Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:2524

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
21 januari 2026
Publicatiedatum
13 maart 2026
Zaaknummer
C/10/697969 HA ZA 25-332
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 93 sub c RvArt. 8 lid 4 WGBZ
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijzing vrijwaringszaak naar kantonrechter wegens huurovereenkomst autolaadkraan

In deze civiele procedure vordert eiser, handelend onder de naam Transport Service, dat gedaagde FBS Bedrijfswagen Service B.V. wordt veroordeeld tot betaling van schade waarvoor eiser in een hoofdzaak aansprakelijk wordt gesteld. De schade is ontstaan doordat tijdens het hijsen van een boordgenerator met een gehuurde autolaadkraan de kraan kantelde door het afbreken van een stempelvoorpoot. Eiser stelt dat de kraan een gebrek vertoonde en dat FBS hem moet vrijwaren.

FBS vordert in reconventie schadevergoeding voor de beschadigde autolaadkraan, omdat eiser de kraan niet goed zou hebben gestempeld, en betaling van achterstallige huurpenningen. De rechtbank beoordeelt dat alle vorderingen betrekking hebben op de huurovereenkomst van de autolaadkraan.

Op grond van artikel 93 sub c Rv Pro is uitsluitend de kantonrechter bevoegd om geschillen betreffende huurovereenkomsten van roerende zaken te behandelen. Daarom verwijst de rechtbank de zaak naar de kantonrechter. Partijen worden geïnformeerd over de procedurele gevolgen, waaronder het niet meer verplicht zijn van advocaatvertegenwoordiging en een verlaging van het griffierecht.

Uitkomst: De rechtbank verwijst de vrijwaringszaak naar de kantonrechter wegens exclusieve bevoegdheid voor huurovereenkomsten.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/697969 / HA ZA 25-332
Vonnis van 21 januari 2026
in de vrijwaringszaak van
[eiser] ,
handelend onder de naam TRANSPORT SERVICE [eiser] ,
wonende en zaakdoende te [plaats] ,
eiser in conventie, verweerder in reconventie,
advocaten: mrs. C.C. Hofman en S.S.S. Mahadew te Haarlem,
tegen
FOJA BEDRIJFSWAGEN SERVICE B.V.,
statutair gevestigd te Apeldoorn,
gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,
advocaat: mr. T.M. Maters te Huissen.
Partijen worden hierna [eiser] en FBS genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding in vrijwaring van 8 april 2025, met bijlagen 1 tot en met 3;
- de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie, met bijlagen 1 tot en met 5;
- de conclusie van antwoord in reconventie, met bijlagen 4 en 5;
- de tijdens de mondelinge behandeling van 8 december 2025 overgelegde pleitaantekeningen van mr. Mahadew en die van mr. Maters.
1.2.
Op 8 december 2025 heeft de mondelinge behandeling gelijktijdig in zowel de hoofdzaak (met zaaknummer C/10/689518 / HA ZA 24-1019), tussen Holding [naam] Assecuradeur enerzijds en [eiser] anderzijds, als de vrijwaringszaak plaatsgevonden. Door de partijen in de hoofdzaak is tijdens de mondelinge behandeling een regeling getroffen, naar aanleiding waarvan de hoofdzaak is doorgehaald. Daarom wordt nu alleen dit vonnis in de vrijwaringszaak gewezen.

2.Het geschil

in conventie
2.1.
[eiser] vordert – samengevat weergegeven – om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, FBS te veroordelen om te betalen waartoe [eiser] in de hoofdzaak wordt veroordeeld, te vermeerderen met de wettelijke rente, de kosten voor de dagvaarding en de kosten van het geding met inbegrip van de nakosten.
2.2.
[eiser] legt – kort gezegd – het volgende aan zijn vorderingen ten grondslag. [eiser] heeft van FBS een autolaadkraan gehuurd. Op 25 mei 2022 heeft [eiser] een opdracht uitgevoerd om een oude boordgenerator uit een schip te hijsen en vervolgens een nieuwe boordgenerator in datzelfde schip te hijsen. [eiser] heeft dat gedaan met de van FBS gehuurde autolaadkraan. Tijdens het inhijsen van de nieuwe boordgenerator is de autolaadkraan gekanteld. Door het kantelen van de autolaadkraan is er schade aan het schip ontstaan. Volgens [eiser] is de stempelvoorpoot van de autolaadkraan afgebroken, waardoor de autolaadkraan is gekanteld en de schade is ontstaan. [eiser] is van mening dat er een gebrek aan de autolaadkraan kleefde. In de hoofdzaak werd gevorderd dat [eiser] de geleden schade aan het schip moest betalen. [eiser] is van mening dat FBS hem moet vrijwaren voor een eventuele veroordeling in de hoofdzaak.
in reconventie
2.3.
In reconventie vordert FBS – kort gezegd – om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [eiser] te veroordelen in de door FBS als gevolg van het kantelen van de gehuurde autolaadkraan geleden schade aan de autolaadkraan, te vermeerderen met de wettelijke rente en de kosten van de procedure. Daarnaast vordert FBS om [eiser] te veroordelen om een bedrag van € 30.283,09 aan achterstallige huur voor de autolaadkraan te voldoen, te vermeerderen met de wettelijke rente en de kosten van de procedure.
2.4.
FBS legt – kort gezegd – aan haar vorderingen ten grondslag dat de schade aan de autolaadkraan is ontstaan omdat [eiser] de autolaadkraan niet goed gestempeld heeft. Hierdoor is de autolaadkraan gekanteld en is er schade ontstaan, namelijk het afbreken van de stempelvoorpoot. Ten aanzien van de vordering tot betaling van € 30.283,09 stelt FBS dat [eiser] de verschuldigde huurpenningen voor de autolaadkraan nog niet volledig betaald heeft en deze nog aan FBS moet voldoen.

3.De beoordeling

in conventie en reconventie
3.1.
Op grond van artikel 93 sub c Rv Pro worden onder andere door de kantonrechter behandeld en beslist zaken betreffende een huurovereenkomst. Daaronder valt ook de huur van roerende zaken. De term ‘betreffende’ duidt erop dat de vordering betrekking moet hebben op een huurovereenkomst. Dit is ruimer dan dat de vordering haar grondslag moet hebben in een huurovereenkomst.
3.2.
De vorderingen in conventie en in reconventie zijn alle vorderingen betreffende de tussen partijen gesloten huurovereenkomst met betrekking tot een autolaadkraan. Op grond van artikel 93 sub c Rv Pro is daarom uitsluitend de kantonrechter bevoegd om deze zaak te behandelen en daarop te beslissen.
3.3.
De rechtbank verwijst de vrijwaringszaak dan ook naar de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank. In de procedure voor de kantonrechter kan [eiser] zijn vordering desgewenst aanpassen naar aanleiding van de schikking die hij in de hoofdzaak heeft getroffen.

4.De beslissing

De rechtbank:
in conventie en reconventie
4.1.
verwijst de vrijwaringszaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rolzitting van de kantonrechter van deze rechtbank, locatie Rotterdam, op
woensdag 4 februari 2026om
10:00 uur;
4.2.
wijst partijen erop dat zij op de hiervoor vermelde rolzitting niet hoeven te verschijnen, omdat de kantonrechter eerst zal beslissen op welke wijze de procedure zal worden voortgezet, waarna de griffier partijen over deze beslissing zal informeren;
4.3.
wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure niet meer vertegenwoordigd hoeven te worden door een advocaat, maar ook persoonlijk of bij gemachtigde kunnen verschijnen;
4.4.
wijst partijen erop dat het in deze procedure geheven griffierecht ingevolge artikel 8 lid 4 WGBZ Pro zal worden verlaagd en dat het eventueel teveel betaalde griffierecht door de griffier zal worden teruggestort.
Dit vonnis is gewezen door mr. K.A. Baggerman en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2026.
3965/2537