Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.[eiser sub 1] ,wonend in [woonplaats] ,2. [eiser sub 2] ,wonend in [woonplaats] ,3. [eiser sub 3] ,wonend in [woonplaats] ,4. [eiser sub 4] ,
1.De procedure
- de akte aanvullende producties van [eisers] , met producties 10 tot en met 18;
- de conclusie van antwoord, met producties 1 en 2;
- de mondelinge behandeling op 12 februari 2026;
- de spreekaantekeningen van [eisers] ;
- de pleitnota van [gedaagde] .
Bij brief van 13 februari 2026 is namens de voorzieningenrechter meegedeeld dat gelet op artikel 12.6 van het procesreglement en het verzet van [gedaagde] een nader bericht (in de zin van een nadere productie) buiten beschouwing wordt gelaten.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
€ 5.000,00 ineens en € 500,00 per dag dat hij niet aan de veroordeling voldoet, met een maximum van € 25.000,00.
4.16. Vooropgesteld zij dat – nog daargelaten dat afgedwongen excuses veelal als inhoudsloos worden aangemerkt – er geen vordering is ingesteld die strekt tot het maken van excuses. Het afgeven van een onthoudingsverklaring kan in intellectuele-eigendomszaken een rol spelen. Deze zaak betreft echter geen intellectuele-eigendomszaak, in tegenstelling tot wat [eiser sub 1] en [eiser sub 2] menen. Deze zaak gaat immers niet over een dreigende inbreuk op een portretrecht of auteursrecht, maar in de kern om (een verbod op) onrechtmatig handelen, wat wezenlijk anders is. Hetzelfde geldt voor vordering v. Een dergelijke vordering kan alleen worden ingesteld als er sprake is van een intellectuele-eigendomszaak.
waaronder inbegrepen maar niet uitsluitend”. Bovendien wordt [gedaagde] veroordeeld om alle inloggegevens en toegangscodes aan [eiser sub 1] te verstrekken, zodat [eiser sub 1] ten aanzien van eventuele onrechtmatige publicaties of uitlatingen op het Instagram-account, indien nodig, zelf actie kan ondernemen.
4.20. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is de voorzieningenrechter van oordeel dat artikel 1019h Rv hier toepassing mist. De proceskosten moeten daarom in beginsel worden begroot volgens het liquidatietarief. De voorzieningenrechter ziet in deze zaak echter aanleiding om de proceskosten te compenseren, gelet op het volgende.