Mevrouw verzoekster bevindt zich in een problematische schuldensituatie en verzoekt toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) en vaststelling van een eerdere ingangsdatum. De rechtbank behandelt het verzoek en oordeelt dat mevrouw verzoekster ontvankelijk is omdat het niet mogelijk is binnen afzienbare termijn tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen.
Hoewel enkele schulden niet te goeder trouw zijn ontstaan, waaronder schulden aan Babysupershop, Elbuco en een fraudevordering van de Sociale Dienst, past de rechtbank de hardheidsclausule toe. Mevrouw verzoekster heeft de omstandigheden die tot de schulden leidden onder controle gekregen, maakt gebruik van budgetbeheer en toont een saneringsgezinde houding. De rechtbank heeft vertrouwen in haar nakoming van de Wsnp-verplichtingen.
De rechtbank stelt de looptijd van de Wsnp-regeling vast op achttien maanden met ingang van 12 februari 2026. Het verzoek tot een eerdere ingangsdatum wordt afgewezen omdat niet is aangetoond dat aan de vereiste verplichtingen is voldaan. Er wordt een bewindvoerder en rechter-commissaris benoemd die toezicht houden op de regeling en de boedel beheren. De regeling eindigt met een schone lei indien aan alle verplichtingen is voldaan.