Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[klaagster] ,
Feiten
- een geldbedrag van € 1.685,-;
- een Nokia telefoon;
- twee simkaarten.
Rechtbank Rotterdam
Op 18 juni 2025 vond een doorzoeking en inbeslagname plaats bij de klaagster ter uitvoering van een Europees Onderzoeksbevel (EOB) van de Franse autoriteiten, waarbij onder meer een geldbedrag van €1.685,- en een Nokia-telefoon in beslag werden genomen. Naar aanleiding hiervan werd op 26 juni 2026 een Europees Bevriezingsbevel (EBB) uitgevaardigd. De klaagster diende een beklag in tot teruggave van deze goederen, stellende dat het geld toebehoorde aan haar moeder en de telefoon werd gebruikt voor het regelen van financiële zaken van haar partner, die verdacht wordt van illegale handel in verdovende middelen.
De rechtbank behandelde het klaagschrift op 23 februari 2026 in openbare raadkamer, waarbij de klaagster, haar advocaat, de officier van justitie en een belanghebbende werden gehoord. De officier van justitie stelde dat het beklag ongegrond moest worden verklaard omdat het EOB en EBB rechtmatig waren erkend en uitgevoerd, en er een strafvorderlijk belang bestond bij het handhaven van het beslag.
De rechtbank oordeelde dat het onderzoek naar het klaagschrift summier van aard is en dat de rechtmatigheid van het beslag en de voortduring daarvan getoetst moeten worden. De rechtbank stelde vast dat het EOB en EBB voldeden aan de wettelijke eisen, dat er geen weigeringsgronden waren en dat het persoonlijke belang van de klaagster bij teruggave niet door de Nederlandse rechter kan worden meegewogen. Daarom werd het beklag tegen het beslag ongegrond verklaard.
Tegen deze beslissing staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad binnen veertien dagen na betekening.
Uitkomst: Het beklag tegen het beslag op grond van het Europees Onderzoeksbevel en het Europees Bevriezingsbevel wordt ongegrond verklaard.