Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[bedrijf],
1.De procedure
- de dagvaarding van 12 september 2026, met bijlagen;
- het antwoord, met bijlagen;
- de e-mail van [eiser] van 26 januari 2026;
- de akte van [eiser] met een wijziging van eis, met één bijlage.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele procedure stond de verstrekking van bruto-nettospecificaties centraal. Eerder hadden partijen een regeling getroffen waarbij de gedaagde uiterlijk 1 april 2025 de ontbrekende loonstroken en een specificatie van de eindafrekening aan de eiseres zou verstrekken. De gedaagde heeft dit niet nageleefd, waarop de eiseres een procedure startte en de verstrekking van de specificaties eiste, onder dreiging van een dwangsom.
Tijdens de procedure heeft de eiseres haar vordering tot verstrekking van de specificaties en de dwangsom ingetrokken, maar de proceskostenvordering gehandhaafd. De gedaagde had de juiste specificaties pas op 25 november 2025 verstrekt, wat niet werd betwist. Hierdoor was de procedure gerechtvaardigd en kwam de proceskostenveroordeling voor rekening van de gedaagde.
De kantonrechter begrootte de proceskosten op €415,50, bestaande uit griffierecht, salaris gemachtigde en nakosten, en wees geen dagvaardingskosten toe vanwege toevoeging. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd ondanks eventuele hoger beroep procedures.
Uitkomst: De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van €415,50 wegens late verstrekking van bruto-nettospecificaties.