Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[eiser 1] ,
1.De procedure
- de dagvaarding van 11 december 2024, met bijlagen;
- de brief van [eisers] van 9 februari 2025;
- het antwoord;
- de reactie van [eisers] op het antwoord, met één bijlage;
- de brief van 14 april 2025, waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
- de brief van [eisers] van 14 september 2025, met bijlagen;
- het proces-verbaal van de zitting op 25 november 2025;
- de akte van [gedaagde] .
2.De beoordeling
,als een afvoerleiding deugdelijk is aangelegd en onderhouden, een tot die afvoerleiding behorende schuifsok niet zomaar spontaan zal losraken, maar dat daarvan in dat geval alleen sprake kan zijn als er ‘fysieke’ handelingen aan die afvoerleiding (zoals bijvoorbeeld het lostrekken van de afvoerleiding uit de schuifsok) worden verricht. Zwanenburg heeft in dat verband in haar rapport opgenomen dat geconstateerd is dat er geen sprake is van achterstallig onderhoud aan de afvoerleiding, de schuifsok of de sifon. Dat is door Zwanenburg echter pas bij het uitvoeren van haar onderzoek in april 2025 geconstateerd, oftewel bijna vier jaar na het ontstaan van de lekkage. Gelet op dat grote tijdsverloop is niet uitgesloten dat er tussentijds nog werkzaamheden aan de afvoerleiding zijn verricht, zodat niet zonder meer aangenomen kan worden dat de staat van de afvoerleiding ten tijde van het onderzoek van Zwanenburg gelijk is aan de staat van de afvoerleiding bij het ontstaan van de lekkage. Het rapport van Zwanenburg is naar het oordeel van de kantonrechter dan ook onvoldoende om daaraan in redelijkheid de conclusie te kunnen verbinden dat er ten tijde van het ontstaan van de lekkage geen sprake was van achterstallig onderhoud dan wel gebrekkige montage van de afvoerleiding. Dat brengt met zich mee dat de inhoud van het rapport van Zwanenburg eveneens onvoldoende is om te kunnen concluderen dat de schuifsok van de afvoerleiding alléén door handelingen van [gedaagde] kan zijn veroorzaakt.
donderdag 9 april 2026 om 11:30 uur, zodat [eisers] zich schriftelijk bij akte over de bewijslevering kunnen uitlaten, zoals hierna vermeld.
3.De beslissing
donderdag 9 april 2026 om 11:30 uurin tweevoud moet zijn ontvangen op de rechtbank;
beidepartijen voor de maanden juli, augustus, september en oktober 2026;