Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:2594

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
26 februari 2026
Publicatiedatum
16 maart 2026
Zaaknummer
C/10/713705 / KG ZA 26-63
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 WavArt. 6:127 BWArt. 6:248 lid 2 BWArt. 6:52 BWArt. 6:262 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering schoonmaakbedrijf tegen hotel wegens aansprakelijkheid bestuurlijke boete en verrekening

Hyatt Place besteedde schoonmaakwerkzaamheden uit aan [eisende partij] tussen 2019 en 2025. Na een controle door de Arbeidsinspectie in 2023 bleek dat niet alle arbeidskrachten over geldige identiteitsbewijzen beschikten, wat leidde tot een dreigende bestuurlijke boete voor Hyatt Place. Hyatt Place stelde [eisende partij] aansprakelijk voor de schade en weigerde betaling van facturen over december 2025, met een beroep op verrekening en opschorting.

De rechtbank oordeelde dat het aannemelijk is dat Hyatt Place een aanzienlijke boete zal krijgen en dat [eisende partij] tekort is geschoten in haar contractuele verplichtingen en de naleving van de Wet arbeid vreemdelingen. Het beroep op overmacht door [eisende partij] werd verworpen wegens onvoldoende onderbouwing.

De rechtbank stelde vast dat de contractuele uitsluiting van verrekening en opschorting naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Hyatt Place mocht daarom de betaling opschorten en verrekenen. De vorderingen van [eisende partij] werden afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vorderingen van het schoonmaakbedrijf worden afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/713705 / KG ZA 26-63
Vonnis in kort geding van 26 februari 2026
in de zaak van
[naam 1] & [naam 1] SCHOONMAAKBEDRIJVEN B.V.,
gevestigd in Rotterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: [eisende partij],
advocaat: mr. E. Spijer,
tegen
HIHCL HP AMSTERDAM AIRPORT B.V.,
gevestigd in Hoofddorp,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Hyatt Place,
advocaten: mr. M. van Westendorp en mr. M.J. de Vries.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 30 januari 2026, met producties 0 tot en met 11;
- de producties 1 tot en met van 13 van [eisende partij];
- de mondelinge behandeling op 12 februari 2026;
- de pleitnota van [eisende partij];
- de pleitnotities van Hyatt Place.

2.De feiten

2.1.
Hyatt Place exploiteert een hotel en besteedde de schoonmaakwerkzaamheden voor dit hotel tussen 2019 en 2025 uit aan het gespecialiseerde schoonmaakbedrijf [eisende partij]. [eisende partij] leende hiervoor arbeidskrachten in via uitzendbureaus.
2.2.
Partijen hebben meerdere overeenkomsten gesloten. De voor deze zaak relevante overeenkomsten zijn de overeenkomst die partijen in 2020 sloten en na de duur van één jaar is voortgezet, en de overeenkomst die partijen op 15 december 2022 sloten voor de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2024 en de op die overeenkomsten toepasselijke algemene voorwaarden. In beide overeenkomsten staat onder meer:

Artikel 4: Aansprakelijkheid Pro
4.1.
Opdrachtnemer ([eisende partij], opmerking voorzieningenrechter) is verantwoordelijk voor het personeel dat voor de uitvoering van de werkzaamheden wordt te werk gesteld.
(…)
Artikel 6: Diversen Pro
(…)
6.5
Personeel dat door opdrachtgever (Hyatt Place, opmerking voorzieningenrechter) ingezet wordt, dient bij voorkeur Engelstalig en Nederlandstalig te kunnen communiceren, representatief voor te komen in gedrag en uiterlijk en in het bezit van geldig identiteitsbewijs of verblijfsvergunning. Het door opdrachtnemer ingezette personeel dient zich te gedragen naar de (huis)regels van de opdrachtgever.
In de op de overeenkomsten toepasselijke algemene voorwaarden staat onder meer:

Artikel 10. Betalingsvoorwaarden.
10.1
Betaling van de facturen dient binnen 8 dagen na factuurdatum of zoveel eerder als is overeengekomen, te geschieden op de overeengekomen wijze. De voorgenoemde betalingstermijn is een fatale termijn. De betaling dient verder onvoorwaardelijk en zonder opschorting, korting of verrekening, uit welken hoofde ook te geschieden. Opdrachtgever zal geen beslag onder zichzelf doen leggen.
2.3.
Op 28 augustus 2023 heeft de Nederlandse Arbeidsinspectie (hierna: de Arbeidsinspectie) een controle uitgevoerd bij Hyatt Place in het kader van een breder onderzoek naar de naleving van de Wet arbeid vreemdelingen (hierna: Wav), in het bijzonder naar de inzet van door [eisende partij] doorgeleend schoonmaakpersoneel dat was ingeleend van Uitzendbureau De Zon B.V. Dit onderzoek had betrekking op de periode van 28 augustus 2022 tot en met 28 augustus 2023.
2.4.
Zowel mondeling als bij brief van 9 december 2024 heeft de Arbeidsinspectie van Hyatt Place gevorderd om op grond van artikel 15a Wav binnen 48 uur de aanvullende identiteitsgegevens te verstrekken van 51 personen die gedurende de onderzoeksperiode in het hotel werkzaamheden hebben verricht. Verder staat in die brief dat Hyatt Place, [eisende partij] en uitzendbureaus volgens de Wav allen aan te merken zijn als werkgever in de zin van artikel 1 Wav Pro en dat dit betekent dat alle partijen verantwoordelijk zijn voor het naleven van de Wav en het uitvoeren van de nodige controles om te waarborgen dat alle arbeidskrachten rechtmatig in Nederland mogen werken.
2.5.
Bij e-mail van 9 december 2024 heeft Hyatt Place [eisende partij] verzocht de aanvullende identiteitsgegevens aan haar te verstrekken. In reactie daarop heeft [eisende partij] aangegeven niet over alle benodigde documenten te beschikken.
2.6.
De Arbeidsinspectie heeft tijdens een verhoor op 8 mei 2025 aan Hyatt Place aangekondigd dat het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid overgaat tot het opleggen van een bestuurlijke boete aan Hyatt Place.
2.7.
Brief van 23 juli 2025 van Hyatt Place aan [eisende partij] geeft Hyatt Place aan dat zij zich mogelijk geconfronteerd ziet met een bestuurlijk boete van de Arbeidsinspectie die op kan lopen tot € 586.500,00 (51 x € 11.500,00). Hyatt Place stelt [eisende partij] aansprakelijk voor de geleden en nog te lijden schade als gevolg van het niet nakomen van wettelijke verplichtingen voortvloeiend uit de Wav en de contractuele afspraken tussen partijen.
2.8.
Bij brief van 7 augustus 2025 betwist [eisende partij] de door Hyatt Place gestelde aansprakelijkheid.
2.9.
In december 2025 heeft [eisende partij] werkzaamheden verricht voor Hyatt Place.
2.10.
Op 1 januari 2026 heeft [eisende partij] Hyatt Place twee facturen van in totaal
€ 157.751,88 gestuurd voor de in december 2025 verrichte werkzaamheden.
2.11.
De facturen zijn, na een correctie door Hyatt Place, door Hyatt Place akkoord bevonden. Hyatt Place heeft de facturen niet betaald.
2.12.
Bij e-mail van 15 januari 2026 aan [eisende partij] deelt Hyatt Place mee dat zij een schadevergoedingsvordering heeft op [eisende partij], voortvloeiend uit de aansprakelijkheidstelling door Hyatt Place bij brief van 23 juli 2025. Hyatt Place doet een beroep op verrekening van de facturen met geleden en nog te lijden schade als gevolg van het handelen dan wel nalaten van [eisende partij]. Voor zover verrekening niet mogelijk is, schort Hyatt Place haar betalingsverplichting op.
2.13.
Bij brief van 19 januari 2026 sommeert [eisende partij] Hyatt Place tot betaling van de openstaande facturen binnen drie werkdagen. Hyatt Place heeft de facturen niet betaald.

3.Het geschil

3.1.
[eisende partij] vordert – samengevat – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I. veroordeling van Hyatt Place om aan [eisende partij] te betalen een bedrag van
€ 158.874,76, vermeerderd met de contractuele rente, althans de wettelijke handelsrente daarover;
II. veroordeling van Hyatt Place om aan [eisende partij] te betalen een bedrag van
€ 23.831,21 aan buitengerechtelijke incassokosten;
III. veroordeling van Hyatt Place in de proceskosten.
3.2.
Hyatt Place concludeert tot afwijzing van de vorderingen. Daarnaast verzoekt Hyatt Place om, in geval van toewijzing van de vorderingen, dit vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De beoordeling

Spoedeisend belang4.1. Met betrekking tot een geldvordering in kort geding is terughoudendheid op zijn plaats. Bij de beoordeling speelt een rol of de vordering voldoende aannemelijk is, of een onmiddellijke voorziening vereist is en of er een restitutierisico is.
4.2.
[eisende partij] heeft voldoende gesteld dat zij een spoedeisend belang heeft bij haar vordering. Dat volgt uit haar onderbouwde stelling dat niet-betaling door Hyatt Place de continuïteit van [eisende partij] in gevaar brengt. Het openstaande bedrag van € 157.751,88 is substantieel en [eisende partij] moet hieruit onder meer de salarissen van haar werknemers en afdrachten aan de belastingdienst voldoen. [eisende partij] heeft inmiddels een verzoek tot uitstel van betaling gedaan voor wat betreft de terug te betalen NOW-gelden en een melding van betalingsonmacht gedaan bij de Belastingdienst en het UWV.
Standpunten partijen
4.3.
[eisende partij] legt onder meer het volgende aan haar vorderingen ten grondslag. Op grond van de overeenkomsten en de daarop toepasselijke algemene voorwaarden heeft zij recht op betaling van de overeengekomen vergoeding voor de verrichte werkzaamheden. De betalingstermijn van acht dagen is een fatale termijn en door het verstrijken van deze termijn is [eisende partij] van rechtswege in verzuim geraakt. Hyatt Place kan geen rechtsgelding beroep op verrekening dan wel opschorting doen omdat [eisende partij] niet aansprakelijk is voor de door Hyatt Place gestelde schade. [eisende partij] handelde zorgvuldig en Hyatt Place draagt een zelfstandige verantwoordelijkheid als werkgever onder de Wav. Zij kan deze verantwoordelijkheid niet verleggen. Verder beroept [eisende partij] zich op overmacht omdat zij slachtoffer is van malafide praktijken van het door haar, voor de uitvoering van de werkzaamheden bij Hyatt Place, ingeschakelde uitzendbureau. Daarnaast is niet voldaan aan de wettelijke eisen voor verrekening en opschorting. Bovendien sluit artikel 10.1. van de algemene voorwaarden verrekening en opschorting contractueel uit.
4.4.
Hyatt Place verweert zich als volgt. Op grond van de artikelen 4.1 en 6.5 van de overeenkomsten moest [eisende partij] personeel inzetten dat over een geldig(e) identiteitsbewijs of verblijfsvergunning beschikt en was [eisende partij] verantwoordelijk voor het personeel dat voor de uitvoering van de werkzaamheden door haar te werk werd gesteld. [eisende partij] is tekortgeschoten in de nakoming van deze verplichtingen omdat zij de benodigde identiteitsdocumenten van haar personeel niet aan Hyatt Place kon verstrekken toen de Arbeidsinspectie deze van Hyatt Place vorderde. De verantwoordelijkheid voor het controleren en bijhouden van de identiteitspapieren en/of vergunningen van de schoonmakers lag volledig bij [eisende partij]. [eisende partij] is daarom aansprakelijk voor de schade die Hyatt Place heeft geleden en nog zal lijden als gevolg van de nog aan Hyatt Place op te leggen bestuurlijke boete. Omdat [eisende partij] de aansprakelijkstelling van de hand heeft gewezen en betaling van de openstaande facturen vordert, doet Hyatt Place een beroep op verrekening dan wel opschorting. In dat kader is relevant dat de betalingstermijn van de factuur (na correctie), nog niet was verstreken toen zij een beroep deed op opschorting. Contractuele uitsluiting hiervan is in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar (artikel 6:248 lid 2 BW Pro). Hyatt Place wijst er ten slotte op dat zij ook de reeds geleden schade aan advocaatkosten in verrekening brengt.
Bestuurlijke boete4.5. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het in de gegeven omstandigheden voldoende aannemelijk is dat de Arbeidsinspectie op afzienbare termijn aan Hyatt Place een bestuurlijke boete oplegt, gelet op het volgende.
4.6.
[eisende partij] heeft weliswaar gesteld dat er op dit moment geen (voornemen tot een) boetebesluit is genomen, maar [eisende partij] betwist niet dat de Arbeidsinspectie op 8 mei 2025 aan Hyatt Place heeft aangekondigd dat het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid overgaat tot het opleggen van een bestuurlijke boete aan Hyatt Place. Bovendien heeft Hyatt Place ter zitting onweersproken gesteld dat zij op 11 februari 2026 een telefoongesprek heeft gevoerd met de Arbeidsinspecteur van de Arbeidsinspectie, de heer [naam 2] , tevens de afzender van de brief van 9 december 2025. Volgens Hyatt Place heeft de heer [naam 2] in dat gesprek bevestigd dat uit de brief van 9 december 2024 de overtreding van artikel 15a Wav volgt vanwege het feit dat die overtreding niet is ‘weggehaald’ door het verstrekken van de benodigde documenten van de arbeidskrachten. Dat betekent dat de grondslag voor de boete gegeven is en dat een boeterapport zal volgen. Verder heeft Hyatt Place ter zitting verklaard dat het onderzoek door de Arbeidsinspectie bij Hyatt Place plaatsvindt in het kader van een breder onderzoek waarbij ook andere hotels zijn betrokken, en dat het onderzoek daardoor tijd kost, maar, aldus de Arbeidsinspecteur, zijn afronding nadert. Dat is de reden dat de bestuurlijke boete nog niet aan Hyatt Place is opgelegd, maar die is wel aanstaande.
4.7.
Voorts is voldoende aannemelijk dat de aan Hyatt Place op te leggen boete aanzienlijk is. Uit de Beleidsregel boeteoplegging Wet arbeid vreemdelingen 2025 volgt dat de boete per ingezette arbeidskracht kan oplopen tot € 11.500,00. Weliswaar staat op dit moment nog niet vast wat de exacte hoogte is van de door de Arbeidsinspectie aan Hyatt Place op te leggen bestuurlijke boete, omdat nog niet duidelijk is of voor alle 51 in de brief van 9 december 2024 genoemde arbeidskrachten een boete wordt opgelegd en wat de hoogte van die boete per arbeidskracht is. Hyatt Place heeft ter zitting echter voldoende toegelicht dat aannemelijk is dat voor in ieder geval 39 arbeidskrachten boetes opgelegd gaan worden en dat twee bepalingen (artikelen 2 en 15a Wav) uit de Wav zijn geschonden. Gelet op de vaste hoogte van de bij deze overtredingen behorende boetes, is voldoende aannemelijk dat de nog aan Hyatt Place op te leggen boete substantieel is en aanmerkelijk hoger is dan de vordering van [eisende partij].
Aansprakelijkheid
4.8.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat voldoende aannemelijk is dat Hyatt Place [eisende partij] aansprakelijk kan stellen voor de door Hyatt Place gestelde schade als gevolg van de aan haar op te leggen bestuurlijke boete, gelet op het volgende.
4.9.
Zoals de Arbeidsinspectie in haar brief van 9 december 2024 aangaf zijn zowel Hyatt Place als [eisende partij] aan te merken als werkgever in de zin van artikel 1 Wav Pro. Dat betekent dat beide partijen, dus ook [eisende partij], verantwoordelijk zijn voor het naleven van de Wav en het uitvoeren van de nodige controles om te waarborgen dat alle arbeidskrachten rechtmatig in Nederland mogen werken.
4.10.
In de artikelen 4.1 en 6.5 van de overeenkomst zijn partijen contractueel overeengekomen dat [eisende partij] verantwoordelijk is voor de arbeidskrachten dat voor de uitvoering van de werkzaamheden te werk wordt gesteld en dat de arbeidskrachten in het bezit moeten zijn van een geldig identiteitsbewijs of verblijfsvergunning. Het een gevoegd bij het ander leidt tot het (voorlopige) oordeel dat [eisende partij] (ook zelf) verantwoordelijk was voor het uitvoeren van de nodige controles om te waarborgen dat de door haar ingezette arbeidskrachten rechtmatig in Nederland mogen werken.
4.11.
Relevant is dat [eisende partij] onvoldoende duidelijk heeft gemaakt op welke wijze zij haar contractuele verplichtingen en haar verantwoordelijkheden die voortvloeien uit de Wav heeft nageleefd.
4.12.
De stelling van [eisende partij] dat zij zorgvuldig heeft gehandeld door zaken te doen met een SNA-gecertificeerd uitzendbureau is daartoe in ieder geval onvoldoende, nu niet is gebleken welke eisen aan die certificering worden gesteld en daardoor onduidelijk is of de nodige controles op de arbeidskrachten zijn uitgevoerd. Ter zitting heeft [eisende partij] nog gesteld dat zij altijd controles heeft uitgevoerd op de door haar aan Hyatt Place uitgeleende arbeidskrachten en dat zij beschikt over machines waarmee identiteitsbewijzen kunnen worden gecontroleerd, maar die stelling heeft zij niet onderbouwd. Ook de stelling van [eisende partij], dat zij na de controle door de Arbeidsinspectie in 2023 allerlei extra maatregelen heeft genomen met betrekking tot het uitvoeren van controles, wat relevant kan zijn voor de hoogte van de op te leggen boetes, heeft zij niet onderbouwd. Bovendien had [eisende partij] gedurende de looptijd van het contract met Hyatt Place controles moeten uitvoeren op de arbeidskrachten en niet pas na de controle door de Arbeidsinspectie.
4.13.
[eisende partij] doet nog een beroep op overmacht omdat zij meent slachtoffer te zijn van malafide gedragingen van het uitzendbureau. In dat kader heeft [eisende partij] ter zitting verwezen naar het door haar overgelegde NRC-artikel en gesteld dat de daarin beschreven situatie representatief is voor haar eigen situatie.
4.14.
Het beroep op overmacht wordt verworpen omdat [eisende partij] onvoldoende heeft onderbouwd dat haar situatie overeenkomt met de in het artikel beschreven situatie. Daar komt bij dat ook in het geval dat de situatie uit het artikel wel overeenkomt met de situatie van [eisende partij], dat niet kan leiden tot het (voorlopige) oordeel dat haar een beroep op overmacht toekomt. [eisende partij] heeft immers niet gesteld dat het vanwege overmacht voor haar onmogelijk was om controles op de arbeidskrachten uit te voeren.
4.15.
Verder wordt opgemerkt dat het een feit van algemene bekendheid is dat al decennialang buitenlandse arbeidskrachten (schoonmaak)werkzaamheden verrichten in Nederland. Dit had voor [eisende partij] aanleiding moeten zijn tot alertheid en zorgvuldige controle of alle door haar uitgeleende arbeidskrachten rechtmatig in Nederland verblijven.
4.16.
Het voorgaande leidt tot het oordeel dat voldoende aannemelijk is dat [eisende partij] tekort is geschoten in haar contractuele verplichtingen jegens Hyatt Place, zodat Hyatt Place [eisende partij] aansprakelijk kan stellen voor de door haar gestelde schade als gevolg van de aan haar op te leggen bestuurlijke boete.
Beroep op verrekening dan wel opschorting
4.17.
Als gevolg daarvan kan Hyatt Place haar betalingsverplichting tegenover [eisende partij] verrekenen dan wel opschorten, mits een beroep op verrekening dan wel opschorting niet contractueel is uitgesloten en aan de wettelijke eisen voor verrekening en opschorting is voldaan.
4.18.
[eisende partij] stelt dat Hyatt Place geen beroep op verrekening en opschorting kan doen omdat artikel 10.1 van de algemene voorwaarden een beroep op verrekening en opschorting contractueel uitsluit.
4.19.
[eisende partij] heeft nog gesteld dat de algemene voorwaarden zijn bedoeld voor situaties zoals in deze zaak, maar dat is onvoldoende aannemelijk. Daar komt bij dat Hyatt Place heeft betoogd dat contractuele uitsluiting van een beroep op verrekening en opschorting in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is in de zin van artikel 6:248 lid 2 BW Pro.
4.20.
De voorzieningenrechter overweegt dat, als wordt toegekomen aan artikel 6:248 lid 2 BW Pro, aannemelijk is dat een beroep op dit artikel slaagt omdat [eisende partij] tekort is geschoten in haar verplichtingen tegenover Hyatt Place en voldoende aannemelijk is dat Hyatt Place
daardooreen aanzienlijke boete opgelegd krijgt. Tegelijkertijd verlangt [eisende partij] dat Hyatt Place zonder enige zekerheid, en in de situatie dat zij in financiële problemen verkeert, de vordering van [eisende partij] voldoet.
4.21.
Het voorgaande brengt mee dat Hyatt Place zich kan beroepen op verrekening dan wel opschorting mits aan de wettelijke eisen hiervoor is voldaan.
4.22.
Artikel 6:127 lid 2 BW Pro bepaalt dat een schuldenaar (Hyatt Place) de bevoegdheid heeft tot verrekening wanneer hij een prestatie te vorderen heeft die beantwoordt aan zijn schuld tegenover dezelfde wederpartij ([eisende partij]) en hij bevoegd is zowel tot betaling van de schuld als tot het afdwingen van de betaling van de vordering.
4.23.
[eisende partij] meent dat Hyatt Place geen beroep kan doen op verrekening omdat er geen sprake is van een opeisbare vordering, wat wel is vereist voor een beroep op verrekening.
4.24.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat gelet op wat hiervoor is overwogen voldoende aannemelijk is dat aan Hyatt Place een bestuurlijke boete wordt opgelegd. Voldoende aannemelijk is ook dat er daardoor, binnen afzienbare tijd, sprake is van een opeisbare vordering. Aan de overige vereisten voor verrekening is ook voldaan.
4.25.
Opschorting vereist een opeisbare vordering, niet-nakoming door de wederpartij en dat de verplichtingen van de schuldenaar tegenover die van de wedepartij staan of daarmee voldoende samenhang hebben (artikel 6:52 BW Pro, gelezen in samenhang met artikel 6:262 lid 1 BW Pro).
4.26.
[eisende partij] meent dat Hyatt Place geen beroep op opschorting toekomt omdat er onvoldoende samenhang bestaat tussen de vorderingen over en weer.
4.27.
De voorzieningenrechter overweegt dat sprake is van een (onbetaalde) factuur voor dienstverlening en van een tekortkoming in de nakoming van de contractuele verlichtingen betreffende die dienstverlening. Tussen die twee bestaat voldoende samenhang en aan de overige vereisten voor opschorting is ook voldaan.
Conclusie
4.28.
Het voorgaande leidt ertoe dat de, onlosmakelijk met elkaar verbonden, vorderingen van [eisende partij] wordt afgewezen.
Proceskosten
4.29.
[eisende partij] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Hyatt Place worden begroot op:
- griffierecht
7.062,00
- salaris advocaat
1.177,00
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
8.428,00

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
wijst de vorderingen af;
5.2.
veroordeelt [eisende partij] in de proceskosten van € 8.428,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als het vonnis daarna wordt betekend, moet [eisende partij] € 98,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
5.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2026.
[3894/2009]