Verhuurder Klépierre Markthal B.V. en huurder hebben gezamenlijk verzocht om goedkeuring van bedingen in een allonge bij hun huurovereenkomst voor een bedrijfsruimte in de Markthal te Rotterdam. Deze bedingen wijken af van de wettelijke bepalingen in artikel 7:292 e.v. BW en betreffen onder meer een verlenging van de huurovereenkomst tot 2031 met een einde van rechtswege zonder opzegging en zonder huur- of ontruimingsbescherming voor de huurder.
De kantonrechter heeft op basis van de stukken besloten geen mondelinge behandeling te houden. Bij de beoordeling is vastgesteld dat de maatschappelijke positie van huurder niet zodanig is dat hij de wettelijke bescherming niet nodig heeft, zodat de vraag was of de bedingen een wezenlijke aantasting van zijn rechten vormen.
De kantonrechter oordeelt dat dit niet het geval is, mede omdat de huurder al een bestaande huurovereenkomst heeft en ervaring met afwijkende bedingen, een eenmalige tussentijdse opzeggingsmogelijkheid na drie jaar, en geen vaste huurprijs verschuldigd is over de eerste maand na afloop van de verlenging. De bedingen worden daarom goedgekeurd en de proceskosten worden gecompenseerd.