ECLI:NL:RBROT:2026:2488
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Vordering tot boedelbeschrijving en verkoop woning in nalatenschapsverdeling
De zaak betreft een kort geding tussen erfgenamen over de verdeling van de nalatenschap van hun moeder, die in 2022 is overleden. De eisers vorderen dat de gedaagde, mede-erfgenaam, een boedelbeschrijving opstelt, inzage geeft in financiële administratie, de woning verlaat en medewerking verleent aan verkoop. De gedaagde beroept zich op een afspraak om de woning voor € 400.000 te kopen.
De rechtbank verleent verstek tegen de gedaagde die niet is verschenen. De wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige erfgenaam wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een machtiging van de kantonrechter. De voorzieningenrechter gaat verder uit van de eisende partij [eiser 1].
De vorderingen tot boedelbeschrijving en inzage worden beperkt toegewezen; de gedaagde moet binnen vier weken een boedelbeschrijving opstellen op basis van verificatoire bescheiden, met een dwangsom bij niet-nakoming. De gedaagde krijgt twee maanden om de woning over te nemen tegen de getaxeerde waarde van € 520.000, bij gebreke waarvan hij de woning binnen drie maanden moet verlaten. Daarna mag [eiser 1] de woning verkopen en leveren, waarbij dit vonnis in de plaats treedt van de vereiste medewerking van de gedaagde.
De gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot het opstellen van een boedelbeschrijving, verlaten van de woning bij niet-overname, en eisende partij wordt gemachtigd tot verkoop van de woning.