ECLI:NL:RBROT:2026:2538

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
4 februari 2026
Publicatiedatum
13 maart 2026
Zaaknummer
FT RK 25/1714
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287a Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot gedwongen schuldregeling wegens onvoldoende aannemelijkheid uiterste voorstel

Verzoeker heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 287a lid 1 Faillissementswet om een schuldeiser, BE-Mobile N.V., te bevelen in te stemmen met een door hem aangeboden schuldregeling. Deze regeling voorzag in een betaling van 55,29% aan preferente en 27,65% aan concurrente schuldeisers. Veertien schuldeisers stemden in, BE-Mobile niet.

Verzoeker verscheen niet op de zittingen, terwijl BE-Mobile ook niet kwam opdagen. Schuldhulpverlener was wel aanwezig. De rechtbank beoordeelde of BE-Mobile in redelijkheid haar weigering kon handhaven, waarbij werd gekeken naar de belangenafweging tussen schuldeiser en verzoeker.

De rechtbank oordeelde dat onvoldoende aannemelijk is dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoeker in staat moet worden geacht. Verzoeker heeft niet toegelicht of hij na oktober 2025 nog fulltime werkte of actief solliciteerde. Ook ontbraken recente loonstroken. Hierdoor kon de rechtbank de actuele situatie niet controleren. De belangen van BE-Mobile wegen zwaarder dan die van verzoeker en overige schuldeisers. Het verzoek tot gedwongen schuldregeling wordt afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek tot gedwongen schuldregeling wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoeker in staat moet worden geacht.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
rekestnummer: [nummer]
uitspraakdatum: 4 februari 2026
afwijzen gedwongen schuldregeling
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [adres]
[postcode] [woonplaats] ,
verzoeker.

1.De procedure

Verzoeker heeft op 19 september 2025, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a lid 1 Faillissementswet ingediend om een schuldeiser, te weten:
- BE-Mobile N.V., hierna te noemen: BE-Mobile;
die weigert mee te werken aan een door verzoeker aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.
Verzoeker is op 18 november 2025 opgeroepen om op 3 december 2025 ter zitting te verschijnen. Verzoeker is, zonder opgaaf van reden, niet ter zitting verschenen. Mevrouw [persoon A] , schuldhulpverlener is wel ter zitting verschenen. BE-Mobile is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
Verzoeker is vervolgens op 8 december 2025 opgeroepen om op 27 januari 2026 ter zitting te verschijnen. Verzoeker is wederom, zonder opgaaf van reden, niet ter zitting verschenen. Mevrouw [persoon A] , schuldhulpverlener, is wel ter zitting verschenen. BE-Mobile is wederom, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.Het verzoek

Verzoeker heeft volgens het ingediende verzoekschrift vijftien schuldeisers met zestien vorderingen, waarvan één preferente schuldeiser met één vordering en veertien concurrente schuldeisers met vijftien schuldeisers. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van
€ 23.214,93 van verzoeker te vorderen. Verzoeker heeft bij brief van 1 april 2025 een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers, inhoudende een betaling van 55,29 % aan de preferente schuldeisers en 27,65 % aan de concurrente schuldeisers tegen finale kwijting.
Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De aangeboden regeling is gebaseerd op de afloscapaciteit die verzoeker heeft op basis van zijn dienstbetrekking. Verzoeker werkt fulltime met een arbeidscontract tot oktober 2025. De aangeboden regeling voorziet in uitkering van een prognosepercentage. Dat betekent dat de afloscapaciteit eventueel nog hoger of nog lager zal kunnen uitvallen.
Veertien schuldeisers met vijftien vorderingen stemmen met de aangeboden schuldregeling in. BE-Mobile stemt hier niet mee in. Zij heeft een vordering van € 350,00 op verzoeker.

3.Het verweer

In de contacten met schuldhulpverlening heeft BE-Mobile geen reden voor haar weigering gegeven. BE-Mobile heeft, hoewel behoorlijk opgeroepen, ook geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid haar standpunten ter zitting toe te lichten.

4.De beoordeling

Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van BE-Mobile bij haar weigering vast.
De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of BE-Mobile in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling heeft kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoeker of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad.
De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend en overweegt daartoe als volgt.
De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoeker in staat moet worden geacht. Uit het verzoekschrift volgt dat verzoeker arbeidsgeschikt is. Volgens de brief van 1 april 2025 is de schuldregeling gestart op 11 februari 2025. Ook had verzoeker volgens die brief tot oktober 2025 een fulltime baan. Verzoeker heeft evenwel niet toegelicht of hij na oktober 2025 ook fulltime heeft gewerkt, dan wel actief heeft gesolliciteerd naar een fulltime dienstbetrekking voor zover daar geen sprake meer van zou zijn. Schuldhulpverlening heeft, ter zitting van 27 januari 2026, verklaard dat verzoeker aan haar geen (recente) loonstroken heeft verstrekt. Ondanks dat verzoeker behoorlijk is opgeroepen, is hij bovendien tweemaal niet ter zitting verschenen om zijn verzoek nader toe te lichten. Verzoeker heeft weliswaar een prognose aanbod gedaan, maar de rechtbank kan gelet op het voorgaande niet controleren in hoeverre zijn situatie actueel is. Niet is aangetoond dat verzoeker zich sinds oktober 2025 heeft ingespannen om het maximaal haalbare voor zijn schuldeisers te bewerkstelligen. Bovendien kan de rechtbank niet controleren of het aanbod al dan niet in negatieve zin is gewijzigd. En zo ja, in welke mate en vanwege welke reden(en).
Als dit aanbod vergeleken wordt met de situatie dat verzoeker zou worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling, dan geldt dat dit aanbod gunstiger is voor de schuldeisers omdat daarbij, anders dan in de schuldsaneringsregeling, geen kosten voor bewindvoerderssalaris en griffierecht verschuldigd zijn. Zoals de rechtbank echter heden bij afzonderlijke uitspraak zal beslissen, voldoet verzoeker niet aan de vereisten voor toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. Hiervan uitgaande, dient het aanbod vergeleken te worden met de situatie dat geen sprake is van een toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. Die vergelijking leidt tot de vaststelling dat onvoldoende aannemelijk is dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoeker in staat moeten worden geacht. Immers, verzoeker kan geacht worden in staat te zijn om ook na 18 maanden nog aflossingen te doen aan zijn schuldeisers.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de belangen van BE-Mobile als weigerende schuldeiser zwaarder wegen dan die van verzoeker of de overige schuldeisers. Het verzoek om BE-Mobile te bevelen in te stemmen met de door verzoeker aangeboden schuldregeling wordt daarom afgewezen.
De rechtbank zal bij afzonderlijke beslissing op het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling beslissen.

5.De beslissing

De rechtbank:
- wijst af het verzoek om een gedwongen schuldregeling te bevelen.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Roos-van Toor rechter, en in aanwezigheid van
mr. T.M.M. de Laat, griffier, in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2026. [1]