ECLI:NL:RBROT:2026:2497
Rechtbank Rotterdam
- Verschoning
- A.J.P. van Essen
- J. van den Bos
- W.J. de Veld
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot verschoning rechter in kort geding wegens eerdere betrokkenheid
In deze zaak heeft de rechtbank Rotterdam op 24 februari 2026 een verzoek tot verschoning van een rechter toegewezen. De rechter was eerder betrokken bij de bodemprocedure tussen dezelfde partijen en heeft in die procedure een vonnis gewezen waartegen hoger beroep loopt. Omdat partijen uit dat vonnis konden afleiden dat de rechter zich al een visie had gevormd, heeft de rechter zelf een verzoek tot verschoning ingediend.
De rechtbank overwoog dat verschoning dient ter verzekering van de onpartijdigheid van de rechter. Hoewel er geen aanwijzingen waren dat de rechter subjectief niet onpartijdig was, was de vrees voor een objectief gebrek aan onpartijdigheid gegrond vanwege de eerdere betrokkenheid en het lopende hoger beroep.
De rechtbank achtte de omstandigheden zwaarwegend genoeg om het verzoek toe te wijzen, mede gelet op de gebruikelijke praktijk binnen het team Handel en haven dat een rechter niet zowel de bodem- als kort gedingprocedure behandelt. Het verzoek tot verschoning werd daarom toegewezen om de onpartijdigheid en het vertrouwen in de rechtspraak te waarborgen.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen vanwege eerdere betrokkenheid bij de bodemprocedure en lopend hoger beroep.