In deze uitspraak van de Rechtbank Rotterdam op 7 januari 2026, wordt het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een WIA-uitkering behandeld. Eiser, die lijdt aan de chronische aandoening myasthenia gravis, heeft zijn aanvraag ingediend na zijn ziekmelding op 12 augustus 2021. Het UWV heeft de aanvraag afgewezen op basis van de conclusie dat eiser in staat is meer dan 65% van zijn laatstverdiende loon te verdienen. Eiser is het niet eens met deze beslissing en heeft beroep ingesteld, waarbij hij verschillende beroepsgronden aanvoert.
De rechtbank oordeelt dat het UWV de afwijzing van de WIA-aanvraag terecht heeft gehandhaafd. Eiser heeft geen objectief medisch bewijs ingebracht dat de conclusies van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige in twijfel trekt. De rechtbank stelt vast dat de rapporten van de betrokken artsen voldoen aan de eisen van zorgvuldigheid en begrijpelijkheid. Eiser heeft niet aangetoond dat zijn beperkingen niet correct zijn vastgesteld, en de rechtbank concludeert dat het UWV de belastbaarheid van eiser juist heeft beoordeeld. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, wat betekent dat eiser geen recht heeft op een WIA-uitkering en geen proceskostenvergoeding ontvangt.