot en met 25 augustus 2024 en
omstreeks14 september 2024 te Schiedam met een persoon, te weten [slachtoffer] seksuele handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten het brengen van meerdere vingers in de vagina van die [slachtoffer], terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer] daartoe de wil ontbrak.