ECLI:NL:RBROT:2026:2427

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
3 maart 2026
Publicatiedatum
11 maart 2026
Zaaknummer
12078518 VV EXPL 26-55
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 254 RvArt. 7:625 BWArt. 6:119 BWArt. 237 RvArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing loonvordering en wedertewerkstelling in kort geding tegen thuiszorgorganisatie

Eiseres volgt een opleiding en is in dienst getreden bij Anjer Thuiszorg op basis van een leer-/arbeidsovereenkomst. Zij stelt dat haar loon niet volledig is betaald en dat zij onvoldoende begeleiding krijgt. Tevens is zij na december 2025 niet meer ingepland voor werkzaamheden.

In kort geding eist eiseres wedertewerkstelling, betaling van achterstallig loon met wettelijke verhogingen en rente, en goede begeleiding met terugkoppeling van werkplannen. Anjer Thuiszorg verschijnt niet en verweer ontbreekt, waardoor verstek wordt verleend.

De kantonrechter oordeelt dat de eisen grotendeels gegrond zijn en wijst deze toe, met matiging en maximering van dwangsommen. De vakantietoeslag wordt afgewezen omdat deze volgens cao pas in mei betaald wordt. De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van loon, incassokosten, en het beoordelen van werkplannen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en Anjer Thuiszorg moet de proceskosten betalen.

Uitkomst: Anjer Thuiszorg wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, wedertewerkstelling en het bieden van begeleiding met dwangsommen bij niet-naleving.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 12078518 VV EXPL 26-55
datum uitspraak: 3 maart 2026
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres],
woonplaats: [woonplaats] ,
eiseres,
gemachtigde: mr. L.A. Alderlieste,
tegen
Stichting Anjer Thuiszorg,
vestigingsplaats: Amsterdam,
gedaagde,
die niet is verschenen.
De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘Anjer Thuiszorg’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 5 februari 2026, met bijlagen;
  • de e-mail van 16 februari 2026, met één bijlage.
1.2.
Op 17 februari 2026 is de zaak tijdens een zitting met [eiseres] en mr. L.A. Alderlieste besproken. Namens Anjer Thuiszorg is niemand verschenen. Tegen haar is verstek verleend.

2.De beoordeling

Wat is de kern van de zaak?
2.1.
[eiseres] volgt sinds 21 januari 2025 een opleiding bij Zorgcampus B.V. In het kader daarvan is ze per 12 juni 2025 in dienst getreden bij Anjer Thuiszorg op basis van een leer-/arbeidsovereenkomst. Volgens [eiseres] heeft Anjer Thuiszorg haar loon niet volledig en vanaf december 2025 zelfs helemaal niet betaald. Daarnaast stelt [eiseres] dat zij onvoldoende begeleiding van Anjer Thuiszorg krijgt en dat zij weliswaar nog enkele dagen in de maand december 2025 heeft gewerkt, maar daarna niet meer door Anjer Thuiszorg is ingepland voor het uitvoeren van haar werkzaamheden. [eiseres] wil weer aan het werk én daarbij goede begeleiding van Anjer Thuiszorg ontvangen, zodat zij haar opleiding zo snel mogelijk kan afronden.
2.2.
[eiseres] eist in dit kort geding dat Anjer Thuiszorg wordt veroordeeld [eiseres] toe te laten tot de overeengekomen werkzaamheden, met toezending van een planning voor een periode van vier weken, en daarna steeds het rooster vast te stellen en, in ieder geval 28 dagen van tevoren, aan [eiseres] bekend te maken, dit alles op straffe van een dwangsom. Daarnaast eist [eiseres] dat Anjer Thuiszorg wordt veroordeeld het achterstallige loon, te vermeerderen met 8% vakantiegeld en het loon met vakantiegeld vanaf 1 februari 2026, met de wettelijke verhoging, buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente over al deze bedragen aan haar te betalen. Ook eist [eiseres] dat Anjer Thuiszorg veroordeeld wordt de door [eiseres] gemaakte opdrachten (zes werkplannen) goed te keuren en aan haar terug te sturen, in de planning op te nemen welke begeleiding [eiseres] wordt geboden, zodat zij alle verpleegtechnische handelingen kan oefenen en uitvoeren, en de aftekenlijst met verpleegtechnische handelingen in te vullen en aan [eiseres] terug te sturen, dit alles op straffe van een dwangsom.
Het kort geding
2.3.
Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de eisende partij hierbij zoveel spoed heeft dat die de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten (artikel 254 lid 1 Rv Pro). Uit de stellingen van [eiseres] volgt dat deze spoed aanwezig is. Bovendien gaat het hier (mede) om een loonvordering, die naar zijn aard een spoedeisend karakter heeft.
2.4.
Ter zitting heeft [eiseres] uitgelegd dat zij weliswaar zeer recent een andere werkplek heeft gevonden, waar zij de werkzaamheden in het kader van haar opleiding kan uitvoeren, maar zij heeft daarbij ook toegelicht dat het op dit moment – gelet op het feit dat er een proeftijd van toepassing is – nog onzeker is of zij daar daadwerkelijk kan blijven werken. Om die reden heeft [eiseres] verklaard zich beschikbaar te houden voor het uitvoeren van de werkzaamheden bij Anjer Thuiszorg, zodat zij nog steeds een spoedeisend belang bij haar eisen heeft.
De eisen van [eiseres] worden voor het grootste deel toegewezen
2.5.
Anjer Thuiszorg heeft geen verweer gevoerd, zodat de kantonrechter uitgaat van de juistheid van de stellingen van [eiseres] . Omdat de eisen van [eiseres] de kantonrechter voor het grootste deel niet ongegrond of onrechtmatig voorkomen, zullen die eisen, met uitzondering van hetgeen hierna wordt overwogen, worden toegewezen.
2.6.
De eis van [eiseres] om Anjer Thuiszorg te veroordelen haar toe te laten tot de overeengekomen werkzaamheden, met toezending van een planning voor een periode van vier weken, wordt toegewezen, met dien verstande dat Anjer Thuiszorg daartoe moet overgaan binnen 24 uur nadat dit vonnis is betekend. De kantonrechter zal de daaraan gekoppelde dwangsom matigen tot een bedrag van € 50,- per dag, dat Anjer Thuiszorg niet aan die veroordeling voldoet, en maximeren tot een bedrag van in totaal € 1.000,-.
2.7.
Ook de eis van [eiseres] om Anjer Thuiszorg te veroordelen steeds het rooster van [eiseres] vast te stellen en in ieder geval 28 dagen van tevoren aan haar bekend te maken wordt toegewezen. De daaraan gekoppelde dwangsom wordt echter gematigd tot een bedrag van
€ 50,- per dag dat Anjer Thuiszorg te laat is met het vaststellen en bekendmaken van het rooster aan [eiseres] , en wordt gemaximeerd tot een bedrag van in totaal € 1.000,- per periode van 28 dagen.
2.8.
De kantonrechter wijst de gevorderde vakantietoeslag ten aanzien van het achterstallige loon en ten aanzien van het loon vanaf 1 februari 2026 af. In artikel 4.2.12 van de toepasselijke Cao Verpleeg-, Verzorgingshuizen en Thuiszorg en Jeugdgezondheidszorg is namelijk bepaald dat het vakantiegeld in de maand mei of in periode 5 van het lopende kalenderjaar wordt uitbetaald, tenzij werkgever en werknemer in afwijking daarvan hebben afgesproken dat het vakantiegeld maandelijks of per periode van vier weken wordt uitbetaald. Van dergelijke afwijkende afspraken is niet gebleken. [eiseres] heeft ter zitting bovendien bevestigd dat het vakantiegeld pas in de maand mei moet worden uitbetaald. Dat betekent dat dit deel van de eis van [eiseres] op dit moment niet opeisbaar is. De wettelijke verhoging van 50% over het achterstallige loon wordt toegewezen. Dat geldt ook voor de wettelijke verhoging over het loon vanaf 1 februari 2026, maar alleen voor zover van toepassing volgens de systematiek van artikel 7:625 BW Pro.
2.9.
Anjer Thuiszorg kan niet veroordeeld worden om de door [eiseres] gemaakte opdrachten (zes werkplannen) goed te keuren. Of die werkplannen goedgekeurd moeten worden kan de kantonrechter immers niet beoordelen. Die beoordeling moet door de werkgever, Anjer Thuiszorg, gemaakt worden. Omdat uit artikel 5.3 van de tussen partijen geldende praktijkovereenkomst volgt dat Anjer Thuiszorg zich bereid heeft verklaard om een beoordeling van de beroepspraktijkvorming (oftewel het praktijkgedeelte van de beroepsopleiding) mogelijk te maken, zal de kantonrechter Anjer Thuiszorg wel veroordelen om de door [eiseres] gemaakte werkplannen te beoordelen en aan [eiseres] terug te sturen, een en ander binnen drie dagen nadat dit vonnis betekend. De daaraan gekoppelde dwangsom wordt gematigd tot een bedrag van € 100,- per dag dat Anjer Thuiszorg zich hier niet aan houdt, en gemaximeerd tot een bedrag van in totaal € 2.000,-.
2.10.
De eis van [eiseres] om Anjer Thuiszorg te veroordelen om in de planning op te nemen welke begeleiding aan [eiseres] wordt geboden, zodat zij alle verpleegtechnische handelingen binnen vier weken na de datum van dit vonnis kan oefenen, wordt toegewezen. [eiseres] heeft geëist dat daarin ook opgenomen wordt dat [eiseres] alle verpleegtechnische handelingen ‘kan uitvoeren’, maar dat deel van de eis is niet toewijsbaar. Ook hiervoor geldt namelijk dat alleen de werkgever – en níet de kantonrechter – kan beoordelen of [eiseres] die handelingen daadwerkelijk kan uitvoeren. De geëiste dwangsom zal in dit geval worden gematigd tot een bedrag van € 100,- per dag dat Anjer Thuiszorg zich hier niet aan houdt, en gemaximeerd tot een bedrag van in totaal € 2.000,-. Diezelfde dwangsom wordt ook gekoppeld aan de veroordeling van Anjer Thuiszorg om binnen vier weken na de datum van dit vonnis de aftekenlijst met verpleegtechnische handelingen in te vullen en aan [eiseres] terug te sturen.
Anjer Thuiszorg moet de proceskosten betalen
2.11.
De proceskosten komen voor rekening van Anjer Thuiszorg omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die Anjer Thuiszorg aan [eiseres] moet betalen op € 156,02 aan dagvaardingskosten, € 265,- aan griffierecht, € 577,- aan salaris voor de gemachtigde en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.142,02. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.12.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat eist (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt Anjer Thuiszorg om, binnen 24 uur nadat dit vonnis is betekend, [eiseres] toe te laten tot de overeengekomen werkzaamheden van 20 uur per week, voor zover mogelijk in de regio Rotterdam, met toezending van een planning voor een periode van vier weken, op straffe van een dwangsom van € 50,- per dag dat Anjer Thuiszorg niet aan deze veroordeling voldoet, waarbij Anjer Thuiszorg maximaal een bedrag van 1.000,- aan dwangsommen zal kunnen verbeuren;
3.2.
veroordeelt Anjer Thuiszorg om daarna steeds het rooster van [eiseres] vast te stellen en aan [eiseres] bekend te maken, in ieder geval 28 dagen van tevoren, op straffe van een dwangsom van € 50,- per dag dat Anjer Thuiszorg te laat is met het vaststellen en bekendmaken van het rooster aan [eiseres] , waarbij Anjer Thuiszorg maximaal een bedrag van 1.000,- per periode van 28 dagen aan dwangsommen zal kunnen verbeuren;
3.3.
veroordeelt Anjer Thuiszorg om, binnen drie dagen nadat dit vonnis is betekend, aan [eiseres] te betalen € 6.442,26 bruto aan achterstallig loon, met de wettelijke verhoging van 50% zoals bedoeld in artikel 7:625 BW Pro en met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het achterstallige loon en over de wettelijke verhoging vanaf de dag van dagvaarding tot de dag dat volledig is betaald;
3.4.
veroordeelt Anjer Thuiszorg om, binnen drie dagen nadat dit vonnis is betekend, aan [eiseres] te betalen € 557,43 aan buitengerechtelijke incassokosten, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag vanaf de dag van dagvaarding tot de dag dat volledig is betaald;
3.5.
veroordeelt Anjer Thuiszorg om aan [eiseres] te betalen het loon van € 1.595,53 bruto per maand vanaf 1 februari 2026 tot de dag dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd, met de wettelijke verhoging in de zin van artikel 7:625 BW Pro – voor zover van toepassing volgens de systematiek van dat artikel – en met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat loon en de wettelijke verhoging vanaf de dag van opeisbaarheid tot de dag dat volledig is betaald;
3.6.
veroordeelt Anjer Thuiszorg om de door [eiseres] gemaakte opdrachten (zes werkplannen) te beoordelen en, na die beoordeling, aan [eiseres] terug te sturen, een en ander binnen drie dagen nadat dit vonnis is betekend, op straffe van een dwangsom van € 100,- per dag dat Anjer Thuiszorg niet aan deze veroordeling voldoet, waarbij Anjer Thuiszorg maximaal een bedrag van 2.000,- aan dwangsommen zal kunnen verbeuren;
3.7.
veroordeelt Anjer Thuiszorg om in de planning op te nemen welke begeleiding [eiseres] wordt geboden, zodat zij alle verpleegtechnische handelingen binnen vier weken na de datum van dit vonnis kan oefenen, op straffe van een dwangsom van € 100,- per dag dat Anjer Thuiszorg niet aan deze veroordeling voldoet, waarbij Anjer Thuiszorg maximaal een bedrag van 2.000,- aan dwangsommen zal kunnen verbeuren;
3.8.
veroordeelt Anjer Thuiszorg om, binnen vier weken na de datum van dit vonnis, de aftekenlijst met verpleegtechnische handelingen in te vullen en aan [eiseres] terug te sturen, op straffe van een dwangsom van € 100,- per dag dat Anjer Thuiszorg niet aan deze veroordeling voldoet, waarbij Anjer Thuiszorg maximaal een bedrag van 2.000,- aan dwangsommen zal kunnen verbeuren;
3.9.
veroordeelt Anjer Thuiszorg in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 1.142,02;
3.10.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.11.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.
44487