Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[bedrijf],
1.Het verloop van de procedure
2.Het verzoek
“als winkelruimte conform artikel 7:290 BW Pro voor de verkoop van verse en frozen yoghurt conform de [bedrijf] formule”.
Artikel 1 – Duur huurovereenkomst
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verhuurder Klépierre Markthal B.V. en huurder hebben gezamenlijk verzocht om goedkeuring van bedingen in een allonge bij hun huurovereenkomst voor een bedrijfsruimte in de Markthal te Rotterdam. De bedingen wijken af van de wettelijke bepalingen in artikel 7:292 e.v. BW en betreffen onder meer een verlenging van de huurovereenkomst tot 2036 en het uitsluiten van huurprijsherziening.
De kantonrechter heeft de mondelinge behandeling achterwege gelaten en beoordeelde het verzoek op basis van de stukken. De maatschappelijke positie van de huurder rechtvaardigt volgens de rechter de wettelijke bescherming, zodat de vraag was of de bedingen de rechten van de huurder wezenlijk aantasten.
De rechter oordeelde dat de huurder al sinds 2014 huurt, de initiële investeringen heeft terugverdiend en geen nieuwe investeringen hoeft te doen vanwege de verlenging. De huurder heeft bovendien twee mogelijkheden tot tussentijdse opzegging. Het huurprijsbeding met vaste en omzetgerelateerde huur is in het belang van de huurder, omdat huurverhoging alleen bij hogere omzet plaatsvindt en ook daling van omzet leidt tot lagere huur.
Gezien deze omstandigheden en eerdere goedkeuringen van afwijkende bedingen, concludeerde de kantonrechter dat geen wezenlijke aantasting van de rechten van de huurder is. De afwijkende bedingen in de allonge worden goedgekeurd en de proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De kantonrechter keurt de afwijkende bedingen in de huurovereenkomst goed en compenseert de proceskosten.