Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:2523

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
13 februari 2026
Publicatiedatum
13 maart 2026
Zaaknummer
C/10/696375 / HA RK 25-258
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 196 RvArt. 6 lid 1 onder f AVG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot voorlopig getuigenverhoor toegewezen, verstrekking NAW-gegevens verzekeringnemer afgewezen

Op 1 oktober 2023 vond een verkeersongeval plaats tussen verzoekster en verweerster waarbij verzoekster lichamelijke en psychische klachten opliep. Verzoekster wil met een getuigenverhoor de toedracht van het ongeval ophelderen en verzoekt tevens om de NAW-gegevens van een verzekeringnemer van Rhion Versicherung, die mogelijk getuige was.

Rhion Versicherung weigert de NAW-gegevens te verstrekken omdat de verzekeringnemer heeft verklaard geen getuige te zijn en geen toestemming gaf. De rechtbank oordeelt dat het verzoek tot een voorlopig getuigenverhoor gegrond is omdat dit kan bijdragen aan het bewijs over de toedracht van het ongeval.

Echter, het verzoek tot verstrekking van NAW-gegevens wordt afgewezen omdat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat de verzekeringnemer getuige was, de videobeelden en foto’s onvoldoende duidelijkheid geven, en de verwerking van persoonsgegevens niet gerechtvaardigd is onder de AVG.

De rechtbank beveelt het voorlopig getuigenverhoor waarbij verzoekster, verweerster en een passagier als getuigen worden gehoord. Verzoekster wordt veroordeeld in de proceskosten van Rhion Versicherung, terwijl de proceskosten tussen verzoekster en verweerster worden gecompenseerd.

Uitkomst: Verzoek tot voorlopig getuigenverhoor toegewezen, verzoek tot verstrekking NAW-gegevens afgewezen wegens AVG en onvoldoende bewijs.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer / rekestnummer: C/10/696375 / HA RK 25-258
Beschikking van 13 februari 2026
in de zaak van
[verzoekster],
woonplaats: [woonplaats] ,
verzoekster,
advocaat: mr. J. Wildeboer,
tegen

1.[verweerster] ,

woonplaats: [woonplaats] ,
verweerster 1,
advocaat: mr. L.E. Warendorf,
2.
RHION VERSICHERUNG AG,
vestigingsplaats: Eindhoven,
verweerster 2,
advocaat: mr. A.H.M. van Noort.
Partijen worden [verzoekster] , [verweerster] en Rhion Versicherung genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van 19 maart 2025, met bijlagen 1 tot en met 19;
- het verweerschrift van Rhion Versicherung , met bijlagen 1 en 2;
- de brief van mr. L.E. Warendorf van 10 april 2025, waaruit blijkt dat [verweerster] geen verweer voert tegen het verzoek;
- de mondelinge behandeling van 12 december 2025 en de daarbij overgelegde spreekaantekeningen van mr. J. Wildeboer en mr. A.H.M. van Noort;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling, waarin is vastgelegd dat [verzoekster] de gelegenheid krijgt om videobeelden over te leggen;
- de akte waarbij [verzoekster] de videobeelden heeft overgelegd en de antwoordakte van Rhion Versicherung .
2. Het verzoek
2.1.
[verzoekster] verzoekt de rechtbank om Rhion Versicherung te bevelen om de NAW-gegevens van haar verzekeringnemer te verstrekken en zij verzoekt de rechtbank om een voorlopig getuigenverhoor te gelasten. [verzoekster] legt hieraan het volgende ten grondslag.
2.2.
Op 1 oktober 2023 heeft tussen [verzoekster] en [verweerster] een aanrijding
plaatsgevonden. Na het verkeersongeval heeft de politie een proces-verbaal opgemaakt en
hebben [verzoekster] en [verweerster] een aanrijdingsformulier ingevuld. Volgens [verzoekster] heeft [verweerster] na het verkeersongeval aan haar toegegeven dat zij door het rode stoplicht is
gereden. [verzoekster] heeft aan het verkeersongeval diverse lichamelijke klachten, angstklachten en slaapproblemen overgehouden.
2.3.
[verzoekster] heeft bij het tankstation vlakbij de ongevalslocatie met haar telefoon een foto gemaakt van een opname van een beveiligingscamera van het tankstation waarop een auto met een bestuurder ernaast te zien is. De auto stond naast de pomp. Daarnaast
heeft zij ook een filmpje gemaakt van beelden waarop het verkeersongeval te zien is. De WAM-verzekeraar van [verweerster] , MS Amlin, heeft aansprakelijkheid voor de
gevolgen van het verkeersongeval van de hand gewezen, omdat na het bekijken van het filmpje niet vaststaat dat [verweerster] door rood is gereden. [verzoekster] heeft vervolgens
geprobeerd om een verklaring te bemachtigen van de bestuurder van de auto die volgens haar tijdens het verkeersongeval achter [verweerster] reed. Volgens [verzoekster] heeft deze
mannelijke bestuurder na het verkeersongeval gezegd dat [verweerster] door rood reed. Deze bestuurder kan ook verklaren dat [verweerster] dit aan [verzoekster] heeft toegegeven. De gegevens
van deze bestuurder zijn door geen van partijen of andere aanwezigen bij het verkeersongeval genoteerd.
2.4.
[verzoekster] heeft het kentekenregister van de RDW geraadpleegd om de gegevens van de bestuurder van de schermafbeelding op te vragen. Hieruit bleek dat de bestuurder via
Risk Assuradeuren bij Rhion Versicherung verzekerd is. [verzoekster] heeft Rhion Versicherung vervolgens verzocht om de NAW-gegevens van deze bestuurder (hierna: de
verzekeringnemer) aan haar te verstrekken. Rhion Versicherung heeft dit niet gedaan, omdat haar verzekeringnemer op 29 januari 2024 heeft laten weten geen getuige te zijn geweest
van het verkeersongeval en daarnaast geen toestemming heeft gegeven voor het verstrekken van zijn NAW-gegevens aan [verzoekster] .
2.5.
[verzoekster] wil met de NAW-gegevens de verzekeringnemer oproepen voor een getuigenverhoor. Met het getuigenverhoor wil zij bewijzen, dan wel verduidelijken wat de aanleiding van het verkeersongeval was.
2.6.
[verzoekster] verzoekt daartoe de volgende getuigen te horen:
  • [verzoekster] zelf;
  • [verweerster] ;
  • mevrouw [getuige] , passagier in de auto van [verzoekster] ten tijde van het verkeersongeval;
  • de verzekeringnemer van Rhion Versicherung , die zicht had op het verkeerslicht van [verweerster] en kan verklaren dat [verweerster] door rood licht is gereden en dat ook aan [verzoekster] heeft toegegeven.

3.Het verweer

3.1.
Rhion Versicherung voert geen verweer tegen het verzoek tot een voorlopig getuigenverhoor. Rhion Versicherung voert echter wel verweer tegen het verzoek tot het verstrekken van de NAW-gegevens van de verzekeringnemer. Rhion Versicherung stelt
dat het verzoek van [verzoekster] prematuur is, omdat zowel de verzekeraar van [verzoekster] als van [verweerster] geen onderzoek hebben gedaan naar de aanleiding van het verkeersongeval. Verder heeft [verzoekster] onvoldoende gesteld om het verzoek toe te wijzen. [verzoekster] geeft verschillende – tegenstrijdige – lezingen over de getuige(n) die aanwezig zouden zijn geweest bij het verkeersongeval. Tot slot stelt Rhion Versicherung dat [verzoekster] onvoldoende belang heeft bij het verzoek. Als onderbouwing daarvan wijst Rhion Versicherung erop dat (a) de verzekeringnemer heeft laten weten dat hij geen getuige is geweest van het verkeersongeval, (b) uit het proces-verbaal van de politie en uit het aanrijdingsformulier niet blijkt dat er getuigen bij het ongeval aanwezig waren en (c) niet kan worden vastgesteld dat de bestuurder op de schermafbeelding ook te zien is op de videobeelden. Als laatste voert Rhion Versicherung aan dat het verstrekken van de NAW-gegevens in strijd is met de AVG.

4.De beoordeling

4.1.
Op grond van artikel 196 Rv Pro kan de rechter voordat een zaak aanhangig is op verzoek van een belanghebbende een voorlopige bewijsverrichting bevelen. De rechter wijst een dergelijk verzoek toe tenzij:
  • de verlangde informatie onvoldoende bepaald is;
  • er onvoldoende belang bij het verzoek bestaat;
  • het verzoek in strijd is met de goede procesorde;
  • sprake is van misbruik van bevoegdheid;
  • er andere gewichtige redenen bestaan die zich verzetten tegen toewijzing van het verzoek.
Het voorlopig getuigenverhoor
4.2.
De rechtbank is van oordeel dat [verzoekster] voldoende belang heeft bij het verzochte voorlopige getuigenverhoor. Het voorlopige getuigenverhoor dient om opheldering te krijgen over de toedracht van het verkeersongeval, waarna [verzoekster] haar juridische positie kan beoordelen. Uit het verzoek blijkt voldoende duidelijk dat [verzoekster] de getuigen wil horen over de toedracht van het verkeersongeval. De in dat kader geschetste vermoedens zijn daarbij telkens voldoende onderbouwd. [verzoekster] heeft haar verzoek voldoende geconcretiseerd en aangegeven op welke juridische grondslag eventuele vorderingen zouden kunnen berusten. Van een afwijzingsgrond is niet gebleken. Het verzoek wordt toegewezen.
Het verstrekken van de NAW-gegevens
4.3.
[verzoekster] verzoekt Rhion Versicherung te bevelen de NAW-gegevens van de verzekeringnemer aan haar te verstrekken. Dat [verzoekster] met deze NAW-gegevens een getuige wil oproepen om bewijsmateriaal over de toedracht van het verkeersongeval te verzamelen, is begrijpelijk. De rechtbank is echter met Rhion Versicherung van oordeel dat Rhion Versicherung niet kan worden verplicht om de NAW-gegevens van de verzekeringnemer aan [verzoekster] te verstrekken, omdat gewichtige redenen zich daartegen verzetten. Verstrekking van de NAW-gegevens van de verzekerde is een verwerking van persoonsgegevens in de zin van de AVG. Die verwerking zou op grond van artikel 6 lid 1 onder Pro f van de AVG gerechtvaardigd kunnen zijn als voldoende duidelijk zou zijn dat de verzekerde daadwerkelijk getuige van het ongeval is geweest. In dit geval is echter onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verzekeringnemer bij het verkeersongeval aanwezig is geweest. Niet duidelijk is van welke datum de overgelegde foto met daarop de verzekeringnemer van Rhion Versicherung is. Wat op die foto is te zien is bovendien niet te zien in de videobeelden die [verzoekster] heeft overgelegd. Daarnaast blijkt uit de videobeelden niet dat er een auto achter [verweerster] reed. Er reed wel een auto op de andere rijbaan, maar daarvan zijn de kleur en het merk niet duidelijk. Daarom kan niet worden vastgesteld of dit dezelfde auto is als de auto die op de foto is te zien. De rechtbank neemt daarbij ook in overweging dat de verzekeringnemer heeft laten weten dat hij geen getuige is geweest van het verkeersongeval. Daarnaast blijkt uit zowel het proces-verbaal van de politie, als het door [verzoekster] en [verweerster] ingevulde aanrijdingsformulier niet dat er een getuige bij het verkeersongeval aanwezig was. Onder al deze omstandigheden kan Rhion Versicherung niet worden verplicht de NAW-gegevens van de verzekeringnemer te verstrekken omdat die verwerking van persoonsgegevens niet is toegestaan op grond van de AVG.
Conclusie
4.4.
Het verzoek tot het verstrekken van de NAW-gegevens van de verzekeringnemer wordt afgewezen. Dit heeft tot gevolg dat het verzoek tot het bevelen van een voorlopig getuigenverhoor slechts gedeeltelijk wordt toegewezen, namelijk voor zover dat verzoek ertoe strekt om [verzoekster] , [verweerster] en mevrouw [getuige] als getuigen te horen.
[verzoekster] moet de proceskosten van Rhion Versicherung betalen
4.5.
Voor zover de verzoeken van [verzoekster] tegen [verweerster] zijn gericht, heeft geen van die partijen te gelden als de in het ongelijk gestelde partij. In zoverre worden de proceskosten dan ook gecompenseerd. Dit betekent dat iedere partij de eigen proceskosten betaalt. Echter, voor zover de verzoeken van [verzoekster] tegen Rhion Versicherung zijn gericht, heeft [verzoekster] te gelden als de in het ongelijk gestelde partij. Rhion Versicherung heeft immers (terecht) verweer gevoerd tegen het verstrekken van de NAW-gegevens van de verzekeringnemer en voor het overige heeft Rhion Versicherung geen verweer gevoerd. [verzoekster] moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van Rhion Versicherung betalen. De proceskosten van Rhion Versicherung worden begroot op:
  • griffierecht € 714,00
  • salaris advocaat € 1.306,00 (2 punten × tarief II à € 653,00 per punt)
  • nakosten
Totaal € 2.209,00

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
beveelt een voorlopig getuigenverhoor;
5.2.
bepaalt dat [verzoekster] , [verweerster] en mevrouw [getuige] worden gehoord in het gebouw van deze rechtbank door een nader aan te wijzen rechter op een nader – in overleg met partijen – vast te stellen datum en tijdstip;
5.3.
veroordeelt [verzoekster] in de proceskosten van Rhion Versicherung van € 2.209,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [verzoekster] de proceskosten niet op tijd betaalt en de beschikking daarna wordt betekend, dan moet [verzoekster] € 98,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
5.4.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Rop en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2026.
3965/3349/2819