De burgemeester van Rotterdam heeft besloten de woning van verzoeker te sluiten vanwege het aantreffen van 33,2 gram heroïne en diverse drugsgerelateerde spullen die duiden op handel en productie van harddrugs. Verzoeker, een kwetsbaar persoon met verslavingsproblematiek, ontvangt ambulante ondersteuning en dreigt dakloos te worden bij sluiting van zijn woning.
De voorzieningenrechter overweegt dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting op grond van de Opiumwet en dat de sluiting geschikt en noodzakelijk is gezien de handelshoeveelheid drugs en de aanwezigheid van een drugslab. Echter, de evenwichtigheid van de maatregel wordt betwist vanwege de kwetsbare situatie van verzoeker en het ontbreken van een passende vervangende woonvorm.
De rechter constateert dat verzoeker tijdelijk in de nachtopvang kan verblijven, maar dat er geen indicatie is hoelang het duurt voordat een stabiele woonvorm beschikbaar is. Gezien het risico op verdere verslechtering van verzoekers situatie wordt de voorlopige voorziening gehandhaafd, waardoor de woning voorlopig niet gesloten mag worden. De schorsing geldt tot twee weken na de beslissing op bezwaar.