Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- mevrouw [persoon A] , partner van verzoeker;
- mevrouw [persoon B] en mevrouw [persoon C] , beiden werkzaam bij Geldplein (hierna te noemen schuldhulpverlening).
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft op 6 oktober 2025 een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Tijdens de zitting op 13 januari 2026 is gebleken dat verzoeker geen inkomsten uit arbeid of uitkering heeft en gehuwd is in gemeenschap van goederen met een gezamenlijke schuldenlast van € 28.579,78 exclusief een fraudevordering van € 69.163,28.
De rechtbank beoordeelt de goede trouw van verzoeker en concludeert dat deze niet is aangetoond. De hoge fraudevordering is ontstaan door het declareren van valse facturen bij een verzekeraar, wat verzoeker heeft erkend. Daarnaast is niet duidelijk wat er met het resterende bedrag is gebeurd. Deze schuld is te kwader trouw ontstaan en staat toelating tot de regeling in de weg.
Verder oordeelt de rechtbank dat verzoeker de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling niet naar behoren zal nakomen. Verzoeker heeft recente strafrechtelijke veroordelingen met opgelegde voorwaarden waaronder verplichte behandeling, waarvan hij niet openhartig was. Ook heeft hij geen sollicitaties overlegd en beheerst hij de Nederlandse taal onvoldoende om aan de verplichtingen te voldoen.
Gezien deze omstandigheden wijst de rechtbank het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af. Dit betekent niet dat er geen andere feiten zijn die tot afwijzing leiden. Tegen deze uitspraak kan binnen acht dagen hoger beroep worden ingesteld.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens fraude en onvoldoende aannemelijkheid van nakoming verplichtingen.